innovatie van de publieke informatievoorziening

Pannenkoeken snijden in 2017 met WareKennis

Bron: Arnold Reinhold, en.wikipedia.org (cc-by-sa 3.0)

Heeft u iets met getallen? Ik wel. Gelukkig niet in heel ernstige mate. Dat 2017 een priemgetal is, ach. Dat was 2011 ook. En we hoeven maar tien jaar te wachten op het volgende priemjaar. Wat 2017 echt speciaal maakt, is dat het een pannenkoekensnijjaar is. Bij het vorige (1954) waren mijn ouders net tieners, en het volgende in 2081 hoop ik niet meer mee te maken.

63 sneden

Voor u nu denkt dat ik een tik van de molen of de alcohol (die de afgelopen weken, toegegeven, rijkelijk vloeide) heb gekregen een korte toelichting. Het pannenkoekensnijprobleem gaat over de vraag in hoeveel stukken je een pannenkoek (of taart, of cirkel, of eigenlijk elk willekeurig vlak) maximaal kunt verdelen met n rechte sneden. Eén en twee sneden leveren twee en vier stukken op. Tot zover alles onder controle. Bij de derde snee begint het. Ieder normaal mens zal die door het kruispunt van de eerste twee laten lopen om zo zes stukken te krijgen. Als het vertonen van afwijkend gedrag je tweede natuur is, krijg je er zeven (zie foto). Bij de vierde snee kun je er maximaal elf krijgen. Het aantal stukken is steeds het aantal stukken dat je kreeg na de vorige snee plus n, het volgnummer van de snee. In formulenotatie is het aantal stukken ½(n2+n+2). Als u voor n het getal 63 invult, ziet u dat u na zoveel keer snijden 2017 stukjes pannenkoek op uw bord kunt hebben liggen. (De kunst is natuurlijk om er qua gewicht gelijke stukken van te maken. Succes.)

Postmoderne spin

U begrijpt: 2017 wordt een bijzonder jaar. Er liggen flinke uitdagingen te wachten voor een bedrijf dat zich WareKennis noemt. Tweeduizendzestien eindigde in verwarring. Als we nog dachten dat we het in het maatschappelijke debat op zijn minst over de feiten eens konden worden, is die overtuiging stevig aan het wankelen gebracht. Post-truth en #fakenews dienden zich nadrukkelijk aan als realiteit. Meester van de postmoderne spin is de aanstaande Amerikaanse president @realDonaldTrump. Die presteert het om snoeihard te ontkennen wat hij in eerdere tweets – verifieerbaar – heeft beweerd. Maar een aanzienlijk deel van zijn supporters haalt daarover de schouders op. Zij stellen dat de gevestigde media (mainstream media, ‘MSM’) er alleen maar op uit zijn hun held te beschadigen omdat het niet kunnen verkroppen dat ‘hun kandidaat’ Hillary Clinton niet heeft gewonnen. (Lees vooral dit stuk.)

Als we nog dachten dat we het in het maatschappelijke debat op zijn minst over de feiten eens konden worden, is die overtuiging stevig aan het wankelen gebracht.

Hier te lande brak voor de kerst een relletje los toen boze tongen beweerden dat de publieke omroep (NPO) ons ‘fijne decemberdagen’ wenste om zo de islamitische landgenoten niet voor het hoofd te stoten. Zelfs de minister-president voegde zich in het koor en stelde dat het bij Nederland hoort dat we elkaar fijne kerstdagen en niet feestdagen wensen.

Als leider van de VVD deed hij dat tijdens het wekelijkse interview met de minister-president van de NPO zelf. Terwijl we mogen verwachten dat hij in zijn hoedanigheid van premier geen partijpolitiek bedrijft. (En wat bleek: zelf had hij in 2011 op Twitter zijn volgers nog ‘fijne feestdagen’ gewenst.)

Het geeft te denken over het niveau van de aanstaande campagne voor ’15 maart’. Het is niet waarschijnlijk dat we ‘spin’ en nepnieuws gaan ontlopen. Ter illustratie: op Twitter lieten sceptici met behulp van de gedigitaliseerde krantenpagina’s in Delpher zien dat het woord ‘feestdagen’ in december al héél lang wordt gebruikt, in 1923 bijvoorbeeld. Voorstanders van de ‘nu-pakt-de-linkse-elite-ons-ook-nog-ons-kerstfeest-af’-theorie reageerden laconiek: daarmee laat je alleen maar zien dat de pers altijd al links was!

Publiek debat immuun?

Is het publieke debat inderdaad immuun aan het raken voor feitelijkheid en voor ware kennis, zoals hele bacteriestammen voor antibiotica? Het is een vraag die me sinds een aantal maanden bijna dagelijks bezighoudt. Ik neem me voor 2017 voor over te gaan denken en schrijven. Eerst het probleem beter diagnosticeren; dan pas helpen aanpakken. ‘Helpen verhelpen’, schreef ik aanvankelijk, maar het is te optimistisch om te denken dat je de verspreiding van onwaarheden helemaal de wereld uit kunt helpen, net zomin als terrorisme. Mensen delen sinds mensenheugenis graag verhalen met elkaar, zeker als ze onverwachte, opwindende, griezelige of anderszins van de dagelijkse sleur afwijkende elementen bevatten. En met sociale media gaat het delen zoveel sneller en makkelijker dan zonder. ‘Geen idee of het waar is hoor, maar voor wat het waard is wil ik je toch even doorgeven dat…’ Bovendien neigen ze ertoe informatie die hun (voor)oordelen bevestigt eerder voor waar aan te nemen dan daarmee strijdige informatie.

Mijn vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van op observaties stoelende kennis en logica op de nonsens in het publieke debat heeft in 2016 een knauw gekregen.

Zelfs, of juist, met die kennis in het achterhoofd moet ik u bekennen dat mijn vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van op observaties stoelende kennis en logica op de nonsens in het publieke debat in 2016 een knauw heeft gekregen. Daarom ga ik op zoek naar interpretaties en verklaringen. Die zullen minder onwrikbaar zijn dan de pannenkoekensnijformule hierboven. Maar allicht zullen ze behulpzaam kunnen zijn in het begrijpen van de platformsamenleving van 2017. Een jaar waarin WareKennis vijf jaar oud gaat worden. Wanneer dat is? Op 20 januari, toevallig ook de dag waarop de enige echte @realDonaldTrump wordt ingezworen als de nieuwe Amerikaanse president. (Jammer voor hem.)

Aan het werk!

Gaat er dan alleen maar gefilosofeerd en getheoretiseerd worden in 2017? Allerminst. Er gaat zeker ook hard gewerkt worden aan opdrachten. Allereerst aan de afronding van onderzoekswerkzaamheden voor de Monitor Jeugd en Media 2016 in opdracht van Kennisnet, waarvoor ruim 1600 jongeren van 10 t/m 18 jaar een lijst vragen hebben beantwoord. De samenwerking met mijn oud-collega’s van het Sociaal en Cultureel Planbureau voor de digitale publicatie Media:Tijd in kaart, die op 20 december verscheen, krijgt een vervolg in een onderzoeksrapport dat we gaan schrijven over tijdsbesteding aan lezen van papier en van scherm. Te verschijnen aan het eind van het jaar. Ik ga er een à anderhalve dag per week aan besteden.

Natuurlijk kom ik af en toe ook mijn kantoor uit! Op 2 februari mag ik een keynote verzorgen op het jubileumcongres van de sectie Speciale Bibliotheken van de KNVI, die zijn 75-jarig (!) bestaan viert. Op 9 maart ben ik present op de VOGIN-IP-dag, waar ik een workshop verzorg over information politics op de VOGIN-IP-dag, in het verlengde van dit essay uit 2014 in vakblad Informatieprofessional. Ik blijf vaste columnist en redacteur van dit lijfblad voor de IP’er, dat het komend jaar zijn archief weer open gaat stellen en gaat experimenteren met digitale uitgaven.

Als adviseur Media van de Raad voor Cultuur ben ik momenteel betrokken bij een advies over mediawijsheid dat in de loop van dit jaar moet uitkomen. Nieuw is mijn bestuurslidmaatschap van de Auteursbond, de rechtsopvolger van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers (VSenV), een koepelorganisatie waarin zijn opgenomen de in 1905 door Lodewijk van Deyssel opgerichte Vereniging van Letterkundigen (VvL) maar onder andere ook de Vereniging van Educatieve Auteurs – die ik in het bestuur zal vertegenwoordigen -, de Freelancers Associatie en het Netwerk van Scenarioschrijvers. Binnen de nieuwe Auteursbond worden deze verenigingen secties onder een zevenkoppig algemeen bestuur en een adviesraad. (Voor de goede orde: de werkzaamheden voor Raad voor Cultuur en Auteursbond verricht ik niet in opdracht; ik krijg er wel een onkosten-/vacatievergoeding voor).

Er komt vast nog meer binnendruppelen, maar het jaar is alvast behoorlijk gevuld naast mijn 0,4 fte aanstelling als bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, die nog loopt tot najaar 2020. In beide hoedanigheden wens ik u een heel goed en gezond 2017, wat dat laatste betreft beter zonder pannenkoeken, en hoop ik u tegen te komen.


