innovatie van de publieke informatievoorziening

Welke kant kiezen wij informatieprofessionals? Een essay

bron: http://www.informatieprofessional.nl

bron: http://www.informatieprofessional.nl

Op 28 februari meldde dagblad The Guardian op basis van door Edward Snowden beschikbaar gestelde bestanden dat de Britse geheime dienst GCHQ afbeeldingen van Yahoo!-gebruikers had vervaardigd door zonder hun medeweten hun webcams foto’s te laten maken. De dienst deed dit om zo aan afbeeldingen van mogelijke terroristen te komen. In een periode van zes maanden in 2008 alleen ging het om 1,8 miljoen afbeeldingen. Analyse van die foto’s liet zien dat 3 tot 11 procent van die afbeeldingen seksueel expliciete handelingen toonde en niet geschikt bleek voor identificatie van mogelijke doelen van de geheime dienst. Waar de wetgeving de GCHQ beperkingen oplegt in het monitoren van de eigen burgers, geldt dat niet voor buitenlanders. In het bijzonder de vele Amerikaanse Yahoo!-gebruikers en wie weet ook een aantal Nederlanders.
Een dag eerder stuurde Reed Elsevier een persbericht uit. Voor het bedrijf was 2013 een goed jaar. De omzet steeg tot 7,1 miljard euro en de nettowinst tot 1,3 miljard. Een belangrijk deel van de omzet en winst verkrijgt het bedrijf uit zijn wetenschappelijke uitgaven. Wetenschappelijk onderzoek, grotendeels met publiek geld betaald, vindt zijn weg naar tijdschriften. Omdat de uitgevers in de regel het auteursrecht op de publicaties verkrijgen, kunnen zij deze tijdschriften weer verkopen aan universiteiten en andere onderzoeksinstituten. De winst die zij daarmee maken, vloeit via dividenduitkeringen naar private aandeelhouders.

In ons vak staan we niet zo vaak stil bij de politieke en economische belangen van informatiestromen

Informatievrijheid en neutraliteit

Het zijn twee heel verschillende nieuwsberichten. Toch hebben ze iets gemeen: de gevolgen voor de vrijheid van informatie. Van het bespioneren van burgers in hun privédomein gaat een zogenaamd ‘chilling effect’ uit. Als de overheid in staat is je communicatie te onderscheppen en monitoren, ben je minder geneigd om je kritisch te uiten tegenover diezelfde overheid. En het auteursrecht op met belastinggeld gefinancierde wetenschappelijke publicaties verhindert het kennisnemen ervan door gewone burgers, maar (vooral) ook door startende bedrijfjes die zich – in tegenstelling tot grotere bedrijven – de dure licenties niet kunnen veroorloven.
In de informatieprofessie staan we niet zo vaak stil bij de politieke en economische belangen die met informatiestromen gepaard gaan. We zien informatie doorgaans als iets neutraals. Informatie is er, is ondergebracht in bestanden en voorzien van metadata. Als iemand een informatievraag heeft, proberen we die te vertalen naar het zoeksysteem en leveren we de informatie aan die we vinden. Onszelf zien we graag als neutrale informatiebemiddelaars. We streven daarbij naar juistheid, volledigheid, evenwichtigheid en indien gewenst ook actualiteit. Bij het opslaan en terugvinden van informatie hanteren we liever geen premissen van wenselijkheid en gekleurdheid.

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 6 april 2014 | Posted in beleid, opinie, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , , , , , , , | 2 Comments

De piraat is eigenlijk een parasiet

Foto: Kai Schreiber, Parasites (Flickr.com, cc by-sa 2.0)

Ik ben een piraat, jij bent een piraat. Hoeveel mensen doen het? E-books downloaden en uitwisselen terwijl dat eigenlijk niet mag? Je kunt het ze vragen. Maar of je dan eerlijk antwoord krijgt? Hoewel, door het precedent van de muziek- en filmuitwisseling via Napster, Kazaa, BitTorrent, LimeWire en Pirate Bay zijn we die gêne misschien wel voorbij.

