innovatie van de publieke informatievoorziening

Populisme? Of Rutte-doctrine?

Plenair debat Tweede Kamer, 19 mei 2022 (screenshot)

Moest het parlement nou echt zes uur lang debatteren met de minister-president over hoe en waarom hij sms’jes verwijderde van zijn oude Nokia? Het is oorlog in Europa. Gas, stroom en benzine zijn onbetaalbaar. Asielzoekers slapen op stoelen. Door stikstof ligt de bouw stil. En wat doet de oppositie in de Kamer? Die grijpt een bericht in de Volkskrant aan om populistisch op de premier in te hakken.

Zo ziet althans De Correspondent-correspondent Jesse Frederik het. In een column die hij uitsprak bij Raad van State noemt hij het onderzoekspopulisme: “Appjes, sms’jes, notulen, nota’s, notities, conceptverslagen, brieven, faxen, telegrammen, rooksignalen – alles moet boven water.” Alleen al van dit spervuur aan informatieverzoeken gaat de suggestie uit dat de regering cruciale informatie achterhoudt. En dus gewantrouwd moet worden.

Boze Kamerleden en een geïrriteerde premier: gefundenes Fressen voor de nieuwsmedia. Juist daarom moeten zij zich niet in dit spelletje laten meeslepen, zegt Frederik. De echte schandalen liggen voor het oprapen in documenten die al openbaar zijn maar waarvoor niemand zich interesseert. Zie de toeslagenaffaire. Die had al veel eerder aan het licht kunnen komen. Indicaties waren er genoeg; die vielen alleen niemand op. Men had het te druk met ophef.

Over ‘inquisitiedemocratie’ en medialogica, de (te) innige verstrengeling van pers en politiek, werd al in 2003 de noodklok geluid. Los daarvan was het sms-debat op 19 mei allesbehalve betekenisloos.
Wat is het geval? Sinds eind 2019 proberen de regeringspartijen in Rutte-III en -IV de informatieplicht aan de Kamer uit te hollen. Tot dan toe was het voor iedereen helder: artikel 68 van de Grondwet verplicht de regering ertoe alle informatie te verstrekken waar Kamerleden om vragen. Toen ineens begon minister Knops een rookgordijn op te trekken. Artikel 68 zou de regering alleen verplichten tot het geven van een beknopte samenvatting van hoe beleid tot stand is gekomen. Bij het aanleveren van alle onderliggende documenten is immers niemand gebaat. Te veel werk voor ambtenaren en te veel dossiers voor de parlementariërs om door te spitten. Bovendien zou het ‘intern beraad’ tussen ministers en ambtenaren bloot komen te liggen. Niet goed voor de eenheid in het kabinetsbeleid. En als de Kamer toch de onderliggende documenten wilde hebben, moest het de regering maar dwingen – bij meerderheid.

De Kamer vertrouwde het zaakje niet en werd daarin nadrukkelijk gesteund door een keur aan staatsrechtgeleerden. Het is niet aan het kabinet om te bepalen op welke informatie Kamerleden recht hebben, en al helemaal niet om dit bij meerderheid af te laten dwingen. Toch houdt de premier sindsdien koppig vast aan wat de ‘Rutte-doctrine’ is gaan heten. Keer op keer moet de oppositie de boel laten escaleren om de informatie te krijgen waar ze recht op heeft. Het ‘onderzoekspopulisme’ is verleden tijd du moment de premier zijn doctrine laat varen – en de Grondwet weer respecteert.


Deze column verschijnt in Vakblad IP | Informatieprofessional, jaargang 26 nummer 6, augustus 2022.



Naschrift 13 juni 2022
Het kabinet Rutte-IV heeft in antwoord op een verzoek van Volkskrant-journalist Frank Hendrickx laten weten dat sms-verkeer tussen bewindspersonen niet wordt geopenbaard. Zie dit bericht en dit opiniestuk van hoogleraar staatsrecht Wim Voermans (Universiteit Leiden).
Op dinsdag 14 juni van 17-19 uur houdt de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over archivering van stukken door bewindspersonen onder de archiefwet en de Woo/Wob. Deelnemers zijn Voermans, archiefwetenschapper Charles Jeurgens (Universiteit van Amsterdam), directeur Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) Jacqueline Rutjens en hoofdinspecteur van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed Olaf Andersen. Ter tafel komen ook position papers van landsadvocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en Woo/Wob-expert Roger Vleugels.

UPDATE 15 juni: de landsadvocaat heeft, onder beroep op zijn geheimhoudingsplicht, voor de uitnodiging bedankt, daartoe gedekt door de premier. Het debat is hier (of op de site van de Tweede Kamer) te bekijken:

Enkele citaten uit het position paper van Jeurgens waaruit is op te maken dat de uitspraak van premier Rutte op 19 mei, dat hij bij het opschonen van de sms’jes op zijn telefoon “naar de letter en de geest van de wet” heeft gehandeld, niet juist is (de vetgedrukte passages zijn van Jeurgens):

  • “Een kernaspect van de AW is dat vernietiging van archiefbescheiden slechts plaatsvindt als er een grondslag voor is, die in een formeel vastgestelde selectielijst is vastgelegd. Bewindslieden maken niet zelf de inschatting of een document van belang is en ‘gearchiveerd’ moet worden.”
  • Alle documenten die voortkomen uit het handelen van een ambtenaar of bestuurder zijn op basis van de definitie (Archiefwet 1995, artikel 1) archiefbescheiden en vallen daarmee dus onder de Archiefwet. Dit betekent dus dat ook appjes, sms’jes en andere vormen van communicatie waarbij gegevens worden vastgelegd onder de Archiefwet vallen als die betrekking hebben op werkgerelateerde activiteiten van een bestuurder of ambtenaar.”
  • “[B]estuurders en ambtenaren [kunnen] niet naar eigen goeddunken .. omgaan met documenten die onder de Archiefwet vallen. Vernietigen van archiefbescheiden kan slechts plaatsvinden wanneer daarvoor een grondslag bestaat. Die grondslag wordt bepaald in selectielijsten…”
  • “[D]e meeste informatie die in overheidsorganisaties omgaat [wordt] niet in een DMS [documentmanagementsysteem] .. beheerd maar in werkapplicaties, databases etc. Het gevolg: bij Wob/Woo procedures kost het veel tijd en moeite om de benodigde gegevens bij elkaar te sprokkelen. Er is geheel tegen de letter en de geest van de archiefwet een neiging om alleen de informatie die in zulke formele DMS- en zaaksystemen is vastgelegd als archiefbescheiden te beschouwen. Door die beperkte invulling wordt reconstructie van het feitelijk handelen ernstig belemmerd.”

Een andere indicatie dat het kabinet Rutte-IV de informatieplicht aan de Tweede Kamer ontwijkt, is te vinden in de beantwoording van vragen vanuit de oppositie door minister Kuipers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VWS). Achtergrond van de vragen is dat uit onderzoek van journalist Milena Holdert van het programma Nieuwsuur (NTR/NOS) is gebleken dat het ministerie van VWS achteraf de notulen van een vergadering van het onafhankelijke Outbreak Management Team (OMT) heeft veranderd. Dit met als doel het OMT-advies in lijn te brengen met de beleidslijn van het ministerie zelf.
De betreffende vergadering van het OMT, dat onder verantwoordelijkheid staat van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), vond plaats op 14 april 2020. Er is een schriftelijk verslag van gemaakt, dat dus achteraf op verzoek van een ambtenaar van VWS zou zijn aangepast. (Het RIVM is een agentschap van VWS maar is onafhankelijk zoals vastgelegd in artikel 5 van de Wet op het RIVM.)
Uit de antwoorden van minister Kuipers blijkt dat er van deze vergadering een geluidsopname is gemaakt die de basis is geweest voor de uitwerking van het schriftelijke verslag. Onduidelijk is echter of die opname nog bestaat. Mocht dat het geval zijn, dan willen tien van de (thans) twintig Kamerfracties over de opname kunnen beschikken. Merk echter op dat minister Kuipers in het midden laat of de geluidsopname nog bestaat of te herstellen is, ondanks dat daarnaar in de vragen 5 en 8 expliciet wordt gevraagd. De minister geeft alleen aan dat van een eventuele vernietiging van de opname geen proces-verbaal is opgesteld. Mogelijk bestaat de opname dus nog, en als dat het geval is, zou deze moeten worden verstrekt als Kamerleden de minister daarom verzoeken. Maar hoe kunnen ze te weten komen óf de opname nog bestaat als de regering bij monde van de minister die vraag ontwijkt?


Creative Commons License
Populisme? Of Rutte-doctrine? by Frank Huysmans is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 13 juni 2022 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Reactie

Over de behoefte aan informatieprofessionals in het InterNetflixtijdperk

‘Librarian Tattoo’, Lenore Edman (CC BY 2.0)

Statistieken waar ik toevallig op stuitte bevestigen het beeld van een dramatische terugloop van het aantal gediplomeerden in hogere opleidingen in bibliotheek en archief. Wat zijn de oorzaken van deze trend? Trekt het vak gewoonweg geen jonge mensen meer aan? Of sluiten de opleidingen niet goed meer aan bij het werkveld? Een Vlaams-Nederlandse werkgroep gaat onderzoek laten doen naar de aansluiting van de opleidingen op de vraag van werkgevers.

Zit die bieb daar nu nog steeds?

Men vraagt mij weleens, gezeten in een verjaardagskring, wat ik doe. Als ik zeg dat ik mij onder andere bezighoud met onderwijs over en onderzoek naar bibliotheken, glijdt bijna altijd een glimlach over het gezicht van de vragensteller. Een glimlach die toont dat een hang naar nostalgie hem of haar niet vreemd is. ‘De bibliotheek… Toen we geen internet hadden, kwamen we er nog wel. Maar nu, met Google… Ik moet wel zeggen, mijn buurvrouw gaat nog wel, want ze houdt van lezen en dan is het wel lekker goedkoop natuurlijk. En ook als je kleine kinderen hebt, is het wel handig, zo’n bieb. Maar je komt in alle drukte en met Netflix bijna niet meer aan boeken toe hè? Dus, vroeger of later…’

Stilzwijgend gaan mijn medeverjaardagsgasten ervan uit dat ik als expert zekerder dan iedereen weet dat de bibliotheek op haar laatste benen loopt. Dat ze in een niet al te verre toekomst alleen nog als woord en begrip zal bestaan, een paar stoffige boekenmusea uitgezonderd. Al moet ik zeggen dat de frequentie van voorkomen van dit soort conversaties de laatste tijd weer wat daalt. Want die buurtbieb zit er, zichtbaar voor eenieder, nog steeds. En door het raam zie je er ook aardig wat mensen zitten, aan de leestafel. Kennelijk voorziet de bibliotheek in het InterNetflixtijdperk nog altijd in een behoefte.

Serendipi… dat dus

Een van de dingen die mensen zeggen te gaan missen als er geen bibliotheken meer zouden zijn, is ‘serendipiteit’. Het is zo’n woord waarvan de kans dat het er in één keer quasi terloops goed uitkomt omgekeerd evenredig is aan de behoefte aan intellectuele erkenning van de spreker. Serendipiteit: waar de term vandaan komt, en hoe het zijn weg heeft gevonden door de ideeëngeschiedenis, is mooi gedocumenteerd door wetenschapssociologen Robert Merton en Elinor Barber. Het is het struikelen over iets waarnaar je niet op zoek was. Je valt, krabbelt op, klopt het stof van je kleren en kijkt wat de oorzaak van de valpartij was. En je komt in aanraking met iets dat je een verfrissend en soms doorslaggevend nieuw perspectief aanreikt.

Is serendipiteit dan dé reden dat bibliotheken tot in de eeuwen der eeuwen gesubsidieerd moeten blijven?

Hoe stimuleren bibliotheken serendipiteit? Doordat je blik, zoekend naar een boek, langs vele andere titels glijdt. En bij zomaar een van die titels rinkelt er een belletje. Hee, deze titel klinkt interessant. Eens kijken op de achterflap… Hm, dit is niet echt wat ik zoek, maar voor de zekerheid neem ik het toch even mee, want wie weet.

Ik herken dat. Als promovendus in de communicatiewetenschap in Nijmegen liep ik met enige regelmaat naar de bibliotheken van maatschappijwetenschappen en filosofie. Twee bibliotheken met een compleet andere indelingssystematiek. In de eerstgenoemde werden de nieuwe aanwinsten gewoon achteraan de rij ingevoegd. Ze stonden op volgorde van signatuur. Aan die signatuur kon je zo’n beetje aflezen hoe recent het boek aangekocht was; verder niets.

In de bieb van filosofie, waar ik als sociale wetenschapper linea recta op de afdeling ‘sociale en politieke filosofie’ afstevende, was voor een thematische indeling gekozen. Op de plank waar het door mij gezochte boek stond, werd het omringd door nauwe verwanten. Dat leverde nogal eens waardevolle ontdekkingen op. Weer een week geen letter op papier, maar de reis naar de eindstreep werd er wel veel boeiender door. En ja, enkele van de toevallige vondsten stuurden die reis in een productievere richting.

Is serendipiteit dan dé reden dat bibliotheken tot in de eeuwen der eeuwen gesubsidieerd moeten blijven? Mijn ervaring in de twee bibliotheken van de universiteit in Nijmegen geeft aan dat het niet ‘de bibliotheek’ als zodanig is, maar de wijze van presenteren van de boeken. Die manier kun je digitaal nabootsen. Sterker nog, je zou digitale gebruikers de keuze kunnen geven tussen verschillende ordeningsprincipes. De bibliotheek maatschappijwetenschappen had op mijn scherm de indeling van die van filosofie kunnen krijgen. Zo zou de kans op serendipiteit flink zijn toegenomen (en de einddatum van mijn project nog verder verschoven – niettemin om goede inhoudelijke redenen).

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 8 februari 2017 | Posted in beleid, geen, onderwijs, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , | 40 Comments

Informatiehuishouding van Jan Steen

Bron: https://www.cultuur.nl/

Bron: https://www.cultuur.nl/

Op 12 april publiceerden de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) en de Raad voor Cultuur (RvC) een gezamenlijk advies aan minister Bussemaker, getiteld Het puberbrein van de overheid: Informatiebeheer in ketensamenwerking. Wat behelst het advies, en gaat het de langverwachte aandacht van de overheden brengen voor hun eigen informatiebeheer?

Digitalisering van informatie stelt de informatiehuishouding van de overheid voor grote problemen. Die conclusie dringt zich op uit de imposante lijst rapporten en adviezen sinds midden jaren 2000. Begin 2005 was er het rapport van de Rijksarchiefinspectie (inmiddels opgegaan in de Erfgoedinspectie), Een dementerende overheid. Daarin werd de vrees geuit dat er gaten gaan vallen in het geheugen van de overheid als zij met ‘digital born’ informatie, bijvoorbeeld ambtelijk e-mailverkeer, niet bewuster omgaat. Veel digitaal geproduceerde beleidsstukken en databestanden maken geen deel uit van de archiveringsprocessen. Bovendien moeten digitale bestanden, anders dan papieren archieven, van tijd tot tijd geconverteerd worden naar nieuwe standaarden om raadpleegbaar te blijven. Niet eens de erfgoedwaarde, maar vooral de verantwoordingsfunctie stond in dit advies centraal.

Informatie op orde

Een jaar later reageerde het ministerie van OCW met Informatie op orde. Daarin erkende de Rijksoverheid het geschetste probleem, en wel in drieërlei opzicht. Voor de eigen bedrijfsvoering, beleidsvorming en -uitvoering; voor de verantwoordingsplicht jegens burgers en politiek; en voor toekomstige generaties (erfgoed). Het ministerie benadrukte bovendien dat overheidsinformatie voor iedereen goed vindbaar en toegankelijk moet zijn.

‘Er is in de hele overheid, van hoog tot laag, sprake van een groot en structureel gebrek aan bewustzijn, aandacht en kennis ten aanzien van het belang van informatie, informatiemanagement en informatiebeheer.’
– Raad voor Cultuur & Raad voor het openbaar bestuur

Naast een sluitend informatiebeheer zouden er dus ook eisen gesteld moeten worden aan (her)vindbaarheid en openbaarheid van de betreffende informatie. Openbaarheid was al een issue sinds de Wet openbaarheid van bestuur (‘de Wob’ uit 1991, binnenkort mogelijk opgevolgd door de Wet open overheid/Woo), maar werd nog eens bekrachtigd met een advies van de Rob uit 2012, Gij zult openbaar maken. En sinds vorig jaar de Wet hergebruik van overheidsinformatie in werking is getreden, hebben met name bibliotheken en musea er een nieuwe verplichting bij. Informatie en data die met publiek geld zijn vervaardigd en waarop geen eigendomsrechten rusten, dienen zij in principe ter beschikking te stellen aan wie er maar om vraagt.

Informatie in ketens

Je zou denken dat er in het afgelopen decennium forse stappen zouden zijn gezet in het op orde brengen van de informatiehuishouding, op papier en digitaal. De Erfgoedinspectie waarschuwde eind 2015 in het rapport Onvoltooid digitaal echter dat er nog veel te doen is. En wie het nieuwste advies van RvC en Rob leest, komt helemaal van een koude kermis thuis. Al in het voorwoord valt te lezen ‘dat het informatiebeheer bij de overheid op dit moment nog grote tekortkomingen heeft. Er wordt stelselmatig te weinig en te laat nagedacht over de informatieafhankelijkheid die samenwerking in ketens met zich meebrengt.’

Met dat laatste is de raison d’être van dit nieuwste advies benoemd. Of het al niet erg genoeg is dat overheidslichamen flinke steken laten vallen in hun eigen informatiehuishouding, komt daar nog bij dat zij samen, in ketens, verantwoordelijk zijn voor beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Om dat enigszins goed te laten verlopen dienen zij onderling informatie uit te wisselen. En ja, als het informatiebeheer in eigen huis al niet goed is, gaat er in de uitwisseling natuurlijk ook het een en ander mis. Of zoals in de samenvatting van het advies te lezen is: ‘Wanneer overheden in ketens samenwerken met elkaar en met maatschappelijke partijen kan gebrekkig informatiebeheer erg hinderlijk zijn. Alle grote problemen waarmee de overheid op dit gebied te kampen heeft, spelen in ketens extra op. De onderlinge afhankelijkheden maken informatiebeheer in ketens complex en vergroten de risico’s bij fouten of wanbeheer’ (p. 9). Om daarop te laten volgen dat de informatiehuishouding van de overheid op een puberbrein lijkt: volop in de groei, maar het laat nog flinke steken vallen bij zaken als onthouden, organiseren en controleren. Met als voor de hand liggend bewijsstuk de gang van zaken rond de ontnemingsschikking met Cees H., beter bekend als ‘het bonnetje van Teeven’.

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 29 april 2016 | Posted in beleid, essay, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Reactie