Bewerkingsgeschiedenis:

  • 04-01-2017: clip met interview minister-president ingevoegd.
Creative Commons License
Met WareKennis van start in 2017 is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 2 januari 2017 | Posted in opinie, WareKennis | Tagged , , , , , , | 2 Comments

E-book lending in the Netherlands in European perspective

Source: http://www.bibliotheek.nl/ebooks

Source: http://www.bibliotheek.nl/ebooks


The text below was prepared for the Danish Ministry of Culture’s Book and Literature Panel. On 3 May 2016, I was invited to Copenhagen to give a presentation about the state of e-book lending through public libraries in the Netherlands. After the meeting I wrote the text with some updated information. The text was finalized on 26 August 2016 and has been translated into Danish for a publication of the Danish Ministry of Culture. The original English and Danish language versions of the publication in which it was included can be downloaded from this site.

1. The public library landscape in the Netherlands

Since the turn of the millennium, the number of public library organizations in the Netherlands has declined considerably, from 544 in 1999 to 156 in 2015 (Statistics Netherlands, 2016). A policy program called Library Renewal (‘Bibliotheekvernieuwing’, 2000-2008) succeeded in arriving at a limited number of larger organizations through mergers of local libraries. Library organizations are providing public library services in multiple municipalities. The 156 organizations are currently operating

  • 782 branches with a minimum of 15 opening hours per week
  • 215 service points, opened 4-15 hours per week
  • 55 mini service points, opened less than 4 hours per week
  • 67 delivery points
  • 11 self-service libraries without staff
  • 10 book mobiles with 141 stops

(Netherlands Public Library Association, 2016).

Public library membership in the Netherlands is a paid membership, at least for adults. Most library organizations offer free memberships for children and youngsters, but for those aged 16-17 it is common they have to pay a fee. From the age of 18 (19 in Amsterdam), a full membership fee is due, the height of which varies between library organizations and is also dependent on the service level. Typically, libraries offer a choice between three membership options: a regular membership, a cheaper reduced version for incidental borrowers, and a more expensive top version for library aficionados. As an example, in the public library of Amsterdam the corresponding rates are € 35 (€ 25 for 19-22 years and over 65s), € 20, and € 55 (€ 45 for 19-22 and over 65s). What is included in each of the membership versions is dependent on local conditions.

Only one in every eight euros of the total public library budget is paid by registered members.

It is important, however, to stress that the Dutch public library system, as elsewhere, is financed largely by the local, regional and national governments. In 2015, subsidies constituted over 82 per cent of the total budget of public libraries (519.4 million euros), whereas 12 per cent derived from membership fees (the remainder of the budget coming from provinces, other grants and contributions, and on-charged costs; the budget for the national e-book portal is not included in this sum). In other words, only one in every eight euros is paid by registered members.

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 27 oktober 2016 | Posted in beleid, English, onderzoek, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , , , , , , | 1 reactie

In het antiquariaat

160818_antiquariaatDe loopgraven beginnen direct achter de deur. Een gaat naar links en een naar rechts, met nog een aftakking verder naar rechts. Ergens halverwege blokkeert de antiquair, zittend op een krukje, de rechter doorgang en een midscheepse verbinding tussen de beide linies. Voor tot de nok gevulde boekenkasten liggen stapels boeken die tot borsthoogte reiken. Voorzichtig schuifel ik de linker loopgraaf in, erop lettend dat ik mijn maat 45 recht vooruit beweeg. Eén tikje met de schoenpunt tegen het onderste boek en een domino-effect ligt op de loer. Honderden kilo’s boeken op mijn borstkas en die van de eigenaar. Dood door uitdroging is niet ondenkbaar.

Ik bekijk een van de stapels wat aandachtiger, van boven naar beneden. Engelstalige literatuur. Maar wacht, ook psychologie. En geschiedenis. De stapel ernaast herbergt vertaalde literatuur en esoteriek. Een meter verderop reikt een constructie van kruiselings gestapelde, half gevulde bananendozen niet helemaal tot het maaiveld.

Misschien zijn die stapels boeken niet zo wankel als ze eruit zien. Een tv-documentaire over dry stone walls schiet me weer te binnen. Ierland staat er bekend om: de stenen muurtjes als afrastering van weilanden, zonder cement opgericht. Het blijkt een heuse craft te zijn: hoe je die stenen zo stapelt dat de muren niet bij de eerste de beste najaarsstorm omvallen. Aan de Kroatische kust zie je ze ook. Vermoedelijk hebben landbouwers overal ter wereld waar vruchtbare grond met keien bezaait ligt met omvallen en opstapelen geleerd hoe je ze het best van je land verwijdert en er vervolgens de grenzen van je territorium mee markeert. Dat het ambacht ook tot het boekenantiquariaat zou kunnen zijn doorgedrongen lijkt me ineens niet meer zo onwaarschijnlijk.

‘Kunt u het een beetje vinden?’

Aan het eind van de pijpenla die de winkel is, wijst een bocht de weg naar de andere linie. Daar vind ik wat me compulsief winkels als deze doet binnengaan: vakliteratuur in de sociale wetenschappen. Een boek uit 1973 van de aartsvader der Nederlandse empirische sociologie, F. van Heek, blijft aan mijn vingers kleven. Vijf euro. Terwijl mijn blik van links naar rechts zigzaggend naar beneden glijdt, helpt het etiket ‘Afrika’ me uit de droom: ‘sociale wetenschappen’ reikt niet tot de vloer. ‘Afrika’ is opgeborgen in een halfsteens verband van fruitkistjes. Inderdaad veel boeken over Afrikaanse landen en culturen, maar ook een boek ‘Verhalen uit de Deense literatuur’. (Vooruit, dankzij Robert Redford en Meryl Streep weten we dat er ooit een Deense schrijfster in Kenia heeft gewoond.)

‘Kunt u het een beetje vinden?’ Ik schrik van de plotselinge aandacht. ‘Ik eh… kijk een beetje rond,’ stamel ik terug. Dat is niet gelogen. Veel meer kan ik niet doen.

De deur gaat open. Een man, begin zeventig, onverzorgd haar en dito baard, met knokige beentjes stekend uit een korte broek. Zijn rechter hand steekt door de grepen van een plastic tas. Nog voor aanvang van zijn schuifelexpeditie steekt hij van wal tegen de antiquair. Samenhang tussen zijn woorden en zinnen kan ik niet ontdekken. Geduldig hoort de eigenaar hem aan. Af en toe zegt hij wat terug op een toon die berusting en het uitoefenen van geduld verraadt.

Ik moet denken aan de zin die ik zonet op straat opving. Een terras passerend hoorde ik een jonge vrouw in haar telefoon zeggen: “Moet hij niet eerst even een verdrietbiertje doen?” De dagen van de man met de plastic tas bestaan, vrees ik, uit het doen van een aaneenschakeling van verdrietbiertjes.

Even later zie ik vanuit mijn ooghoek dat de hand van de boekverkoper geld in zijn broekzak laat verdwijnen. Met een zwaaibeweging die een groet zou kunnen zijn, beweegt de man met de plastic tas zich weer naar de uitgang. Kwam hij eerder weggelegde boeken ophalen en afrekenen? Hij was maar heel even binnen.

Een jaar of wat geleden was ik in een soortgelijke boekhandel in een Duitse stad (ik ben vergeten welke). De eigenaar bleek een gesjeesde student geschiedenis, filosofie en sociologie, met baard, die er prat op ging dat hij elke titel die ik noemde meteen zou kunnen vinden. Mits voorradig uiteraard. Die uitdaging ging ik graag aan. Zijn visuele geheugen stelde hem en mij niet teleur. Al heeft hij vast een paar keer gejokt toen hij zei dat hij een bepaald boek bestimmt niet had.

Ook hier viel het laatste daglicht waarschijnlijk al ruim voor het begin van deze eeuw op de onderste helft van de kasten.

In de hoek rechts van de ingang zie ik dat er achter de dry book walls – hier wat lager – wel degelijk een min of meer geordende collectie schuilgaat. Achtereenvolgens Engels-, Frans- en Duitstalige literatuur staat er min of meer alfabetisch geordend in donker gebeitste kasten. Maar ook hier viel het laatste daglicht waarschijnlijk al ruim voor het begin van deze eeuw op de onderste helft van de kasten. En hoe lang zouden ze daar al staan, die boeken? Beschermd tegen verkleuring door de zonnestralen die ’s zomers een paar uur over de daken van de tegenover gelegen panden reiken. Prooi voor de oprukkende papiervisjes. Of beschimmeld door het vocht dat een verstopte afvoer in het naastgelegen pand in 1994 in de muur heeft doen dringen? Het ruikt er als in de hele winkel naar vergeeld papier, niet naar schimmel.

Wat doe je als je steeds weer mooie collecties krijgt aangeboden voor bijna niets? Wanneer de kelderbox vol is en je Shurgard-boxen eveneens? Je begint met rijtjes boeken op de vloer direct voor de kasten. Verder met stapeltjes. Als in een slagader die dichtslibt verdwijnen de aderwanden langzaam maar zeker uit zicht. Het probleem is dat de patiënt zo’n bijna-infarct heel lang kan volhouden. Want dotteren is té pijnlijk.

Creative Commons License
In het antiquariaat is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 29 augustus 2016 | Posted in essay, WareKennis | Tagged | Comment