innovatie van de publieke informatievoorziening

Inkt, pixels en modder

In de EU stond de afgelopen tijd de modernisering van het auteursrecht op de agenda. De ambitie was om het geschikt te maken voor het digitale tijdperk.

De digitale transformatie van het medialandschap heeft zoals we weten voor kranten en tijdschriften bepaald niet goed uitgepakt. In de economie ligt de macht bij de partij die de schaarste controleert. In het papieren tijdperk waren dat de uitgevers in het nieuws- en opiniesegment: de aanbodzijde. Met de overgang van inkt naar pixels is de schaarste verschoven naar de vraagkant. Uitgevers concurreren met elkaar en met nieuws- en opiniesites om de aandacht van de lezers. De macht berust nu bij de partijen die de eyeballs leveren, met name Google en Facebook. En dus stromen veel advertentiegelden uit Europa naar de VS.

Voor de Europese burgers is het een gemiste kans dat de modernisering is uitgedraaid op moddergooien tussen twee kampen. Aan de ene kant een groep voor het merendeel conservatieve en liberale parlementariërs en organisaties van uitgevers en makers. Hun analyse: Europese uitgevers hebben het moeilijk en dus komen ook de redacties, auteurs, fotografen en illustratoren financieel in de knel. Help ons om de vroegere balans te herstellen door Google en Facebook te laten betalen voor wat zij doorleveren aan hun gebruikers. Daar verdienen zíj immers geld mee. En maak ze aansprakelijk voor auteursrechtschendingen bij het uploaden van beschermd materiaal door hun gebruikers.

Gaan Google en Facebook betalen, of forceren ze een daling in hits op sites van Europese uitgevers?

Daartegenover staan overwegend progressieve volksvertegenwoordigers samen met een bonte coalitie van bedrijven (Google voorop), organisaties zoals Wikipedia die ijveren voor het web als publiek domein, burgerrechtenorganisaties en webpioniers. Volgens hen betekent de EU-Richtlijn het einde van het open web. Als alles wat mensen op het web willen delen eerst door een auteursrechtcheck moet, betekent dat in de praktijk dat er contentfilters moeten komen. Die zijn zo duur dat kleinere bedrijven zich ze niet kunnen veroorloven. Ergo: de machtsbalans zal juist meer in het voordeel van de Amerikaanse giganten uitvallen. En legitieme uitingen, zoals parodieën en satire die gebruikmaken van beschermd beeldmateriaal, zullen nog vóór publicatie door filters worden afgevangen. En ja, dat lijkt verdacht veel op censuur.

In juli sloeg de progressieve factie een eerste slag. Na wat bijvijlen van de tekst werd een grote groep twijfelaars in het parlement over de streep getrokken en won onlangs de conservatievere groep de uiteindelijke stemming. Uitgevers, auteurs en journalisten toonden zich verheugd. Deskundigen waarschuwen echter voor averechtse effecten. Gaan Google en Facebook echt betalen, of forceren ze een drastische daling in aantallen hits op de sites van Europese uitgevers? Moet WordPress uploadfilters gaan installeren? Veel zal in het komende jaar duidelijk worden, als de Richtlijn in nationale wetgeving gaat worden omgezet. Er moet daartoe nog stevig worden onderhandeld met de lidstaten. Niets is nog definitief, maar moderner lijkt ons auteursrecht zeker niet te gaan worden.


Deze column verscheen in Vakblad IP (Informatieprofessional), jaargang 22 nummer 7, oktober 2018.


Creative Commons License
Inkt, pixels en modder is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 13 oktober 2018 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , , , , | Comment

Chroomstaal en griffioenen

UB Freiburg im Breisgau (CC BY 4.0)

Het contrast kan bijna niet groter zijn. De universiteitsbibliotheek van Freiburg im Breisgau huist in een futuristisch gebouw van zwart chroomstaal en glas. Het is gelegen aan een groot plein, zo een waar kleuters langs en door de fonteintjes rennen, skateboarders hun skills aanscherpen en oude en nieuwe Duitsers gezeten op stenen verhogingen hun belevenissen en zorgen met elkaar delen. Voorbij de draaideur ervaar je de utiliteitsbouw die universiteitsgebouwen in Duitsland zo eigen is. In het beton is de structuur van de houten planken zichtbaar die de vloeren hebben geschraagd. De verfroller is maar spaarzaam gebruikt. Richtingaanwijzingen zijn met zwarte stickers op de grijze muren aangebracht.

De UB van Heidelberg huist in een pompeus, rood-zandstenen gebouw aan de rand van de oude stad. Het gebouw paart een neobarokke protserigheid aan smeedwerk dat schatplichtig is aan de Jugendstil. Eenmaal binnen moeten studenten en medewerkers twee griffioenen passeren voor ze hun tassen in de catacomben kunnen opsluiten en naar de geklimatiseerde studiezaal klimmen. Buiten torenen twee gele kranen boven het gebouw uit: een renovatie is net voor de zomer begonnen om een deel van het gebouw bij de tijd te brengen.

De oorzaak van de verschillen is tamelijk prozaïsch. Freiburg onderging in 1944-’45 het lot dat vele Duitse steden trof: massale bombardementen van de binnensteden door de geallieerden. Naar schatting vijftienduizend bommen legden tijdens Operation Tigerfish van de Royal Air Force op 27 november 1944 een groot deel van de binnenstad plat. Achtentwintighonderd mensen vonden de dood en bijna tienduizend raakten er gewond. Van de overlevenden ontvluchtte bijna de helft de stad. Ook de universiteitsbibliotheek raakte beschadigd. In 1978 kwam er een nieuw gebouw, dat in de periode 2011-2015 compleet werd gerenoveerd tot het icoon dat het nu is.

