innovatie van de publieke informatievoorziening

Lees:Tijd, Lezen in Nederland verschenen

Omslag Lees:Tijd (bron: scp.nl)

Op 18 januari 2018 is het rapport Lees:Tijd, Lezen in Nederland verschenen bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De studie gaat op basis van diverse onderzoeksgegevens in op ontwikkelingen in de tijdsbesteding aan lezen.

Het SCP is al sinds 1975 ‘hofleverancier’ van sociaalwetenschappelijk onderzoek op het gebied van tijdsbesteding. Als een rode draad door een reeks aan publicaties loopt de vraag hoe het lezen zich ontwikkelt. Want sinds de eerste meting in 1975 (en eigenlijk al eerder; er was in de jaren vijftig al een tijdsbestedingsonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek, CBS) loopt de tijd die we aan lezen besteden terug.

Veel mensen hebben zich in de loop der jaren afgevraagd of het wel klopte wat het SCP schreef over het leesgedrag. Tot midden jaren negentig stegen namelijk de uitleningen bij openbare bibliotheken en ook het aantal verkochte boeken ging (weliswaar met wat horten en stoten) omhoog. De deels terechte kritiek was dat de meetmethode die we lezen niet adequaat meer weergaf. De tijd die we op internet doorbrachten, werd namelijk niet verder onderverdeeld in soorten informatieverwerking (tekstueel of audiovisueel).

De laatste jaren hoor je de stelling dat ‘we nog nooit zoveel hebben gelezen.’ We zijn een groot deel van de dag bezig met het verwerken van informatie van beeldschermen: op het werk, op school, op Facebook, Twitter en WhatsApp. Mede daarom is in 2013 begonnen met een nieuwe meetmethode, Media:Tijd genaamd. Met deze methode is het SCP beter in staat om onderscheid te maken in soort activiteit, genre, en informatiedrager in de (media-)tijdsbesteding. Een week lang kunnen respondenten dit voor elk interval van 10 minuten aangeven voor meerdere (media-)activiteiten. Daardoor is het ook mogelijk om onderscheid te maken tussen lezen als singletasking, multitasking (naast een andere, niet-media-activiteit) en mediamultitasking (naast een andere media-activiteit). Lezen van papier en van verschillende soorten schermen kunnen afzonderlijk worden gemeten. Omdat dat onderzoek in 2013 en 2015 is gehouden, kunnen nu ook de veranderingen tussen die twee meetjaren in kaart worden gebracht. Zijn we meer van schermen gaan lezen, en bij welke bevolkingsgroepen is dat meer en minder het geval? Misschien vraagt u zich nu af waarom er niet ook gegevens zijn geanalyseerd voor 2017. In 2017 is er geen Media:Tijd-onderzoek gehouden; een herhaling zit nog in de planning. Wel beschikt het SCP over andere langjarige bevolkingsonderzoeken waarin het lezen wordt gemeten. Voor Lees:Tijd zijn ook het reguliere Tijdsbestedingsonderzoek (2006-2011-2016) en de Vrijetijdsomnibus (2012-2014-2016) gebruikt. En uiteraard is geput uit andere bronnen om een zo breed en compleet mogelijk overzicht te geven van de stand van het lezen in Nederland.

Zijn we meer van schermen gaan lezen, en bij welke bevolkingsgroepen is dat meer en minder het geval?

Voor de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek verwijs ik graag naar het rapport zelf, dat (zoals altijd) gratis is te downloaden als pdf, en het persbericht van het SCP. Voor de kritische lezers is het trouwens altijd leuk om dat persbericht te vergelijken met de mediaberichtgeving (NOS, RTL, SBS, Nu.nl, AD, Telegraaf, DvhN, Volkskrant, NRC, Parool; deze lijst wordt geüpdatet).

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is voor mij geen onbekende. Van 2001 tot 2010 heb ik er gewerkt als (senior) onderzoeker mediagebruik en cultuurdeelname. De afgelopen negen maanden heb ik als gastonderzoeker van het SCP aan dit onderzoek mee mogen werken. Met financiële steun van de Stichting Lezen, de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB), de Koninklijke Boekverkopersbond (KBb) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) kon ik als externe kracht aan het onderzoek meewerken. Daarnaast was KVB Boekwerk in een adviserende rol bij het onderzoek betrokken. Mijn grote dank gaat uit naar deze partijen en natuurlijk ook naar het SCP, in het bijzonder mede-onderzoekers Annemarie Wennekers (projectleider) en Jos de Haan, voor de geweldige en stimulerende samenwerking!

Creative Commons License
Lees:Tijd, Lezen in Nederland verschenen is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 18 januari 2018 | Posted in beleid, onderzoek, vakpublicaties, WareKennis, wetenschappelijke publicaties | Tagged , , , , , , , , , , , | Comment

Digitaliseringsresistent

Voorspelling van PwC uit 2014 (bron)

Er is iets geks aan de hand mensen. Alles raakt of is al gedigitaliseerd. Ons geld. Reisbureaus. Het nieuws. De geesteswetenschappen. Zelfs ons brein, als we niet uitkijken. Maar – daar is het Gallische dorpje, u verwachtte het al – het boek toont zich bijzonder… mag ik zeggen: digitaliseringsresistent?

Natuurlijk heb ik het niet over de grootschalige digitaliseringsprojecten die de nationale bibliotheken, Project Gutenberg, Google en het Internet Archive hebben opgezet. Veel is digitaal raadpleeg- en doorzoekbaar gemaakt, en gelukkig maar. Ik doel op de verkoop van e-books. Zo rond 2010 was eigenlijk iedereen het er wel over eens: ook het papieren boek zou binnen luttele jaren in de annalen worden bijgezet. Want wie wil er nog voor een koffer vol boeken bijbetalen bij Easyjet?

De boekverkoop mag dan nog altijd op een lager niveau liggen dan voor de kredietcrisis – het papieren boek houdt dapper stand.

Toch is het mirakel geschied. De verkoop van e-books heeft zich vrijwel gestabiliseerd op een luttele 7 procent van de markt. Oftewel: van de 100 in Nederland verkochte boeken zijn er 93 van papier. Dat lijkt ook zo te blijven. En niet alleen hier. De VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland… Overal hetzelfde beeld: de groei is eruit.

Ja maar: de vergrijzing, hoor ik u denken. En die e-books zijn nog veel te duur. Mis! De scholieren van nu zullen, als ze nog gaan trouwen, geen Winkler Prins op hun wensenlijst zetten, zoveel is zeker. Als je ze vraagt of ze langere teksten en lesboeken liever van papier of van scherm lezen, kiest een grote meerderheid voor papier. En terwijl de prijs van papieren boeken sinds 2010 steeg, is die van e-books bijna gehalveerd. Je bent echt veel goedkoper uit met de laatste digitale Herman Koch dan met de fysieke.

Dus. De boekverkoop mag dan nog altijd op een lager niveau liggen dan voor de kredietcrisis – het papieren boek houdt dapper stand. Zonder druïde en toverdrank.

Deze column verscheen in de nieuwsbrief van de Dr. P.A. Tielestichting, nr. 29, november 2017.

Creative Commons License
Digitaliseringsresistent is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 4 december 2017 | Posted in columns, onderzoek, vakpublicaties | Tagged , , , | Comment

Geraffineerde wetenschap

Foto: eflon | Flickr (cc by 2.0)

Als big data de olie van de eenentwintigste eeuw is, is data science de nieuwe raffinaderij. Je ziet ze uit de grond schieten, de data science opleidingen. Wat het precies is, datawetenschap, is onduidelijk. De Engelstalige Wikipedia houdt het (momenteel!) op een interdisciplinair veld met wetenschappelijke methoden, processen en systemen waarmee kennis en inzichten uit (on)gestructureerde data kunnen worden gehaald.

Nu is het niet per se een nadeel dat de datawetenschap nog op zoek is naar haar identiteit. Vele wetenschappen zijn voortgekomen uit zo’n vage beginfase. Kennis en methoden uit diverse disciplines worden op een nieuw verschijnsel toegepast. Er ontstaat een ‘interdisciplinair veld’. Neem de communicatiewetenschap. Toen ik het tussen 1988 en 1992 studeerde, begon het net van een veld in een discipline te veranderen. Kernvraag was wat de invloed van media op individuen, de samenleving en de cultuur is. In de jaren zestig en zeventig stortten psychologen, sociologen, politicologen, tekstwetenschappers en zo nog wat specialismen zich elk vanuit hun eigen benadering op dit vraagstuk. Langzaam groeiden ze naar elkaar toe. Er ontstonden vakgroepen, tijdschriften, congressen en – dán heb je het echt gemaakt als discipline – een eigen code in de bibliotheekthesaurus.

‘Berg je theorieën maar op. De waarheid zal uit de data tot u komen.’

Over een jaar of twintig zal data science dus ook wel een discipline zijn en weten we wel wat het ‘is’. Toch kan ik enige twijfel niet onderdrukken. Die twijfel is ontstaan toen ik een artikel las van Chris Anderson, de auteur van de wereldwijde bestseller The Long Tail. In 2008 schreef hij dit artikel in Wired onder de titel Het einde van theorie: hoe de datavloed de wetenschappelijke methode overbodig maakt. Door krachtige algoritmes op gigantische databestanden los te laten, betoogt Anderson, zullen we in de toekomst geen theorieën en methoden meer nodig hebben. Je laat gewoon de computer zijn werk doen en je vindt dingen waar wetenschappers nooit op zouden zijn gekomen. Oftewel: berg je theorieën maar op. De waarheid zal uit de data tot u komen.

Kijk, toen was Anderson mij dus kwijt. Natuurlijk kun je uit big data opmerkelijke verbanden en patronen destilleren. Maar zonder een theorie of model – een samenhangend verhaal – weet je niet wat die verbanden nu eigenlijk zeggen. In mijn Twitter-tijdlijn komen elke dag grafieken voorbij waarbij ook mijn eerste reactie is: hé maar dat is interessant! Dan doemt de volgende opmerkelijke grafiek op en is de vorige alweer vergeten.

Het gaat om de context: het bredere verhaal waarin al die feiten en verbanden zin krijgen doordat ze met elkaar een samenhangend relaas vormen. Daarvoor blijven nodig: theorieën, modellen, hypothesen en verklarende statistiek. Ook de datawetenschap kan het niet met data alleen. Ook zij zal uit die data via informatie tot kennis moeten komen – en laten we hopen: tot wijsheid.

Deze column verscheen in Vakblad Informatieprofessional, jaargang 21 nummer 8, november 2017.

Creative Commons License
Geraffineerde wetenschap is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 11 november 2017 | Posted in columns, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Comment

%d bloggers liken dit: