Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen

Posted by Frank Huysmans on 1 april 2014 | 12 Comments

Bron: http://www.schrijf.be/

Bron: http://www.schrijf.be/

Gemeentelijke bezuinigingen, een roep om meer cultureel ondernemerschap, en nu ook nog commerciële bedrijven die de openbare bibliotheek direct beconcurreren. De bibliotheek zit in de hoek waar de klappen vallen. Of kan de combinatie van minder geld en meer concurrentie juist een blessing in disguise zijn?

Drie thema’s beheersten de gesprekken in openbaar bibliotheekland in het afgelopen jaar. Ten eerste de landelijke digitale bibliotheek die maar moeilijk op gang kwam. De white label website deed het wel goed, maar de oplevering van de twee andere kroonjuwelen – de Nationale Bibliotheekcatalogus plus en het landelijke datawarehouse – werd herhaaldelijk uitgesteld. Gelukkig waren er ook lichtpuntjes als de Vakantiebieb-app en de lancering van het e-books-uitleenplatform in januari jongstleden (hoewel). Die laatste ‘event’ viel samen met de presentatie van het rapport van de commissie-Cohen over de bibliotheek van de toekomst en genereerde een hoop publiciteit ten gunste van de sector.

Ten tweede natuurlijk de gemeentelijke bezuinigingen. Die hakten er hier en daar flink in, al bleven er genoeg plekken gespaard. Maar ook was er de casus Buren, een gemeente die aankondigde de subsidie aan de Bibliotheek Rivierenland naar nul terug te brengen en haar naam eer aandeed door haar inwoners naar de omringende gemeenten te verwijzen. In de landelijke CBS-cijfers, waarin 2013 nog ontbreekt, is van de teruggang in subsidie vooralsnog niet veel te bespeuren. Dat zou een oorzaak kunnen hebben in de frictiekosten die met bezuinigingen gepaard gaan – het opzeggen van huurcontracten en de kosten van een sociaal plan bij de afvloeiing van medewerkers. Mogelijk ook dat als de cijfers voor 2013 eenmaal beschikbaar zijn, de terugval wel duidelijk zichtbaar wordt.

Goedkoper werd het dus niet; er werden alleen functies afgestoten die tot het gangbare pakket van een openbare bibliotheek behoorden.

En ten derde de intrede van commerciële partijen in het bibliotheeklandschap. De gemeente Waterland trok de stoute schoenen aan, schoof de Stichting Openbare Bibliotheek Waterland opzij als ‘preferred supplier’ en ging met een commerciële partij, Karmac, in zee. Critici stelden dat de besparing die de gemeente wist te realiseren geen echte besparing was. De overeenkomst met Karmac behelsde alleen het continueren van een viertal uitleenbibliotheken die grotendeels door vrijwilligers gerund zouden gaan worden. Sociale en educatieve programma’s, bijvoorbeeld gericht op basisscholen en hun leerlingen, gingen verdwijnen. Goedkoper werd het dus niet; er werden alleen functies afgestoten die tot het gangbare pakket van een openbare bibliotheek behoorden. De bibliotheek wilde dat niet voor haar rekening nemen; de commerciële partner zag er geen probleem in. Hetzelfde gebeurde recent overigens ook in de gemeente Buren, waar het dorp Lienden een Karmacvestiging kreeg. Mogelijk volgen er meer dorpen zodat ook in deze gemeente de uitleenfunctie overeind blijft.

Contradictio in terminis?

Over het laatste, derde onderwerp wil ik het hier hebben, in combinatie met het tweede. Is het geen contradictio in terminis, dat ‘commercieel’ én ‘openbaar’?
Nee. ‘Openbaar’ in ‘openbare bibliotheek’ verwijst naar het publieke karakter van de instelling, het mede vorm geven aan het publieke domein. Een plek waar niemand de toegang wordt geweigerd. Waar iedereen, ongeacht rang, stand of levensovertuiging, binnen kan gaan om iets van zijn of haar gading te vinden. ‘Openbaar’ verwijst niet naar het publiekrechtelijke karakter van de instelling. Verreweg de meeste openbare bibliotheken in Nederland zijn stichtingen, dus privaatrechtelijke rechtspersonen. Ook de provinciale serviceorganisaties zijn dat. En er zijn meer bedrijven werkzaam in de bibliotheekwereld. Denk bijvoorbeeld aan Shared Library Services BV, een commerciële dienstverlener opgericht door bibliotheekprofessionals, plus nog een zwerm een- en tweepitters die zich, net als ondergetekende, als onderzoeker/adviseur afficheren (zie de disclaimer aan het einde van deze tekst!).

Het verschil tussen stichtingen en de meeste andere private rechtspersonen, zoals BV’s, is dat de eersten geen winstoogmerk hebben. Winst maken en rijk worden is niet het doel. Dat principe van non-commercialiteit sluit natuurlijk goed aan bij het publieke karakter van de openbare bibliotheek als instelling. Alles wat er aan financiën binnenkomt, kan worden besteed aan het doel van de stichting: het verzorgen van kwalitatief goed openbaar bibliotheekwerk. Sommigen leiden hieruit af dat openbaar bibliotheekwerk en commercialiteit per definitie op gespannen voet met elkaar staan.

Dat lijkt me een onhoudbare stelling. Velen voelen zich ongemakkelijk bij het idee dat publiek geld in de zakken van ondernemers en kapitaalverschaffers belandt en niet bij dienstverlening aan burgers. Alleszins begrijpelijk dat gevoel, maar kijk even iets verder en je ziet dat zulks in de publieke dienstverlening de normaalste zaak van de wereld is. Denk alleen maar aan de licenties op wetenschappelijke tijdschriften die universiteits-, hogeschool- en nationale bibliotheken jaar na jaar betalen aan grote uitgevers als Reed Elsevier, Thomson Reuters en Wiley. De winstmarges van concerns als deze liggen rond de 35-40 procent. Van elke in wetenschappelijke content geïnvesteerde euro belandt dus bijna veertig cent op de effectenrekening van hun aandeelhouders. En over de architecten en bouwbedrijven die verdienen aan het bouwen, renoveren en herinrichten van bibliotheekgebouwen hebben we het dan nog niet. Denk ook aan de publieke omroep, waar op jaarbasis ongeveer evenveel publiek geld heen gaat als naar de openbare bibliotheeksector. In Hilversum en wijde omstreken wemelt het van de productiebedrijven die in opdracht van publieke omroepinstellingen programma’s maken en daar leuk aan verdienen. En laten we – buiten de informatiesector – ook niet de huisartsen, tandartsen en medisch specialisten vergeten. Net zo min als onze weg- en waterbouwers, die het zonder overheidsopdrachten wel kunnen schudden. Je kunt het ook anders zeggen: zonder commerciële bedrijvigheid ligt de dienstverlening van de overheid aan burgers op haar gat. Het opiniestuk van Wim Keizer waarin hij het ondernemerschap als een beleidsmodieuze gril beschrijft, gaan hieraan ten onrechte voorbij. Daarbij komt nog dat veel publieke taken geheel zonder overheidssubsidie door bedrijven worden uitgevoerd. De uitgeverijsector bijvoorbeeld, die boeken, kranten, tijdschriften en webdiensten publiceert. Denk ook aan commerciële nieuwszenders en -bulletins als Business Nieuws Radio en RTL Nieuws/RTL-Z.

‘Eigen verdienvermogen’ – het is allang geen vies latijns woord meer. Het is een kwestie van tijd voor men de omheining neerhaalt.

Anno 2014 is de openbare bibliotheeksector wat dit betreft een soort Asterixdorpje. De almachtige commercie kan nog net buiten de deur gehouden worden dankzij een op leeftijd geraakte overheid die toverdrank in de vorm van subsidiegelden serveert. In het dorp lopen de Galliërs zich niettemin al warm voor het van hen verlangde cultureel ondernemerschap. ‘Eigen verdienvermogen’ – het is allang geen vies latijns woord meer. Het is een kwestie van tijd voor men de omheining neerhaalt. Van binnenuit, wel te verstaan.

Commerciële publieke diensten

De kwestie is dus niet of commercieel bibliotheekwerk er komt (het is er al) en ook niet of het het publieke karakter van de instelling ondermijnt (dat kan, maar hoeft zeker niet). De kwestie is wat dat commerciële bibliotheekwerk gaat betekenen voor de publieke diensten die aan burgers worden aangeboden. Als die diensten vanuit dezelfde professionele ethiek worden vormgegeven, kan de kwaliteit ervan zelfs toenemen bij lagere kosten, zoals het Amerikaanse bedrijf Library Systems and Services heeft laten zien.

De toekomst van het openbaar bibliotheekwerk zal afhangen van de beleidsmakers die het belastinggeld inzetten om publieke diensten te realiseren. Als die beleidsmakers denken dat het uitlenen van boeken de belangrijkste taak of functie van de bibliotheek is, dan kunnen ze Karmac inhuren. Ze krijgen in hun gemeente dan een bibliotheekvoorziening die ik als Auslaufmodell zou kenschetsen. Als dit de uitkomst is van democratische besluitvorming op lokaal niveau, soit.

Ik zal niet verhelen dat ik liever zie dat mensen met hart voor de maatschappelijke opdracht van de openbare bibliotheek, het faciliteren van de persoonlijke ontwikkeling van burgers, worden ingezet. Dit is de reden dat ik een paar maanden geleden me bereid heb verklaard toe te treden tot de Raad van Advies van Questum. Questum is een initiatief van Thijs Kuipers en Rick Verheijen, beiden tot voor kort werkzaam in de Bibliotheek Eindhoven. Questum wordt ingericht als een maatschappelijke onderneming. Dat wil zeggen dat gekozen worden voor een ideële koers en dat een aanzienlijk deel van de eventuele winst ten goede komt aan maatschappelijk relevante doelen. Anderzijds kiezen de oprichters nadrukkelijk voor een ondernemende aanpak. De dienstverlening van het nieuwe bedrijf zal voornamelijk gericht zijn op het versterken van de educatieve component van het openbaar bibliotheekwerk. Dienstverlening op het gebied van taalverwerving, leesbevordering en de ontwikkeling van informatievaardigheid en mediawijsheid bij kinderen van (in eerste instantie) 0-12 jaar. Als de voornemens werkelijkheid worden, wordt het een soort de Bibliotheek op School, maar dan on acid.

Concurrentie en co-existentie

Als u in de buurt van Eindhoven woont of de site van Bibliotheekblad bijhoudt, zal het u niet zijn ontgaan dat de start van het bedrijf Questum nogal wat beroering heeft veroorzaakt. De onrust die in het Brabantse land ontstond, hield ermee verband dat Questum zich positioneerde als concurrent van de openbare bibliotheek. Wim Keizer meldde dat ik adviseur van Questum ben. Bijgevolg ontving ik de dagen erna uit het Brabantse verontruste mails van bibliotheekvrienden die beleefd doch dringend toelichting vroegen waarom ik me met een concurrent had ingelaten.
Wat ik van de gebeurtenissen en ontwikkelingen in Someren vind, doet eigenlijk niet ter zake, maar ik wil hier wel kwijt dat ik van mening ben dat de openbare bibliotheek, Questum, Karmac en alle andere bedrijven die nog gaan komen prima naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de kwaliteit van het openbaar bibliotheekwerk eronder lijdt. Het zou best kunnen dat er na Waterland en Buren meer gemeenten gaan komen die de plaatselijke Stichting Openbare Bibliotheek de wacht aanzeggen en met Karmac (voor de uitleenfunctie) en/of met Questum (voor de maatschappelijk-educatieve dienstverlening) in zee gaan. Ik kan me ook voorstellen dat een openbare bibliotheek Questum in de arm neemt om een bepaald deel van haar taken te verrichten waarin het bedrijf zich specialiseert.

Ik denk dat dit de prikkel die het openbaar bibliotheekwerk in Nederland op dit moment nodig heeft.

Het is aan de bibliotheekorganisaties om de handschoen op te pakken. Hoe? Door aan te tonen dat de gemeente bij hen voor hetzelfde of iets meer geld beter af is. Ik denk dat dit de prikkel die het openbaar bibliotheekwerk in Nederland op dit moment nodig heeft. Ik hoor veel mensen klagen over de inertie en het uitblijven van inhoudelijke vernieuwing van het bibliotheekwerk in hun eigen organisatie. Bedrijvigheid (denk ook aan het Delftse DOKLAB) kan de boel eens lekker opschudden.

Als gesubsidieerde organisaties hebben de bibliotheken vooralsnog een behoorlijke voorsprong op de commerciële organisaties die net komen kijken en het op eigen kracht moeten doen. Zoals ik het een bibliotheekdirecteur onlangs hoorde zeggen: “Als wij als zwaar gesubsidieerde organisaties straks niet in staat zijn gebleken om het beter te doen dan de commercie, dan hebben we het echt aan onszelf te wijten.” En zo is het maar net.




Disclaimer
Mijn positiebepaling ten opzichte van bedrijvigheid in de publieke sector is niet vreemd aan het feit dat ik met mijn eenmanszaak WareKennis voor een belangrijk deel werk voor gesubsidieerde instellingen. Zie mijn opdrachtgevers http://warekennis.nl/wordpress/portfolio/ en mijn affiliaties
Tegelijkertijd zie ik WareKennis als een maatschappelijke onderneming, die erop is gericht de publieke informatievoorziening door een periode van digitale disruptie te helpen loodsen. Kennisverspreiding en kennisdeling zie ik als belangrijke instrumenten daarbij. Bij mijn opdrachtgevers dring ik er daarom op aan de uit mijn opdrachten voortkomende publicaties in open access te publiceren.

+++

Bewerkingsgeschiedenis

  • 1 april 2014: correctie passage over huisartsen etc. (verplaatst naar eerder in de tekst); verwijzing naar blog Jeanine Deckers geschrapt (zie comments)
  • 2 april 2014: twee links toegevoegd en enkele kleine tekstuele wijzigingen




Creative Commons License
Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrEmail this to someone

Posted in geen, opinie, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , |

12 reacties op “Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen”

  1. Erna Winters schreef:

    Dag Frank,

    even een kleine kanttekening bij je opmerking over tandartsen, dokters etc. Naar mijn idee worden die in ieder geval gedeeltelijk betaald met overheidsgeld, dan wel door de gemeenschap opgebracht geld via verzekeringspremies etc. Waarvan overigens dan ook weer een gedeelte bij de aandeelhouders van de verzekeringen terecht komt…. ‘
    En ja, de handschoen moet voor zover nog niet opgepakt, opgepakt worden. Werk in uitvoering 😉
    groet
    Erna

  2. Jeanine schreef:

    Dag Frank,
    Prima dat jij verantwoording wil afleggen waarom je bent toegetreden tot de Raad van Advies van Questum, dat is jouw eigen keuze. Maar de voorbeelden die je noemt om aan te geven dat ik in mijn verhaal over de commerciële bibliotheek voorbij ga aan de realiteit kloppen niet. Dat is een gevalletje appels met peren vergelijken. Dat er commerciële productiebedrijven televisieprogramma’s maken voor de publieke omroep is niet te vergelijken met wat Karmac doet. Die productiemaatschappijen zijn gewoon leveranciers voor de publieke omroep, zoals bibliotheken ook leveranciers hebben voor automatiseringsapparatuur, bibliotheekmeubilair of kantoorartikelen. Een correcte vergelijking voor het verschil tussen openbare bibliotheken en Karmac is volgens mij die met de publieke en de commerciële omroep, het verschil tussen de AVRO en RTL4. Dat zijn allebei omroepen, maar opgericht met een ander doel. Daar is niks mis mee, maar het is wel iets anders.
    Mijn punt was dat de Karmac bibliotheek door de buitenwereld (niet door hen zelf) wordt neergezet als een commerciële bibliotheek en dat zijn ze niet. Het is een commerciële partij die een publieke taak invult. Ik maakte uitsluitend bezwaar tegen het gebruik van de term commerciële bibliotheek, niet tegen wat ze doen. Want de term klopt niet, die schept valse verwachtingen. En in deze tijd waarin beeldvorming zo belangrijk is wilde ik daar graag enige nuancering in aanbrengen.

    • Frank Huysmans schreef:

      Jeanine, bij herlezing van je blogpost zie ik dat je de nuancering die ik bedoelde wel degelijk hebt gemaakt. Mijn excuses. Ik heb de verwijzing nu weggelaten.
      Overigens werden de commerciële winkelbibliotheken bij mijn weten voornamelijk gerund door boekhandelaren die op deze manier ook geld konden verdienen van mensen voor wie het kopen van een boek te duur was. Dat ideële motieven aan de winkelbibliotheken ook weer niet geheel vreemd waren, blijkt uit ‘Lezen voor iedereen’ van Paul Schneiders (1990) waar op p. 24 een gravure is afgebeeld van zo’n winkelbibliotheek. Een inscriptie onder de balustrade luidt ‘bibliothèque publique’…

  3. Frans Bergfeld schreef:

    Beste Frank,

    Ik vond het lastig om de essentie uit je betoog te halen. Je lijkt te willen zeggen dat ook not for profit instellingen, waaronder stichtingen, zaken doen met bedrijven (profit instellingen). Dat lijkt me evident, ik kan geen enkel voorbeeld bedenken van non profit organisaties die op geen enkele manier zaken doen met bedrijven. Waar kopen ze dan hun koffie, hun kantoorartikelen, hun PC?

    Je gaat voorbij aan de essentie die de komst van Karmac voor bibliotheken betekent. Bibliotheken werken om zoveel mogelijk waarde terug te leveren aan de samenleving. Als er geld overblijft komt dit geld ook weer ten goede aan de samenleving. Karmac is een commercieel bedrijf met winstoogmerk. Geen winst voor de samenleving, maar winst voor (de eigenar van) Karmac. Als Karmac zijn eigen winstgevenheid kan vergroten door minder waarde voor de samenleving te creëeren zal het bedrijf dit niet nalaten. Als er daarmee extra geld naar de kas van Karmac vloeit verdwijnt dit geld naar Karmac en komt het niet terug in de samenleving.

    Karmac doet voorkomen alsof ze louter met goede bedoelingen de bibliotheekwereld betreed. Als dat zo is is er een eenvoudige oplossing. Vorm Karmac om tot een stichting zonder winstoogmerk, die geld dat verdiend wordt met bibliotheekwerk teruggeeft aan het bibliotheekwerk c.q de samenleving.

    Dat is ook mijn opmerking richting Jeanine. Je hebt gelijk dat Karmac geen commerciële bibliotheek runt, ze krijgen hiervoor geld van de samenleving via de gemeente. Karmac is wel een commerciële organisatie, die bibliotheekwerk uitvoert met een winstoogmerk, en niet om zoveel mogelijk waarde voor de inwoners te creëren. Hoe maak je dat verschil, tussen een opbare bibliotheek en een bibliotheek gerund door een commerciële parij met winstoogmerk, dan duidelijk?

    Tot slot aan Frank: ik denk dat de bibliotheekwereld niet gebaat is bij commerciële toetreders die geld willen verdienen met bibliotheekwerk. De bibliotheek is gebaat bij al die collega’s die zich elke dag inzetten voor de bibliotheek. Met hart en ziel. En voor bestaand bibliotheekwerk (inertie volgens jou) waar onze klanten heel blij mee zijn en ook voor al die mooie nieuwe projecten die bibliotheken uitvoeren. De bibliotheekwereld is gebaat bij medestanders (die ook hun brood verdienen met bibliotheekwerk) die trots zijn op wat er allemaal gebeurd en daar over willen vertellen. En als je het allemaal niks vindt wat er in de bibliotheekwereld gedaan wordt is het misschien een goed moment om een carriereswitch te overwegen?

    Frans Bergfeld

    • Frank Huysmans schreef:

      Beste Frans,

      wat jammer toch dat er meteen met verstoting uit het nest wordt gedreigd als men, vanuit betrokkenheid bij het openbaar bibliotheekwerk, probeert om een discussie scherper te krijgen. Maar dat terzijde.

      De kern van wat ik wil betogen:

      • er moet overal in het land kwalitatief hoogstaand openbaar bibliotheekwerk zijn voor burgers, de openbare bibliotheek moet een vast onderdeel zijn van de lokale maatschappelijke infrastructuur
      • doel van het openbaar bibliotheekwerk moet zijn burgers te faciliteren in hun persoonlijke ontwikkeling; het uitlenen van boeken is daartoe een van de middelen, net als klasbezoeken, mediawijsheidscursussen, makkelijklezenpleinen, auteursoptredens, etc. etc. etc. Zoeken naar en ontwikkelen van eigentijdse middelen is noodzaak (en eigenlijk altijd zo geweest, denk aan de eerdere introductie van muziek, film, krantenknipsels van boekrecensies etc.)
      • het gaat daarbij om de kwaliteit van het bibliotheekwerk in het dichterbij brengen van dat doel. Wie het werk uitvoert is van ondergeschikt belang, al hebben openbare bibliotheekorganisaties als de jouwe gezien hun historie, ervaring en deskundigheid een voorsprong ten opzichte van andere (inclusief commerciële) aanbieders
      • maar het is niet uitgesloten dat een commerciële organisatie met bevlogen bibliotheekmensen in de gelederen een (deel van het) dienstenaanbod net zo goed kan doen tegen lagere kosten, of beter tegen dezelfde kosten, of beter tegen lagere kosten (zoals in het Californische voorbeeld, volgens gemeenteraad en burgers)
      • het is geen goede zaak dat gemeenten bezuinigen op openbaar bibliotheekwerk als dat betekent dat het niveau van dienstverlening daardoor afneemt
      • en het is geen goede zaak dat gemeenten overstappen op een andere (commerciële) aanbieder om te bezuinigen, en daarmee tegelijkertijd het niveau van dienstverlening afneemt (Waterland; zie ook wat ik schrijf over het Auslaufmodell)

      Kort en goed: niet Karmac is het probleem van de bibliotheken, maar de gemeente die denkt dat uitlenen de hoofdtaak van de bibliotheek het uitlenen van boeken is (zie daarvoor deze column). Ik laat geen gelegenheid onbenut om bij beleidsmakers en politici tussen de oren te krijgen dat dat een zeer beperkte visie op openbaar bibliotheekwerk is. Maar als een gemeente vindt dat een deel van de bibliotheekfunctie beter en/of goedkoper kan en daarvoor een commercieel bedrijf in de arm neemt, dan heb ik daar geen problemen mee. De gemeente is een publiekrechtelijk lichaam en als zodanig verplicht het best mogelijke voor haar burgers (onder wie jij en ik) te verwezenlijken tegen de geringste kosten.

  4. Marian ten Berge schreef:

    Helemaal mee eens. De gemeente moet beseffen dat ze de bibliotheek vooral subsidieert om burgers te helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Dus niet alleen uitleen van fraai gedisplayde boeken. Maar ook bijdragen aan taalontwikkeling, laaggeletterdheid enz. En de bibliotheek moet de gemeente hiervan overtuigen!

  5. Wim Keizer schreef:

    Beste Frank,

    Je schrijft o.m.: “Zonder commerciële bedrijvigheid ligt de dienstverlening van de overheid aan burgers op haar gat. Het opiniestuk van Wim Keizer waarin hij het ondernemerschap als een beleidsmodieuze gril beschrijft, gaat hieraan ten onrechte voorbij. Daarbij komt nog dat veel publieke taken geheel zonder overheidssubsidie door bedrijven worden uitgevoerd. De uitgeverijsector bijvoorbeeld, die boeken, kranten, tijdschriften en webdiensten publiceert. Denk ook aan commerciële nieuwszenders en -bulletins als Business Nieuws Radio en RTL Nieuws/RTL-Z”.

    Onder het desbetreffende opiniestuk (gastblog van 21 maart op http://www.bibliotheekblad.nl) ga ik in op je beweringen over m’n stuk. Ze kloppen volgens mij niet.
    Zie verder onder: http://www.bibliotheekblad.nl/rubrieken/gastblogs/bericht/1000005242.

    • Frank Huysmans schreef:

      Beste Wim, het is dacht ik goed gebruik om te reageren onder een stuk zelf, en niet onder je eigen stuk. Om het goede voorbeeld te geven, lees je mijn reactie op jouw reactie op bibliotheekblad.nl. (N.B. mijn spamfilter plaatste een waarschuwing bij je reactie, vandaar dat die niet meteen op de site verscheen.)

      • Wim Keizer schreef:

        Beste Frank,

        Dank voor je reactie. Ik weet niet of het “een goede gewoonte” is reacties te plaatsen op de site waar iets gepubliceerd is. Ik zie regelmatig reacties op mijn op Bibliotheekblad.nl gepubliceerde artikelen die niet onder zo’n artikel, maar ergens anders staan (vaak op Twitter).

        Ook jouw eerste reactie op mijn artikel (onderdeel van jouw beschouwing over commercieel bibliotheekwerk van 1 april) stond niet onder mijn gastblog van 21 maart over Karmac en ondernemerschap. Ik heb die reactie dan ook pas gelezen nadat iemand anders mij er op geattendeerd had. Ik had het wel aardig gevonden als je even onder mijn artikel een attendering naar je blog had gemaakt, maar heel erg vind ik het ook weer niet. In feite is internet één groot publiek domein waarop alles naar alles kan verwijzen.
        Dat doe ik dan ook nu maar: ik reageer hier en op Bibliotheekblad.nl.

        Wat die “spam” betreft: ik kreeg het bericht dat m’n reactie “in moderatie” stond. Dat duurde een paar dagen.
        Nog iets: de URL van je site is http://www.warekennis.nl, maar clicken op afzonderlijke artikelen (om de reacties te kunnen lezen) levert geen URL–extensie op, maar gewoon weer http://www.warekennis.nl. Bij veel andere blogs die ik ken is dat anders.

        Hierbij dan de reactie:

        Ik vind het nooit fijn als goeden onder kwaden lijden, maar probleem in de hele discussie over al die typen ondernemers in, naast en buiten het publieke domein vind ik nu juist dat het volgens mij heel lastig is goed van kwaad te onderscheiden. Ik zal proberen uit te leggen waarom ik dat vind.
        Op z’n minst zo lastig lijkt mij: collectieve belangenbehartiging van private belangenbehartiging te onderscheiden. Daar draagt de rijksoverheid aan bij door in de door mij aangehaalde nota over “de doe-democratie” te beweren: “Een veel gehanteerd schema is de driehoek overheid-markt-gemeenschap. Tussen de drie domeinen zijn bewegingen gaande, de grenzen tussen publiek en privaat – maar ook tussen overheid, markt en gemeenschap – worden vloeibaar”. En: “Veel puzzels over de toekomstige samenleving ontstaan doordat mensen geneigd zijn te zeer uit te gaan van de klassieke scheiding tussen de drie domeinen overheid, markt en gemeenschap. In praktijk ontstaan geregeld innovatieve mengvormen waar professioneel en betrokken gewerkt wordt, met (aanzienlijk minder, maar toch) overheidsmiddelen, en met een ondersteunende en controlerende rol van sterk naar buiten gerichte ambtenaren.”

        Vroeger was het eenvoudiger. Voor de collectieve belangen, te betalen uit belastinggelden, had je overheidsdiensten of non-profit-instellingen met subsidie. Omdat het ging om collectieve belangen betaalde iedereen via belastinggeld mee, ook al waren er mensen die – zoals bij bibliotheken – er zelf nooit gebruik van maken. O.a. de bibliotheek was een “merit good”.
        Voor de privébelangen had je commerciële bedrijven, waarbij het er niet toe deed hoe die hun winsten aanwendden. Maar maakten ze geen winst en raakte hun eigen vermogen op, dan gingen ze failliet. Dat is nog steeds zo, behalve bij “systeembanken” die failliet dreigen te gaan: ook die krijgen belastinggeld ;-).

        Ik proef uit de reactie van Frans Bergfeld op jouw stuk bij hem een terugverlangen naar de eenvoud. Karmac is in zijn optiek gewoon een commercieel bedrijf dat zijn winst niet ten goede laat komen aan een collectief (publiek) belang.

        Maar volgens mij is het ingewikkelder geworden (of gemaakt).
        Ik signaleerde op z’n minst twee bewegingen:
        – Non-profit-instellingen, zoals bibliotheken, zijn zichzelf “maatschappelijke ondernemingen” gaan noemen (nadat ze zichzelf eerst al een poosje als “culturele ondernemers” hadden betiteld). Maar ook bedrijfjes, zoals het jouwe of dat van Thijs Kuipers, noemen zich maatschappelijke onderneming. Toch lijken het mij verschillende soorten onderneming.
        – De nota van minister Plasterk over de doe-democratie benoemt speciaal “sociale ondernemers” en “ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen”.
        De nota definieert “sociale ondernemers” als: “ondernemers, die weliswaar bedrijfsmatig werken, maar bij wie de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk voorop staat”.
        Zoals ik het lees, zou ook op jouw WareKennis dit etiket “sociale ondernemer” kunnen passen, net zo goed als of misschien nog wel beter dan “maatschappelijk ondernemer”. Want jij zegt (had ik al gelezen): “Mijn positiebepaling ten opzichte van bedrijvigheid in de publieke sector is niet vreemd aan het feit dat ik met mijn eenmanszaak WareKennis voor een belangrijk deel werk voor gesubsidieerde instellingen. (…). Tegelijkertijd zie ik WareKennis als een maatschappelijke onderneming, die erop is gericht de publieke informatievoorziening door een periode van digitale disruptie te helpen loodsen. Kennisverspreiding en kennisdeling zie ik als belangrijke instrumenten daarbij.”

        De nota van Plasterk zegt meteen na de sociale ondernemers: “Dicht bij deze bijzondere groep ondernemers staat het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap waar echter wel winst maken de eerste drijfveer is.”
        Ik concludeerde zelf (als grapje) dat de slechteriken dan blijkbaar “de alleen op winst beluste ondernemers” zijn. Zijn dat misschien die kwaden waar de goeden, zoals jij, onder moeten lijden? Het zou kunnen, maar het valt ook wel te betwijfelen. Is dat hele onderscheid van Plasterk eigenlijk zinvol? Ik vind het wel fijn dat de paar bedrijven van welke ik aandelen heb winst maken. Met de koerswinst en het dividend doe ik weer maatschappelijk mooie dingen, zoals lid zijn van een bibliotheek waar ik zelf nauwelijks gebruik van maak.
        Is met een sigarettenfabriek als Philip Morris een maatschappelijk belang gemoeid? Je zou kunnen zeggen van niet (roken is slecht voor de gezondheid), maar de ermee gepaarde werkgelegenheid vertegenwoordigt kennelijk, gezien alle commotie, een duidelijk maatschappelijk belang (n.l. werkgelegenheid).
        Is Microsoft een maatschappelijk ondernemer? Bill Gates geeft met zijn foundation heel wat weg aan goede, ook maatschappelijke doelen. Dus: welke ondernemer is nu eigenlijk géén maatschappelijke ondernemer? Ik vind dat hele onderscheid in typen ondernemer nogal aanvechtbaar. En zeker het begrip “maatschappelijke onderneming” lijkt me steeds minder onderscheidend te worden. Maar misschien kun jij mij, Frank, uitleggen wanneer dit begrip “in een minder ‘eerlijke’ betekenis” wordt gebruikt?

        Ik ben, wat bibliotheekwerk betreft, het begrip “maatschappelijk ondernemer” tegengekomen in het VOB-jaarverslag 2012: de VOB wil in het kader van de branchestrategie ondernemerschap versterken en vindt zichzelf eigenlijk een “vereniging van maatschappelijk-ondernemers”. De VOB organiseert ook masterclasses “maatschappelijk ondernemen” voor bibliotheekdirecteuren, gegeven door Cubiss en Tias Nimbas. Ik signaleerde het in m’n gastblog op 28 augustus: http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsarchief/bericht/1000004478 .
        Ook Acta Advies (Hans Veen) en Peter van Eijk (PBF Innovatie) geven dergelijke masterclasses.
        PSO Cubiss noemt zichzelf een maatschappelijke onderneming. Het zou me niet verbazen als Acta en PBF Innovatie zichzelf ook zo zien.
        De maatschappelijke ondernemer leert zijn leerlingen maatschappelijk ondernemer te worden! Overigens noemen de PSO’s zich, om precies te zijn, “maatschappelijke ondernemingen zonder winstoogmerk”. Zie het position paper van de SPN: http://media.wix.com/ugd/f965eb_62163a621db0476e83833d87877e6019.pdf (op http://www.stichtingspn.nl/ ).
        Dat maakt het nòg ingewikkelder: er zijn dan blijkbaar ook maatschappelijke ondernemingen mèt winstoogmerk.
        Ook ik verlang soms terug naar de eenvoud van Frans Bergfeld: gewoon duidelijk onderscheid tussen collectief en privaat (met elk hun eigen waarde) en duidelijk in de wet vastleggen waar gemeenten zich t.a.v. bibliotheekwerk aan te houden hebben. Minstens een “level playing field” creëren voor alle soorten spelers en niet als OCW reppen van “niet-volwaardige bibliotheekvoorzieningen” (waaronder Karmac-bibliotheken) als je niet van plan bent er iets wezenlijks aan te doen (tabelletje pagina 18 beantwoording Kamervragen, 20 maart 2014). En natuurlijk behoren non-profit-instellingen als bibliotheken efficiënt en effectief te zijn (zo zuinig als mogelijk is omgaan met belastinggelden).
        Overigens vind ik veel interessanter dan de vraag of bedrijven winst mogen maken de vraag naar de (on)wenselijkheid van grote inkomensverschillen. The Economist signaleerde vorig jaar dat in vrijwel alle landen de Gini-coëfficiënt toeneemt (Gini 0 = iedereen heeft in een land hetzelfde inkomen, Gini 1 = één persoon heeft alle inkomen, de rest heeft niets) en zag daar een groot maatschappelijk probleem in, waar de overheden (dus niet: bedrijven) iets aan moeten doen.

        Tot slot: ik signaleerde eerder al eens een paar maal dat er rondom het bibliotheekwerk een hele korst zit van bedrijfjes en bedrijven die actief een graantje meepikken van alle vernieuwingen en veranderingen. Sommigen daarvan kennen we al jaren en horen eigenlijk (bijna) bij de branche. Er zijn zelfs draaideur-ondernemers: mensen die (een poosje) ergens in dienst waren van een bibliotheek en daarna bij een bedrijf(je) dat actief is op “de bibliotheekmarkt” (of zelf een bedrijfje gestart zijn). In de branche kennen we ze allemaal.
        En sommigen kwamen later zelfs weer terug in dienst van een non-profit-bibliotheek.

        • Frank Huysmans schreef:

          Wim, dank voor je uitgebreide reactie. Zoals je terecht aangeeft, is de wereld een stuk ingewikkelder geworden dan die was. Dat gegeven komt tot uitdrukking in terminologische dubbelzinnigheid die je aansnijdt. Juist dan is het zaak niet op de termen te varen maar op de achterliggende intenties. Daarvan is het ook niet altijd eenvoudig vast te stellen of ze ‘echt’ zijn. Als een bedrijf al enige tijd op een bepaalde manier opereert, is dat wel te beoordelen. Bij een startend bedrijf zou je ze het voordeel van de twijfel kunnen geven.
          Elke onderneming heeft (als het goed is) een missie en streeft naar winst. Gezien dat laatste is het onzin een bibliotheek een ‘onderneming’ te noemen (sociaal, cultureel, maatschappelijk of anderszins). Stichtingen zonder winstoogmerk kunnen wel een ondernemende houding hebben, gericht op bijv. het vergroten van het eigen verdienvermogen, van de maatschappelijke waarde, van het publieksbereik).
          Ik juich je poging om de humbug te bestrijden, maar kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat je impliciet wilt betogen dat de samenleving het beste af is met non-commerciële partijen in het dichterbij brengen van maatschappelijk wenselijke doelen. Ik leid dat bijvoorbeeld af uit wat je schrijft over het gelijke speelveld. Karmac zou in het voordeel zijn: “Karmac volgt niet de CAO Openbare Bibliotheken, draagt niet bij aan het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken, hoeft niet te voldoen aan certificeringseisen en is geen lid van de Vereniging van Openbare Bibliotheken”. Dat lijkt me geen eerlijke voorstelling van zaken. Ook ondernemingen moeten hun personeel concurrerende arbeidsvoorwaarden bieden en moeten het van hun eigen, of geleend, kapitaal hebben om überhaupt te kunnen investeren en actief te worden in het bibliotheekveld.
          Bovendien schrijf je “Ik hou niet van ‘doen alsof’ en zet me liever in voor een publieke instelling die zich er niet voor schaamt gewoon publiek te zijn dan voor een zogenaamde ‘maatschappelijke onderneming'”. Dat is, met alle respect, struisvogelpolitiek. De wereld wordt ingewikkelder, of we dat nu willen of niet. Ondernemers zien kansen in de sector, en we zullen hierop een antwoord moeten vinden. Om jou te parafraseren: ik zet me liever in voor kwalitatief hoogstaand openbaar bibliotheekwerk op lokaal en landelijk niveau door bibliothecarissen met hart voor de zaak. Of die bibliothecarissen in dienst zijn van een stichting of een BV mag daar voor mij aan ondergeschikt zijn.
          Beste groet, Frank

  6. Wim Keizer schreef:

    Frank, ik ben het helemaal met je eens waar je schrijft dat het onzin is een bibliotheek een “onderneming” te noemen (sociaal, cultureel, maatschappelijk of anderszins). Ik ben er tegen bibliotheken “ondernemingen” (welk type ook) te noemen, want m.i. wekt het alleen maar verwarring.
    Overigens snap ik wel een beetje de herkomst: er is sprake geweest van een wetsvoorstel over “maatschappelijke ondernemingen, maar dat is 23 januari 2013 ingetrokken, zoals de website van de Eerste Kamer vermeldt: http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20130123/brief_regering_brief_houdende_3.
    Het wetsvoorstel was omstreden.
    Er is op internet wel een en ander te vinden over “maatschappelijke ondernemingen”, zoals een brochure van VNO/NCW uit 2008, met als definitie: “De maatschappelijke onderneming is een privaatrechtelijke rechtspersoon net als alle ondernemingen. Zij realiseert maatschappelijke doelstellingen in wonen, zorg, welzijn en onderwijs. De maatschappelijke onderneming staat in een bijzondere relatie tot overheden en de burgers zonder zich te richten op het maken van geldelijke winst. De winst die wordt behaald, zit voor de maatschappelijke onderneming in het maatschappelijke rendement.”
    Zie: http://www.vno-ncw.nl/SiteCollectionDocuments/PMO/discnota_symposiumpmo.pdf.

    Ik geef er inderdaad de voorkeur aan dat non-profit-instellingen (en dus niet commerciële ondernemingen) met belastinggeld maatschappelijke, collectieve, publieke taken vervullen. Als commerciële partijen zich daartoe ook geroepen voelen en overheden met zulke partijen in zee gaan, ben ik voor een level playing field, zoals de VOB dat nastreeft op bibliotheekgebied. Eisen die de overheden stellen aan de bestaande non-profit-bibliotheken moeten m.i. ook gesteld worden aan commerciële partijen. Nu weet ik ook wel dat het voorstel-Stelselwet nauwelijks eisen stelt, maar dat is juist de reden dat ik al vaker heb geschreven: beter geen wet, dan deze slechte wet. Maar misschien zijn er los van de Stelselwet andere eisen waar bibliotheken aan moeten voldoen. Ik las de VOB daarnaar kijkt.

    Nu jij het met me eens bent dat het onzin is een bibliotheek onderneming te noemen, snap ik niet waarom je het dan vervolgen struisvogelpolitiek noemt als ik zeg niet van “doen alsof” te houden en me liever in te zetten voor een publieke instelling die zich er niet voor schaamt gewoon publiek te zijn dan voor een zogenaamde “maatschappelijke onderneming” (waarbij ik dus niet bedoel een onderneming zoals de jouwe, maar een non-profit-bibliotheekinstelling die zich onderneming noemt).

    Ik heb deze reactie ook weer even onder m’n eigen gastblog op Bibliotheekblad.nl geplaatst:
    http://www.bibliotheekblad.nl/(F(uWwb8yxMLbS7Yp1Tr_QHINxoN9I5T4iet25u_SlfJvB8KQHHr5Uwt_yeZBbTs7aPCi3x_gVqT-SdOXErksFyIFREV2mubqzal3lgrJRwqf6Sk73nCumc4tgbzasGoLKgt3zag2AJDj5PwZnx_GO-fskXsJTUAnzeDeH6Iyj4QrWQDEqj4yR5TI1aoBxR3O8eAL52YqhqPq4bvkBlInGyMw2))/rubrieken/gastblogs/bericht/1000005242

Reageer!

%d bloggers liken dit: