innovatie van de publieke informatievoorziening

Doemscenario’s links en rechts


Wat heeft u liever? De werelddominantie van de militante islam? Of het slopen van de Amerikaanse democratie door neofascisten? Het eerste wordt werkelijkheid als theedrinkende, moslimknuffelende deugmensen niet heel snel de realiteit onder ogen gaan zien. Het tweede doembeeld komt op het conto van de Amerikaanse ‘alt-right’. In hun blinde haat tegenover alles wat liberaal-links is willen deze figuren de hele wereld, inclusief zichzelf en de democratische rechtsorde, naar de kelder jagen.

Hang een paar uurtjes rond in welgekozen regionen van Facebook en Twitter, en linksom of rechtsom is het einde nabij. Van sociale media werd ooit gedacht dat ze het publieke debat een positieve impuls zouden geven. Viel dat even tegen. Sommigen zien in de anonimiteit van ‘reaguurders’ de oorzaak van de voortdurende scheldpartijen. Maar vlak ook de ad hominems van mensen die onder eigen vlag opereren niet uit. Er moet daarom nog iets anders aan de hand zijn. Sommige waarnemers menen dat de oorsprong ligt in het onvermogen om anderen met woorden te overtuigen. Zelf twijfel je niet aan je eigen gelijk en daarom is de compleet tegengestelde visie van de ander onuitstaanbaar.

Er is naast deze psychologische duiding een meer sociologische. Na de moord op politicus Pim Fortuyn in 2002 overspoelde een tsunami van rechtse woede de ‘linkse kerk’. Links Nederland, zeiden de critici, had jarenlang iedereen die voorzichtig probeerde te wijzen op problemen met integratie van immigranten als halve of hele racisten weggezet. Tijdens de Fortuyn-revolte nam rechts verongelijkt het woord. Beginnend met de frase “je mag het eigenlijk niet hardop zeggen, maar…”.

Van sociale media werd ooit gedacht dat ze het publieke debat een positieve impuls zouden kunnen geven.

De Duitse socioloog Niklas Luhmann stelde dat onderscheidingen doorgaans een positief gewaardeerde zijde kennen. En dus ook een negatieve kant. Denk bijvoorbeeld aan rijk/arm, gezond/ziek en vriend/vijand. Je kunt denk ik volhouden dat links er in de jaren tachtig en negentig in is geslaagd om die positieve zijde bezet te houden. De verschrikkingen die in Europa in naam van het fascisme waren begaan, gaven de linkerzijde een comfortabel moreel polster.

Rechts heeft sindsdien stevig op de linkse morele superioriteit ingebeukt. Met een beroep op het gezonde verstand heeft ‘wakker Nederland’ de balans naar de andere kant doen uitslaan en is het de positieve kant van de links/rechts-onderscheiding voor zichzelf gaan opeisen. En met enig succes. Het doet althans inmiddels wat vreemd aan als rechtse commentatoren zichzelf als underdog afficheren. Maar links, dat getuige de laatste stembusgang in de touwen hangt, geeft zich nog niet gewonnen. Het gevecht om de positieve zijde is nog niet beslist. En wie weet komt er ook geen winnaar. Verklaart dat wellicht de diepzwarte tinten van de doemscenario’s waarmee men elkaar op de sociale media om de oren slaat?


Deze column verscheen in Vakblad Informatieprofessional, jaargang 21 nummer 5, juni 2017.


Creative Commons License
Doemscenario’s links en rechts is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 14 juni 2017 | Posted in columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , | Comment

Daar was een app voor

There’s an app for that. Deze door Apple als handelsmerk geregistreerde slogan geeft volgens critici en satirici perfect aan wat er mis is met Silicon Valley: het naïeve geloof dat er voor zo’n beetje alle problemen een technische oplossing te vinden is.

Bron: bbc.com

De Witrussische internetcriticus Evgeny Morozov doopte het ‘solutionisme’. Dood is het geloof nog lang niet, maar er begint wel een vreemde geur omheen te hangen.

Kort geleden werd Facebook in verlegenheid gebracht door een psychopaat die een filmpje postte van een zojuist gepleegde moord op een willekeurige voorbijganger. Facebook verwijderde het zo snel het kon nadat het door gebruikers was gerapporteerd. Het filmpje stond desondanks ruim twee uur online. Facebookbaas Zuckerberg kondigde vervolgens aan dat kunstmatige intelligentie ‘in de komende jaren’ zulke filmpjes meteen zou kunnen detecteren en offline halen. Get snuff movies off your social network fast? There’s…

De samenleving. Internetgiganten hebben het er maar moeilijk mee. Ik twijfel er niet aan dat kunstmatige intelligentie aanstootgevende uploads snel zal kunnen detecteren en voorleggen aan een menselijke beoordelaar. Maar als je het ingrijpen zelf aan de machine uitbesteedt, krijg je onvermijdelijk meer false positives en false negatives: ten onrechte geblokkeerde of toegestane inhoud. Waarna je telkens excuses zult moeten aanbieden en de fout herstellen.

De samenleving. Internetgiganten hebben het er maar moeilijk mee.

Ook Google kan het niet langer af met algoritmes alleen. Reden? Het recht om vergeten te worden. Het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaalde in 2014 dat wie een zoekmachine aanbiedt ook verantwoordelijk is voor de links die er worden gepresenteerd. Als iemand er last van heeft dat niet langer relevante informatie uit het verleden steeds weer opduikt, moet hij dat bij Google kunnen melden. De zoekgigant moet dan van geval tot geval beoordelen of het individuele privacybelang opweegt tegen het algemeen belang van vrije toegang tot informatie.

Interessant is dat nu ook het Internet Archive zijn zoekrobots een handje gaat helpen. Tot voor kort respecteerde het webarchief de wens van sitebeheerders, neergelegd in het bestandje robots.txt, om niet geïndexeerd en niet gearchiveerd te worden. Nu is men daarvan afgestapt en legt men toch alles vast. Kennelijk gingen steeds meer sites er zonder motivering toe over het archiveren te verbieden. Vooral als er politieke belangen meespeelden. Hierdoor dreigde de waarde van het webarchief te worden ondermijnd en, vooral, het algemeen belang geschaad. Wel is er nog altijd de mogelijkheid om een mailtje te sturen. Aanvragen om toch niet gearchiveerd te worden krijgen een afzonderlijke weging, vergelijkbaar met Google.

Stukje bij beetje slinkt de speelruimte voor techondernemers, ook voor bijvoorbeeld Uber en Airbnb, om algoritmes hun goddelijke, solutionistische gang te laten gaan. Jammer voor de Californische economie, maar beter voor de globale rechtvaardigheid.


Deze column verscheen in vakblad Informatieprofessional, jaargang 21 nummer 4, 11 mei 2017.


Creative Commons License
Daar was een app voor is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 14 mei 2017 | Posted in columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , | Comment

Vermolming

Bron: www.landelijkehuisstijl.nl

Soms heb je ineens een zin neergepend die normaal gesproken je column nooit gaat halen. Zoals deze:

Zullen de openbare bibliotheken ooit herrijzen uit de as die het neoliberalisme, die alle ethiek en moraal verzengende, zichzelf als waardenvrij maskerende ideologie, heeft achtergelaten?

Te lang en veel te ingewikkeld met die dubbele bijzin. Na het herlezen moest ik er zelf van bijkomen. En u? Gaat het weer een beetje?

Enfin, openbare bibliotheken dus. Ik twijfel. Het instituut ‘openbare bibliotheek’ heeft voor meer hete vuren gestaan. De confessionele bibliotheken die er niets voor voelden om te worden opgenomen in de schoot der ‘openbaren’. Het toegeven aan de censuurwensen van de nazi’s om zich de nog meer gehate N.S.B. van het lijf te houden. De bombardementen (o.a. Gorinchem) en het in de vuurlinie liggen (Zutphen). De bestuurlijke decentralisatie in de jaren ’80 die later zo onhandig bleek bij het bouwen van een digitale bibliotheek. En het kwart van het personeel dat recentelijk als gevolg van de kredietcrisis moest ‘afvloeien’.

Het wemelt in de bibliotheek-backoffice van de managers en marketeers die het over het ‘engagement’ van hun ‘klanten’ hebben.

Maar dit waren allemaal invloeden van buitenaf. De vermolming grijpt nu van binnenuit om zich heen. Het wemelt in de bibliotheek-backoffice van de managers en marketeers die het over het ‘engagement’ van hun ‘klanten’ hebben. Er zijn corporate communication-afdelingen die waken over de corporate branding en de corporate identity. Nog dit kalenderjaar verwacht ik een mailtje in mijn inbox: ‘U heeft recent een van onze diensten afgenomen. Mogen wij u een paar vragen stellen over uw bezoekervaring, zodat wij u in de toekomst nóg beter van dienst kunnen zijn?’

Ander voorbeeld. Mij kwam ter ore dat een bibliotheek in een van de lager gelegen delen des lands recent de eigen wifi heeft ingeruild voor die van een commerciële aanbieder (“Genereer omzet uit je wifi in 5 stappen”). Een ‘quick win’ volgens de plaatselijke bibliotheekmarketeers. Kosten flink omlaag, de afdeling IT krijgt het een stuk rustiger en “de klant merkt het verschil toch niet”. Die laatste hoeft zich alleen maar aan te melden met zijn Facebook- of Instagram-account. Terwijl de gratis WiFi wordt gebruikt, verzamelt het bedrijf “persoonlijke informatie als leeftijd, geslacht en woonplaats, maar ook contactinformatie en interesses” voor de bibliotheek. “Track het gedrag van je bezoekers. Automatiseer je marketing.”

In 2006 zei ik in mijn inaugurele rede dat bibliotheken goede ideeën uit de markt schaamteloos moeten kopiëren als ze er beter van kunnen worden. Wel met een hele grote ‘maar’: zonder daarbij hun publieke missie uit het oog te verliezen. Het imago van je organisatie bouw je op met lezen, leren, informeren, cultureel vormen en ontmoeten, niet met communicatiemanagement. En je levert de privacy van je gebruikers niet uit aan startups die hun investeringskapitaal moeten terugverdienen. Simpel. Dus: een welgemeend excuus voor die ingewikkelde zin aan het begin.

Deze column verscheen in Vakblad Informatieprofessional, jaargang 21 nummer 3, april 2017.

Posted by Frank Huysmans on 13 april 2017 | Posted in columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Comment