De huidige generatie studenten in beide steden staat vermoedelijk niet stil bij het contrast.

UB Heidelberg (CC BY 4.0)

Heidelberg was net zomin als Freiburg van strategisch belang. De oudste Duitse (anno 1386) universiteitsstad had evenwel het geluk dat het, honderdvijftig kilometer noordelijker gelegen, niet op de weg van de geallieerde opmars lag. Sommige historici menen dat de stad om strategische redenen werd gespaard. Met ongeschonden spoorwegen kon ze dienen als regionale uitvalsbasis voor de aanstaande overwinnaars. Daarmee is het een van de weinige steden waar je door vooroorlogs Duitsland kunt rondlopen alsof het nog bestaat. En moet je in de UB langs twee vervaarlijke griffioenen om een boek te kunnen lenen.

De huidige generatie studenten in beide steden staat vermoedelijk niet stil bij het contrast. Als je er maar een beetje comfortabel kunt studeren op tijden dat het jou uitkomt. Behaaglijk in de winter en lekker koel in een moordend hete zomer als deze van 2018. Ook de omvang van de fysieke collecties (3,2 miljoen materialen elk, met in Freiburg nog eens 2 miljoen, en in Heidelberg 3,5 miljoen stuks decentraal) zal ze een zorg zijn. Werkstukken moeten af, tentamens gehaald en scripties voltooid. De UB’s doen wat ze kunnen om dit te faciliteren. Und das ist gut so.


Aanvulling, 31 augustus 2018: In de tekst van de column zoals die in het blad is afgedrukt, heb ik verzuimd de aadditionele collectie van 3,5 miljoen materialen te noemen die in Heidelberg in decentrale vestigingen te vinden is. Dit is hier rechtgezet.


Deze column verscheen in IP Vakblad voor Informatieprofessionals, jaargang 22 nummer 6, augustus 2018.


Creative Commons License
Chroomstaal en griffioenen is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 31 augustus 2018 | Posted in columns, onderwijs, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , | Comment

Eindbazen en informatie: never tell me the odds

Hoe gaan toppers uit het bedrijfsleven met informatie om? Het is een even eenvoudige als relevante vraag. Als CEO’s en commissarissen inderdaad bepalen welke koers een groot bedrijf inslaat, op grond van welke inzichten doen ze dat dan? Hebben ze tijd om de krant te lezen, of een boek, of beperken ze zich (zoals die andere beslisser) tot praatprogramma’s op hun favoriete tv-kanaal? Welke informatie vanuit de onderneming zelf bereikt hen – en welke niet? En helpt die informatie hen om voor het bedrijf betere beslissingen te nemen?

Parijzenaar Pascal Junghans schreef er zijn proefschrift over. In de Koninklijke Bibliotheek in Brussel gaf hij zijn resultaten prijs op een tweetalig congres van de Belgische documentalistenvereniging ABD-BVD. Voor zijn studie interviewde Junghans tweeëntwintig leiders van grote ondernemingen (L’Oréal, General Electric, BNP Paribas, KPMG – dat werk) en vier mkb’ers. Vierentwintig mannen en, jawel, twee vrouwen.

Slim behandelde hij de zaak van twee kanten. Het ging hem er niet alleen om het informatiegebruik van de CEO bloot te leggen. De promovendus vroeg ook naar het nemen van beslissingen en de rol die informatie speelt in de totale decision mix. (Dat woord kent Google nauwelijks, want ik verzon het zo-even en het bekt wel lekker – bij dezen gooi ik het in het publieke domein, veel plezier ermee.)

De eindbazen schroomden niet te beweren dat hun intuïtie een veel doorslaggevender rol speelt dan informatie.

Grote ondernemingen zijn volledig doorgerationaliseerde machines, meende ik te weten. Na zorgvuldige bestudering van de beschikbare kennis en informatie over marktomstandigheden en concurrentie en na weging van alle voors en tegens zet de topmens de koers uit. Emoties worden daarbij in een serie vergaderingen op steeds hoger niveau vakkundig kaltgestellt.

Dat had ik gedacht. Junghans’ eindbazen schroomden niet te beweren dat hun intuïtie een veel doorslaggevender rol speelt dan informatie. Als informatie al een rol speelt, dan hebben ze die verkregen uit hun netwerken. Met de groeten uit Davos en droom lekker in het Bilderberghotel.

Als je erover doordenkt wordt het nog logisch ook. Als je op de apenrots een goed deel van de dag bezig bent de andere alfamannetjes naar beneden te trappen, kun je niet beweren dat informatie is wat je stuurt. Informatie verwerken kunnen die Bokito’s immers ook. Het gaat erom wat jou van hen onderscheidt. Dat moet dan wel zoiets unieks en ongrijpbaars zijn als intuïtie.

Er was een CEO die ondanks zijn drukke baan elke week een sciencefictionboek recenseerde voor een krant. Want, verklapte hij, door het lezen van science fiction slaagde hij erin helemaal los te komen van de werkelijkheid in het bepalen van strategische keuzes. Verbeeldingskracht, daar ging het om. In de week dat hij plaats maakte voor zijn opvolger schreef hij zijn laatste recensie.

Zoals Han Solo het uitriep in Star Wars’ The Empire Strikes Back: “Never tell me the odds!”



Deze column verscheen in Vakblad IP (Informatieprofessional), jaargang 22 nummer 5, juni 2018.


Creative Commons License
Eindbazen en informatie: never tell me the odds is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 20 juni 2018 | Posted in columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , | 4 Comments

%d bloggers liken dit: