innovatie van de publieke informatievoorziening

Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen


WOORD VOORAF (MEI 2024)
Dit artikel is geschreven als bijdrage aan een discussie over de wenselijkheid van commerciële aanbieders in het Nederlandse openbaar bibliotheekwerk die in 2013-2014 speelde. Inmiddels, tien jaar verder, is de discussie – en deze bijdrage daaraan – allang niet meer actueel. Een Karmac-uitleenbibliotheek vind je bij mijn weten alleen nog in de gemeente Lopik, en Quaestum is al lang geleden gestopt met het aanbieden van bibliotheekdiensten. Het artikel blijft hier online beschikbaar om historische en webarchivistische redenen.




Bron: http://www.schrijf.be/

Bron: http://www.schrijf.be/

Gemeentelijke bezuinigingen, een roep om meer cultureel ondernemerschap, en nu ook nog commerciële bedrijven die de openbare bibliotheek direct beconcurreren. De bibliotheek zit in de hoek waar de klappen vallen. Of kan de combinatie van minder geld en meer concurrentie juist een blessing in disguise zijn?

Drie thema’s beheersten de gesprekken in openbaar bibliotheekland in het afgelopen jaar. Ten eerste de landelijke digitale bibliotheek die maar moeilijk op gang kwam. De white label website deed het wel goed, maar de oplevering van de twee andere kroonjuwelen – de Nationale Bibliotheekcatalogus plus en het landelijke datawarehouse – werd herhaaldelijk uitgesteld. Gelukkig waren er ook lichtpuntjes als de Vakantiebieb-app en de lancering van het e-books-uitleenplatform in januari jongstleden (hoewel). Die laatste ‘event’ viel samen met de presentatie van het rapport van de commissie-Cohen over de bibliotheek van de toekomst en genereerde een hoop publiciteit ten gunste van de sector.

Ten tweede natuurlijk de gemeentelijke bezuinigingen. Die hakten er hier en daar flink in, al bleven er genoeg plekken gespaard. Maar ook was er de casus Buren, een gemeente die aankondigde de subsidie aan de Bibliotheek Rivierenland naar nul terug te brengen en haar naam eer aandeed door haar inwoners naar de omringende gemeenten te verwijzen. In de landelijke CBS-cijfers, waarin 2013 nog ontbreekt, is van de teruggang in subsidie vooralsnog niet veel te bespeuren. Dat zou een oorzaak kunnen hebben in de frictiekosten die met bezuinigingen gepaard gaan – het opzeggen van huurcontracten en de kosten van een sociaal plan bij de afvloeiing van medewerkers. Mogelijk ook dat als de cijfers voor 2013 eenmaal beschikbaar zijn, de terugval wel duidelijk zichtbaar wordt.

Goedkoper werd het dus niet; er werden alleen functies afgestoten die tot het gangbare pakket van een openbare bibliotheek behoorden.

En ten derde de intrede van commerciële partijen in het bibliotheeklandschap. De gemeente Waterland trok de stoute schoenen aan, schoof de Stichting Openbare Bibliotheek Waterland opzij als ‘preferred supplier’ en ging met een commerciële partij, Karmac, in zee. Critici stelden dat de besparing die de gemeente wist te realiseren geen echte besparing was. De overeenkomst met Karmac behelsde alleen het continueren van een viertal uitleenbibliotheken die grotendeels door vrijwilligers gerund zouden gaan worden. Sociale en educatieve programma’s, bijvoorbeeld gericht op basisscholen en hun leerlingen, gingen verdwijnen. Goedkoper werd het dus niet; er werden alleen functies afgestoten die tot het gangbare pakket van een openbare bibliotheek behoorden. De bibliotheek wilde dat niet voor haar rekening nemen; de commerciële partner zag er geen probleem in. Hetzelfde gebeurde recent overigens ook in de gemeente Buren, waar het dorp Lienden een Karmacvestiging kreeg. Mogelijk volgen er meer dorpen zodat ook in deze gemeente de uitleenfunctie overeind blijft.

Contradictio in terminis?

Over het laatste, derde onderwerp wil ik het hier hebben, in combinatie met het tweede. Is het geen contradictio in terminis, dat ‘commercieel’ én ‘openbaar’?
Nee. ‘Openbaar’ in ‘openbare bibliotheek’ verwijst naar het publieke karakter van de instelling, het mede vorm geven aan het publieke domein. Een plek waar niemand de toegang wordt geweigerd. Waar iedereen, ongeacht rang, stand of levensovertuiging, binnen kan gaan om iets van zijn of haar gading te vinden. ‘Openbaar’ verwijst niet naar het publiekrechtelijke karakter van de instelling. Verreweg de meeste openbare bibliotheken in Nederland zijn stichtingen, dus privaatrechtelijke rechtspersonen. Ook de provinciale serviceorganisaties zijn dat. En er zijn meer bedrijven werkzaam in de bibliotheekwereld. Denk bijvoorbeeld aan Shared Library Services BV, een commerciële dienstverlener opgericht door bibliotheekprofessionals, plus nog een zwerm een- en tweepitters die zich, net als ondergetekende, als onderzoeker/adviseur afficheren (zie de disclaimer aan het einde van deze tekst!).

Het verschil tussen stichtingen en de meeste andere private rechtspersonen, zoals BV’s, is dat de eersten geen winstoogmerk hebben. Winst maken en rijk worden is niet het doel. Dat principe van non-commercialiteit sluit natuurlijk goed aan bij het publieke karakter van de openbare bibliotheek als instelling. Alles wat er aan financiën binnenkomt, kan worden besteed aan het doel van de stichting: het verzorgen van kwalitatief goed openbaar bibliotheekwerk. Sommigen leiden hieruit af dat openbaar bibliotheekwerk en commercialiteit per definitie op gespannen voet met elkaar staan.

Dat lijkt me een onhoudbare stelling. Velen voelen zich ongemakkelijk bij het idee dat publiek geld in de zakken van ondernemers en kapitaalverschaffers belandt en niet bij dienstverlening aan burgers. Alleszins begrijpelijk dat gevoel, maar kijk even iets verder en je ziet dat zulks in de publieke dienstverlening de normaalste zaak van de wereld is. Denk alleen maar aan de licenties op wetenschappelijke tijdschriften die universiteits-, hogeschool- en nationale bibliotheken jaar na jaar betalen aan grote uitgevers als Reed Elsevier, Thomson Reuters en Wiley. De winstmarges van concerns als deze liggen rond de 35-40 procent. Van elke in wetenschappelijke content geïnvesteerde euro belandt dus bijna veertig cent op de effectenrekening van hun aandeelhouders. En over de architecten en bouwbedrijven die verdienen aan het bouwen, renoveren en herinrichten van bibliotheekgebouwen hebben we het dan nog niet. Denk ook aan de publieke omroep, waar op jaarbasis ongeveer evenveel publiek geld heen gaat als naar de openbare bibliotheeksector. In Hilversum en wijde omstreken wemelt het van de productiebedrijven die in opdracht van publieke omroepinstellingen programma’s maken en daar leuk aan verdienen. En laten we – buiten de informatiesector – ook niet de huisartsen, tandartsen en medisch specialisten vergeten. Net zo min als onze weg- en waterbouwers, die het zonder overheidsopdrachten wel kunnen schudden. Je kunt het ook anders zeggen: zonder commerciële bedrijvigheid ligt de dienstverlening van de overheid aan burgers op haar gat. Het opiniestuk van Wim Keizer waarin hij het ondernemerschap als een beleidsmodieuze gril beschrijft, gaan hieraan ten onrechte voorbij. Daarbij komt nog dat veel publieke taken geheel zonder overheidssubsidie door bedrijven worden uitgevoerd. De uitgeverijsector bijvoorbeeld, die boeken, kranten, tijdschriften en webdiensten publiceert. Denk ook aan commerciële nieuwszenders en -bulletins als Business Nieuws Radio en RTL Nieuws/RTL-Z.

‘Eigen verdienvermogen’ – het is allang geen vies latijns woord meer. Het is een kwestie van tijd voor men de omheining neerhaalt.

Anno 2014 is de openbare bibliotheeksector wat dit betreft een soort Asterixdorpje. De almachtige commercie kan nog net buiten de deur gehouden worden dankzij een op leeftijd geraakte overheid die toverdrank in de vorm van subsidiegelden serveert. In het dorp lopen de Galliërs zich niettemin al warm voor het van hen verlangde cultureel ondernemerschap. ‘Eigen verdienvermogen’ – het is allang geen vies latijns woord meer. Het is een kwestie van tijd voor men de omheining neerhaalt. Van binnenuit, wel te verstaan.

Commerciële publieke diensten

De kwestie is dus niet of commercieel bibliotheekwerk er komt (het is er al) en ook niet of het het publieke karakter van de instelling ondermijnt (dat kan, maar hoeft zeker niet). De kwestie is wat dat commerciële bibliotheekwerk gaat betekenen voor de publieke diensten die aan burgers worden aangeboden. Als die diensten vanuit dezelfde professionele ethiek worden vormgegeven, kan de kwaliteit ervan zelfs toenemen bij lagere kosten, zoals het Amerikaanse bedrijf Library Systems and Services heeft laten zien.

De toekomst van het openbaar bibliotheekwerk zal afhangen van de beleidsmakers die het belastinggeld inzetten om publieke diensten te realiseren. Als die beleidsmakers denken dat het uitlenen van boeken de belangrijkste taak of functie van de bibliotheek is, dan kunnen ze Karmac inhuren. Ze krijgen in hun gemeente dan een bibliotheekvoorziening die ik als Auslaufmodell zou kenschetsen. Als dit de uitkomst is van democratische besluitvorming op lokaal niveau, soit.

Ik zal niet verhelen dat ik liever zie dat mensen met hart voor de maatschappelijke opdracht van de openbare bibliotheek, het faciliteren van de persoonlijke ontwikkeling van burgers, worden ingezet. Dit is de reden dat ik een paar maanden geleden me bereid heb verklaard toe te treden tot de Raad van Advies van Questum. Questum is een initiatief van Thijs Kuipers en Rick Verheijen, beiden tot voor kort werkzaam in de Bibliotheek Eindhoven. Questum wordt ingericht als een maatschappelijke onderneming. Dat wil zeggen dat gekozen worden voor een ideële koers en dat een aanzienlijk deel van de eventuele winst ten goede komt aan maatschappelijk relevante doelen. Anderzijds kiezen de oprichters nadrukkelijk voor een ondernemende aanpak. De dienstverlening van het nieuwe bedrijf zal voornamelijk gericht zijn op het versterken van de educatieve component van het openbaar bibliotheekwerk. Dienstverlening op het gebied van taalverwerving, leesbevordering en de ontwikkeling van informatievaardigheid en mediawijsheid bij kinderen van (in eerste instantie) 0-12 jaar. Als de voornemens werkelijkheid worden, wordt het een soort de Bibliotheek op School, maar dan on acid.

Concurrentie en co-existentie

Als u in de buurt van Eindhoven woont of de site van Bibliotheekblad bijhoudt, zal het u niet zijn ontgaan dat de start van het bedrijf Questum nogal wat beroering heeft veroorzaakt. De onrust die in het Brabantse land ontstond, hield ermee verband dat Questum zich positioneerde als concurrent van de openbare bibliotheek. Wim Keizer meldde dat ik adviseur van Questum ben. Bijgevolg ontving ik de dagen erna uit het Brabantse verontruste mails van bibliotheekvrienden die beleefd doch dringend toelichting vroegen waarom ik me met een concurrent had ingelaten.
Wat ik van de gebeurtenissen en ontwikkelingen in Someren vind, doet eigenlijk niet ter zake, maar ik wil hier wel kwijt dat ik van mening ben dat de openbare bibliotheek, Questum, Karmac en alle andere bedrijven die nog gaan komen prima naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de kwaliteit van het openbaar bibliotheekwerk eronder lijdt. Het zou best kunnen dat er na Waterland en Buren meer gemeenten gaan komen die de plaatselijke Stichting Openbare Bibliotheek de wacht aanzeggen en met Karmac (voor de uitleenfunctie) en/of met Questum (voor de maatschappelijk-educatieve dienstverlening) in zee gaan. Ik kan me ook voorstellen dat een openbare bibliotheek Questum in de arm neemt om een bepaald deel van haar taken te verrichten waarin het bedrijf zich specialiseert.

Ik denk dat dit de prikkel die het openbaar bibliotheekwerk in Nederland op dit moment nodig heeft.

Het is aan de bibliotheekorganisaties om de handschoen op te pakken. Hoe? Door aan te tonen dat de gemeente bij hen voor hetzelfde of iets meer geld beter af is. Ik denk dat dit de prikkel die het openbaar bibliotheekwerk in Nederland op dit moment nodig heeft. Ik hoor veel mensen klagen over de inertie en het uitblijven van inhoudelijke vernieuwing van het bibliotheekwerk in hun eigen organisatie. Bedrijvigheid (denk ook aan het Delftse DOKLAB) kan de boel eens lekker opschudden.

Als gesubsidieerde organisaties hebben de bibliotheken vooralsnog een behoorlijke voorsprong op de commerciële organisaties die net komen kijken en het op eigen kracht moeten doen. Zoals ik het een bibliotheekdirecteur onlangs hoorde zeggen: “Als wij als zwaar gesubsidieerde organisaties straks niet in staat zijn gebleken om het beter te doen dan de commercie, dan hebben we het echt aan onszelf te wijten.” En zo is het maar net.




Disclaimer
Mijn positiebepaling ten opzichte van bedrijvigheid in de publieke sector is niet vreemd aan het feit dat ik met mijn eenmanszaak WareKennis voor een belangrijk deel werk voor gesubsidieerde instellingen. Zie mijn opdrachtgevers http://warekennis.nl/wordpress/portfolio/ en mijn affiliaties
Tegelijkertijd zie ik WareKennis als een maatschappelijke onderneming, die erop is gericht de publieke informatievoorziening door een periode van digitale disruptie te helpen loodsen. Kennisverspreiding en kennisdeling zie ik als belangrijke instrumenten daarbij. Bij mijn opdrachtgevers dring ik er daarom op aan de uit mijn opdrachten voortkomende publicaties in open access te publiceren.

+++

Bewerkingsgeschiedenis

  • 1 april 2014: correctie passage over huisartsen etc. (verplaatst naar eerder in de tekst); verwijzing naar blog Jeanine Deckers geschrapt (zie comments)
  • 2 april 2014: twee links toegevoegd en enkele kleine tekstuele wijzigingen




Creative Commons License
Commercieel bibliotheekwerk: doel heiligt middelen by Frank Huysmans is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 1 april 2014 | Posted in geen, opinie, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , | 12 Comments

Leesklimaatverandering

http://3.bp.blogspot.com/

http://3.bp.blogspot.com/

Vrijdag 7 februari was me het dagje wel. Eerst maakte het Finse Sanoma, eigenaar van vele Nederlandse publiekstijdschriften, de SBS-zenders en NU.nl, bekend dat het in 2013 driehonderd twee-en-dertig komma drie miljoen euro verlies had geleden. Echt onverwacht kwam het niet. De Sanoma-top had in oktober al 32 titels in de etalage gezet en aangekondigd dat versterkt zou worden ingezet op digitaal. Bij de overgebleven titels is van redacties eigenlijk geen sprake meer. De meeste bladen hebben een man/vrouw of vijf, zes in dienst en daaromheen een schil van zzp’ers. Met zo’n ‘rompredactie’ vangt men de teruglopende oplagecijfers en dalende advertentie¬inkomsten op.

Later die dag kwam het nieuws dat boekhandelketen Polare uitstel van betaling zou gaan aanvragen. Ook niet onverwacht, al was het wel erg snel na de samenvoeging van de Selexyz- en De Slegte-ketens dat de stekker eruit ging. Mocht het Polare-filiaal geen koper vinden, dan is er in het centrum van een stad als Den Haag geen algemene boekhandel meer over. Wel nog het American Book Center, maar dat verkoopt alleen Engelstalig werk. Kleine maar fijne winkels als Houtschild en Buddenbrooks gingen enkele jaren geleden al op de fles. Van Stockum sloot twee van haar drie vestigingen en heeft nog één boekenoase voor de dorstige lezer op enkele passen van Den Haag Centraal.

Logisch, denkt u nu. Oude bedrijfsmodellen leggen het af tegen nieuwe, en zo hoort het ook. Nope. Het schrijversplatform TenPages.com, helemaal vanuit web, social media en crowdfunding opgezet, kondigde op 7 februari aan te moeten gaan stoppen wegens ‘gebrek aan financiële middelen’. Het journalistieke platform Tone publiceerde op dezelfde dag haar laatste issue: ‘Helaas zijn er te weinig lezers die ook betalen’. NRC Next, eveneens vaandeldrager van de journalistieke vernieuwing, kampt na enkele jaren van groei en hosanna met sterk teruglopende oplagecijfers. De Correspondent van ex-Next-hoofdredacteur Rob Wijnberg kende een droomstart. Ook dit ‘dagelijks medicijn tegen de waan van de dag’ komt nu in de fase waarin de abonnementsbasis moet worden bestendigd. En uit oplagecijfers van digitale abonnementen op de aloude gedrukte kranten en opiniebladen blijkt dat de groei daarvan de daling van de gedrukte oplage nog niet compenseert.

Logisch, denkt u nu. Oude bedrijfsmodellen leggen het af tegen nieuwe, en zo hoort het ook

Boeken, kranten en tijdschriften: alle doet de overgang naar digitaal hevig pijn. Boekenuitgevers worstelen met de prijsstelling in de digitale verkoop en met het onderling uitwisselen door lezers van bestanden met duizenden titels. De hoop is nu gevestigd op een ‘Spotify voor boeken’ die later dit jaar moet gaan draaien. Een ‘all you can read’ voor een nog niet vaststaand maandelijks bedrag. Voor kranten en tijdschriften is Blendle in de maak, waar je losse artikelen kunt kopen. Ik hoop oprecht dat het aanslaat.

Mensen zullen blijven lezen en auteurs zullen blijven schrijven. Toch lijkt het er sterk op dat de omzet der uitgeverijen duurzaam op een lager niveau komt te liggen door de digitale disruptie. Wen er maar vast aan.

Deze column verscheen in Informatieprofessional, jaargang 18, nummer 2, 1 maart 2014.

Creative Commons License
Leesklimaatverandering by Frank Huysmans is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 1 maart 2014 | Posted in columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Reactie

Moedig voorwaarts op twee sporen

Bron: http://www.pottermore.com/

Bron: http://www.pottermore.com/

Het blijft een mooi verhaal, over J.K. Rowling die niet wilde dat haar nieuwste Harry Potter als e-book zou worden verkocht. Enkele piraten voelden zich daardoor uitgedaagd. Ze maakten een taakverdeling – A legt hoofdstuk 1 onder de scanner, B haalt de OCR-fouten daaruit, C scant hoofdstuk 2, en zo verder, en Z plakt tot slot alles aan elkaar – en stonden bij de start van de verkoop tussen de dreuzels te wachten tot de deur van de boekhandel om middernacht openging. De volgende ochtend, nog voor de schrijfster de eerste nip van haar koffie had kunnen nemen, stond het hele boek proefgelezen en wel gratis op het web.

Het was een wijze les voor Rowling. Of eigenlijk twee. Eén: als mensen op hun manier toegang willen tot content, krijgen ze die ook. Twee: zelfs als een Potterboek gepirateerd wordt, verkoopt het als een tierelier. Toch zijn auteurs en uitgevers nog altijd als de dood, zoals eerder de muziek- en filmbazen, dat met het aanbieden van digitale versies het downloadhek van de dam is. Het geval Rowling en de ontwikkelingen in muziek en film doen anders vermoeden. De werelden zijn flink opgeschud. De verdienmodellen zijn veranderd. Artiesten can cut out the middle men en rechtstreeks met hun fans zaken doen (Rowling verkoopt inmiddels via haar eigen Pottermore.com de Potterserie als e-book en digital audio books). Maar nog altijd hebben we wereldwijd dezelfde machtige muzieklabels en filmstudio’s als voorheen. De laatste cijfers laten bovendien zien dat de omzet in de muziekbusiness weer groeit.

Met het auteursrecht van nu hebben bibliotheken geen enkele onderhandelingskracht

Op de nieuwe tijd toegesneden distributiemodellen in de wereld van het algemene boek introduceren. Dat zouden uitgevers en boekhandelaren moeten doen. Het lijkt erop dat hun dat niet lukt (en Amazon wel). De belangen van uitgevershuizen en boekhandelaren lopen niet parallel en ook tussen grotere en kleinere spelers wringt het. Vrees voor het onbekende is de enige gemeenschappelijke factor.

In zo’n situatie transformeert de status quo in een blok beton. De Europese bibliotheeklobbyorganisatie EBLIDA liep daar onlangs tegenaan. Ze probeerde met de Federation of European Publishers (FEP) een Memorandum of Understanding te bereiken. Het uitgangspunt van EBLIDA was dat openbare bibliotheken uit alle beschikbare e-boektitels tegen redelijke voorwaarden een collectie moeten kunnen samenstellen om die aan hun gebruikers te kunnen uitlenen. Met boeken van papier en inkt gaat dat al jaren goed. Maar de uitgeversfederatie hield in Brussel de deur dicht.

Door deze ervaring wijs geworden sluit de bibliotheekkoepel nu nieuwe allianties, onder andere met consumentenplatforms. Ook acht ze eindelijk de tijd rijp om op Europees niveau actief te gaan lobbyen voor een digitale versie van het leenrecht. Verstandig, want met het auteursrecht van nu hebben bibliotheken geen onderhandelingskracht. Tot het zover is, is het even wijs om op kleine schaal modellen met individuele uitgevers uit te proberen, zoals Bibliotheek.nl en Bibnet.be nu doen. Als deze tweesporenstrategie consequent wordt gevolgd – moedig voorwaarts, op beide sporen tegelijk – lichten in 2020 in vele kinderkamers om klokslag middernacht de tablets op.

Deze column verschijnt in Informatieprofessional, jaargang 17, nummer 5, 2013

Creative Commons License
Moedig voorwaarts op twee sporen by Frank Huysmans is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 30 mei 2013 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , | Reactie