Een onderzoek van het Amsterdamse Instituut voor Informatierecht en het Tilburgse CentERdata naar het downloaden van muziek, films en series, games en boeken schetste in 2012 een geruststellend beeld. De ruim 2000 Nederlanders vanaf 16 jaar die werden ondervraagd, geven aan dat ze voor al die soorten content veel vaker naar de winkel gaan of downloaden/streamen uit legale bron dan dat ze dat laatste uit illegale bron doen. Slechts 6,3% van onze landgenoten zou wel eens torrentsites afstruinen op zoek naar e-books. Omdat deze mensen in grote meerderheid ook legaal kopen of downloaden, zou het percentage exclusieve e-bookpiraten slechts 0,4% bedragen.

Psssst…! E-bookjes hebben?

Een omissie in dit onderzoek is dat een veelvoorkomende wijze van auteursrechtschending niet is onderzocht: het onderling uitruilen van bestanden op schijfjes en sticks. Eenmaal van een torrentsite geplukt, is een bestand met duizenden boeken in no time onderweg naar familie en vrienden (en vervolgens naar hún familie en vrienden) die zelf niet op het idee zouden komen om op ‘dutch ebooks torrent’ te googelen.
Het beeld is ook in die zin vertekend dat een belangrijk deel van de bevolking geen e-books leest. Een ander recent onderzoek in opdracht van Stichting Marktonderzoek Boekenvak geeft uitgevers en boekverkopers een minder geruststellend beeld. De groep die ‘ten minste soms’ e-books leest, kreeg hier enkele nadere vragen voorgelegd.

Eenmaal van een torrentsite geplukt, is een bestand met duizenden boeken in no time onderweg naar familie en vrienden (en vervolgens naar hún familie en vrienden) die zelf niet op het idee zouden komen om op ‘dutch ebooks torrent’ te googelen.

Van alle mogelijke antwoorden op de vraag hoeveel digitale boeken men per jaar verkrijgt, en hoe, scoorde ‘van iemand gekopieerd/met iemand geruild’ het hoogst. Op twee en drie eindigden het gratis legaal en gratis illegaal downloaden. In deze categorieën gaat het gezamenlijk om zo’n twintig stuks. Daartegenover scoort ‘gekocht bij boekwinkel op internet’ een schamele drie boeken jaarlijks. In overeenstemming hiermee zeggen deze mensen dat, sinds ze zijn begonnen met het lezen van digitale boeken, zij overwegend meer boeken ‘op de een of andere manier in bezit krijgen’ en meer tijd besteden aan lezen, maar dat het aantal (papieren én digitale) boeken dat zij kopen of lenen sindsdien is afgenomen.

Veertienduizend e-pubs

Waarnemers uit de boekenbranche maken zelf geregeld melding van wat zij in hun eigen omgeving zijn tegengekomen. Er circuleert op fysieke dragers een gecombineerd bestand van rechtenvrije én beschermde werken in e-pubformaat dat almaar aangroeit. Het laatste getal dat op Twitter voorbijkwam, was 14.000 titels. Daaronder veel populaire (voormalige) bestsellers van onder meer Appie Baantjer, Dan Brown, Karin Slaughter, Maeve Binchy en Stephen King.

Als piraterij inderdaad zoveel voorkomt, is het verleidelijk om te concluderen dat er niet tegen te vechten valt. Maar de ervaring in de muziek- en filmbranche leert het tegenovergestelde. Daar bleek er wel degelijk een markt te zijn voor betaalde digitale content toen het aanbod er eenmaal was. Lang probeerden de grote platen- en filmmaatschappijen vast te houden aan hun cd’s en dvd’s en de digitale verspreiding met juridische middelen tegen te gaan. Totdat Apple en anderen die digitale verspreiding juist omarmden en consumenten in groten getale bereid bleken ervoor te betalen. Enquêtes laten in meerderheid zien dat dit ook voor e-books zou kunnen gaan gelden. Mits de prijzen dalen en er geen hindernissen in de vorm van digital rights management (DRM) zitten ingebouwd.

Piraten en parasieten

Al met al zijn het revolutionaire tijden voor het boekenvak. In de onderzoeksrapporten klinkt die turbulentie door. Nooit eerder is het intellectuele eigendomsrecht zo eenvoudig en op zo grote schaal ontdoken. Het is echter een misvatting dat piraterij pas met de digitalisering haar intrede in de Republiek der Letteren heeft gedaan. Het is er al zo lang als er gedrukte boeken bestaan. Gutenbergs uitvinding stelde de wereldlijke en kerkelijke machthebbers voor een flinke uitdaging. Met licenties, patenten en registers werd gepoogd het nieuwe ambacht in bestaande beheersstructuren te vangen. Dat lukte heel aardig, maar zeker niet volledig. Zoals Adrian Johns in zijn monumentale cultuurgeschiedenis Piracy laat zien, heeft de piraterij van de twintigste eeuw op radio, televisie, cd’s en dvd’s haar wortels in de vijf eeuwen ervoor. In de vroegmoderne tijd hield men zich aardig aan de ongeschreven regels van het drukkersambacht om een eenmaal door een vakgenoot in de drukkersregisters ingeschreven werk ongemoeid te laten. In meer turbulente tijden, zoals de achttiende eeuw, verspreidde de Verlichting zich massaal via ongeoorloofde herdrukken. Piraterij was er in diverse gedaanten en variërende omvang, maar ze was er altijd.

De figuur van de piraat is er een die zich verzet tegen de heersende orde en zich andermans eigendom wederrechtelijk toe-eigent. De harde kern van de filesharers past zeker binnen deze traditie van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen als onrechtmatig ervaren wetten. Toch is er veel voor te zeggen om de meer consumptieve downloaders onder een andere noemer te vangen: die van de parasiet.
De Franse filosoof Michel Serres heeft laten zien hoe in de geschiedenis van de mensheid het parasiteren, het mee-eten, veel gewoner is dan we algemeen aannemen. Een parasiet kan niet zonder een gastheer. Maar de gastheer (of -dame uiteraard) is veel vaker zelf parasiet dan hij (zij) zal willen toegeven. Een auteur, ‘rechthebbende’, parasiteert zelf op de cultuur waaruit hij is voortgekomen. Hij leerde en leende de woorden, de verhalen, de geschiedenis en creëerde daaruit iets nieuws, waarop weer anderen parasiteren door het zich illegaal toe te eigenen en verder te verspreiden. Zo bezien profiteren we allen van de rijk gevulde ruif van onze cultuur. En moeten we piraten en parasieten danken dat ze ons dat blijven voorhouden.

Dit artikel is het zesde in een reeks over auteursrecht en bibliotheken in het digitale tijdperk en verscheen ook in Bibliotheekblad 1, 2013. De eerdere delen stonden in Bibliotheekblad 7 t/m 10 en 12, 2012 en in de rubriek Spotlight op www.bibliotheekblad.nl.

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van:
– Adrian Johns (2009), Piracy: the intellectual property wars from Gutenberg to Gates. Chicago/London: University of Chicago Press.
– Instituut voor Informatierecht/CentERdata (2012, 16 oktober). Filesharing 2©12: downloaden in Nederland. Amsterdam: Instituut voor Informatierecht/Tilburg: CentERdata (Geraadpleegd 6 december 2012).
– Michel Serres (1997 [1980]), Le parasite. Paris: Pluriel.
– Stichting Marktonderzoek Boekenvak/GfK (2012, mei). Boekenbranche: kwantitatief onderzoek naar digitale en niet-digitale lezers. (Geraadpleegd 6 december 2012.)

Bewerking 2 juni 2019: dode links aangepast en kleine tekstuele wijziging om aan te geven dat het rapport Filesharing 2012 inmiddels niet meer zo recent is.

Creative Commons License
De piraat is eigenlijk een parasiet is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 9 januari 2013 | Posted in vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , , , , | Comment

Leenrecht of geen recht?

Is een e-book een boek? De een zegt ‘ja’, want de creatieve uiting is hetzelfde. Of die nu op papier of digitaal verschijnt, de lezer leest hetzelfde verhaal. De ander zegt ‘nee’, want het uitgeef-, verkoop- en uitleenmodel is fundamenteel anders voor een fysiek product dan voor een digitaal product. Fysieke boeken moet je bijdrukken als ze op zijn, digitale boeken niet.

Beide antwoorden zijn waar, want beide argumenten snijden hout. Het hangt er maar vanaf hoe je ernaar kijkt. Dat is precies de zin die je juristen vaak hoort bezigen. Toch lijkt in de juridische praktijk de meerderheid te tenderen naar het ‘nee’. Bibliotheken die een e-book willen uitlenen, lopen althans tegen juridische barrières aan. In Nederland, Europa en de Verenigde Staten geldt voor fysieke boeken een ander wettelijk regime dan voor digitale boeken. Om te snappen hoe een en ander in elkaar steekt, volgt hier een beknopte (en vereenvoudigde) uitleg van auteursrecht en leenrecht.

Bescherming

Het auteursrecht is met onder meer het naburige recht, het merken- en het patentrecht onderdeel van het intellectuele eigendomsrecht. (In de grotendeels Engelstalige internationale discussie kortweg IP rights, naar intellectual property.) De idee achter het intellectuele eigendomsrecht is dat het de economie ten goede komt als iemand iets nieuws maakt of ontwikkelt. Om innovatie te stimuleren, moeten vernieuwers investeringen doen, die ze vervolgens moeten kunnen terugverdienen. Schrijvers investeren doorgaans meer dan een jaar werktijd in een nieuwe roman. Farmaceutische bedrijven steken naast personeelsuren ook machines, materialen en ontwikkelkosten in hun nieuwe medicijnen. Voedselfabrikanten bouwen met marketingacties over meerdere jaren zorgvuldig een A-merk op. In al deze gevallen is de gedachte dat het oneerlijk is als anderen op die ontwikkelkosten gaan meeliften. Om dit te voorkomen, krijgen producten van die noeste ontwikkelarbeid een beschermde status. Het exploiteren van een pennenvrucht, een merknaam en -logo of een technische innovatie wordt met de wettelijke bescherming voorbehouden aan de bedenker. Anderen mogen het niet zomaar gaan namaken, tenzij zij daartoe een deal sluiten met de maker. Dat is wat uitgevers doen: de exclusieve exploitatierechten verwerven tegen betaling van een overeengekomen vergoeding, of (tegen een doorgaans lagere vergoeding) een niet-exclusieve licentie op een of meer openbaarmakingen van het werk.

De hamvraag: waarom geldt het leenrecht niet voor digitale boeken zoals het geldt voor de papieren versies?

De beschermde status is er echter niet voor de eeuwigheid. Na een wettelijk vastgelegde termijn vervalt deze en wordt het voor anderen van de ene op de andere dag wel mogelijk om het product te gaan maken (het heet dan op slag niet meer ‘namaken’). De innovator heeft commercieel voldoende van zijn vinding kunnen profiteren. Dan krijgt de vrije markt het voor het zeggen en kan de prijs per eenheid gaan dalen. Dit geldt vooral voor medicijnen, die voor de minder bemiddelden in met name de zich ontwikkelende landen ineens toegankelijk worden – denk aan de bestrijding van het hiv-virus in veel Afrikaanse landen. Het intellectuele eigendomsrecht streeft naar een optimale balans tussen twee onverenigbare economische belangen: het belang van innovatie en het belang van vrije concurrentie. Het eerste is gebaat bij bescherming van intellectueel eigendom, het tweede juist bij het afbreken daarvan. Vandaar de eindigende beschermingstermijn.

Balans

In het auteursrecht, een van de loten aan de intellectuele eigendomsstam, is dit ook zo, al spreekt men hier van het ‘culturele belang’ in plaats van dat van de vrije concurrentie. Het economische belang is dat van de auteur (of: componist, cineast) en de uitgever (platenmaatschappij, filmdistributeur) die hij in de arm neemt om zijn werk van een fysieke gedaante te voorzien (boek, cd, filmkopie/dvd) en op de markt te brengen. Het culturele belang is dat een zo groot mogelijk aantal mensen in staat is om het werk tot zich te nemen, zonder belemmeringen van vooral financiële aard. Doordat het recht een monopoliepositie toekent aan de maker, kan er niet op prijs worden geconcurreerd en zal de prijs dus hoger zijn dan anders het geval was. Het economische belang van de auteur tast het culturele belang dus aan.
Om de zaak weer in balans te brengen, is een aantal beperkingen en uitzonderingen geformuleerd. Een ervan is het leenrecht. In artikel 12 van de Auteurswet staat dat een uitlening van een ‘werk van letterkunde, wetenschap of kunst’ een vorm van openbaarmaking is. Onder uitlening wordt verstaan ‘het voor een beperkte tijd en zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel voor gebruik ter beschikking stellen door voor het publiek toegankelijke instellingen’. Artikel 15c bepaalt vervolgens dat deze vorm van openbaarmaking niet als inbreuk op het auteursrecht wordt beschouwd, ‘mits degene die de uitlening verricht of doet verrichten een billijke vergoeding betaalt’. Wat billijk is, wordt in onderhandeling tussen vertegenwoordigende organisaties van rechthebbenden en bibliotheken bepaald. Instellingen voor onderwijs en onderzoek, de aan hen verbonden bibliotheken en ook de Koninklijke Bibliotheek en het bibliotheekwerk voor blinden en slechtzienden, zijn van het betalen van zo’n vergoeding vrijgesteld.

Fair use

De hamvraag is nu: waarom geldt het leenrecht niet voor digitale boeken zoals het geldt voor de papieren versies? Sommige juristen vinden dat het leenrecht ook op digitale boeken van toepassing moet worden verklaard. Zij zijn echter in de minderheid. Anderen benadrukken het kenmerkende verschil: fysieke boeken zijn een product, terwijl digitale boeken een dienst zijn. Zo formuleert de Europese bibliotheekbelangenorganisatie EBLIDA het in haar nieuwsbrief van juni 2012 (zie www.eblida.org). Bibliotheken kunnen een digitaal exemplaar niet kopen en vervolgens uitlenen aan hun gebruikers. Zij kunnen alleen een licentie afsluiten op het doorleveren van de digitale inhoud aan een aantal gebruikers. Als een uitgever, of een zelfstandige auteur, geen zaken met de bibliotheek wil doen, vervalt de uitleenmogelijkheid. ZoalsEBLIDA het formuleert: de beslissing over wat kan worden gecollectioneerd en uitgeleend, ligt niet langer bij de bibliotheken zelf maar bij de uitgevers en/of auteurs. Om deze ‘onacceptabele verandering’ tegen te gaan, pleit EBLIDA voor twee zaken. Ten eerste moet er met de Europese federatie van uitgevers een memorandum worden overeengekomen over wat fair licensing models zijn. Het woord fair verwijst daarbij naar de Amerikaanse wetgeving, waarin fair use (redelijke gebruiksvoorwaarden) een belangrijke rol speelt in de beperkingen van het auteursrecht. Ten tweede pleit EBLIDA voor een aanpassing van het auteursrecht aan de nieuwe realiteit van digitale distributie, zodat het uitlenen ook in de toekomst mogelijk blijft.

Dit artikel verscheen op 2 juli 2012 in Bibliotheekblad.

Creative Commons License
Leenrecht of geen recht? is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 2 juli 2012 | Posted in vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , | Comment

%d bloggers liken dit: