innovatie van de publieke informatievoorziening

Informatiehuishouding van Jan Steen

Bron: https://www.cultuur.nl/

Bron: https://www.cultuur.nl/

Op 12 april publiceerden de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) en de Raad voor Cultuur (RvC) een gezamenlijk advies aan minister Bussemaker, getiteld Het puberbrein van de overheid: Informatiebeheer in ketensamenwerking. Wat behelst het advies, en gaat het de langverwachte aandacht van de overheden brengen voor hun eigen informatiebeheer?

Digitalisering van informatie stelt de informatiehuishouding van de overheid voor grote problemen. Die conclusie dringt zich op uit de imposante lijst rapporten en adviezen sinds midden jaren 2000. Begin 2005 was er het rapport van de Rijksarchiefinspectie (inmiddels opgegaan in de Erfgoedinspectie), Een dementerende overheid. Daarin werd de vrees geuit dat er gaten gaan vallen in het geheugen van de overheid als zij met ‘digital born’ informatie, bijvoorbeeld ambtelijk e-mailverkeer, niet bewuster omgaat. Veel digitaal geproduceerde beleidsstukken en databestanden maken geen deel uit van de archiveringsprocessen. Bovendien moeten digitale bestanden, anders dan papieren archieven, van tijd tot tijd geconverteerd worden naar nieuwe standaarden om raadpleegbaar te blijven. Niet eens de erfgoedwaarde, maar vooral de verantwoordingsfunctie stond in dit advies centraal.

Informatie op orde

Een jaar later reageerde het ministerie van OCW met Informatie op orde. Daarin erkende de Rijksoverheid het geschetste probleem, en wel in drieërlei opzicht. Voor de eigen bedrijfsvoering, beleidsvorming en -uitvoering; voor de verantwoordingsplicht jegens burgers en politiek; en voor toekomstige generaties (erfgoed). Het ministerie benadrukte bovendien dat overheidsinformatie voor iedereen goed vindbaar en toegankelijk moet zijn.

‘Er is in de hele overheid, van hoog tot laag, sprake van een groot en structureel gebrek aan bewustzijn, aandacht en kennis ten aanzien van het belang van informatie, informatiemanagement en informatiebeheer.’
– Raad voor Cultuur & Raad voor het openbaar bestuur

Naast een sluitend informatiebeheer zouden er dus ook eisen gesteld moeten worden aan (her)vindbaarheid en openbaarheid van de betreffende informatie. Openbaarheid was al een issue sinds de Wet openbaarheid van bestuur (‘de Wob’ uit 1991, binnenkort mogelijk opgevolgd door de Wet open overheid/Woo), maar werd nog eens bekrachtigd met een advies van de Rob uit 2012, Gij zult openbaar maken. En sinds vorig jaar de Wet hergebruik van overheidsinformatie in werking is getreden, hebben met name bibliotheken en musea er een nieuwe verplichting bij. Informatie en data die met publiek geld zijn vervaardigd en waarop geen eigendomsrechten rusten, dienen zij in principe ter beschikking te stellen aan wie er maar om vraagt.

Informatie in ketens

Je zou denken dat er in het afgelopen decennium forse stappen zouden zijn gezet in het op orde brengen van de informatiehuishouding, op papier en digitaal. De Erfgoedinspectie waarschuwde eind 2015 in het rapport Onvoltooid digitaal echter dat er nog veel te doen is. En wie het nieuwste advies van RvC en Rob leest, komt helemaal van een koude kermis thuis. Al in het voorwoord valt te lezen ‘dat het informatiebeheer bij de overheid op dit moment nog grote tekortkomingen heeft. Er wordt stelselmatig te weinig en te laat nagedacht over de informatieafhankelijkheid die samenwerking in ketens met zich meebrengt.’

Met dat laatste is de raison d’être van dit nieuwste advies benoemd. Of het al niet erg genoeg is dat overheidslichamen flinke steken laten vallen in hun eigen informatiehuishouding, komt daar nog bij dat zij samen, in ketens, verantwoordelijk zijn voor beleidsvoorbereiding en -uitvoering. Om dat enigszins goed te laten verlopen dienen zij onderling informatie uit te wisselen. En ja, als het informatiebeheer in eigen huis al niet goed is, gaat er in de uitwisseling natuurlijk ook het een en ander mis. Of zoals in de samenvatting van het advies te lezen is: ‘Wanneer overheden in ketens samenwerken met elkaar en met maatschappelijke partijen kan gebrekkig informatiebeheer erg hinderlijk zijn. Alle grote problemen waarmee de overheid op dit gebied te kampen heeft, spelen in ketens extra op. De onderlinge afhankelijkheden maken informatiebeheer in ketens complex en vergroten de risico’s bij fouten of wanbeheer’ (p. 9). Om daarop te laten volgen dat de informatiehuishouding van de overheid op een puberbrein lijkt: volop in de groei, maar het laat nog flinke steken vallen bij zaken als onthouden, organiseren en controleren. Met als voor de hand liggend bewijsstuk de gang van zaken rond de ontnemingsschikking met Cees H., beter bekend als ‘het bonnetje van Teeven’.

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 29 april 2016 | Posted in beleid, essay, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Comment

Je suis Charlie, oui. But I am Edward, too

Foto Thierry Caro (CC-BY-SA 4.0)

Woensdagavond 7 januari. Op de Place de la République houdt een dame op leeftijd zwijgend een pen in de lucht. De spieren in haar arm en schouder moeten langzaamaan pijn doen, maar ze geeft niet op. Solidariteit wordt betuigd in de straten van vele Franse en andere Europese steden, op redacties, in de westerse pers en op sociale media: #JeSuisCharlie. De vrijheid van meningsuiting is in gevaar als op een woensdagochtend een groot deel van de redactie van een satirisch weekblad in een aanslag door radicale moslims wordt vermoord.

Een soortgelijke massale uiting van solidariteit in verdediging van de vrije meningsuiting deed zich vijfentwintig jaar geleden voor. Ayatollah Khomeini sprak een fatwa uit over de auteur van het boek The Satanic Verses. Salman Rushdie werd een martelaar van het vrije woord en verloor ook zijn persoonlijke vrijheid. Hij was gedurende vele jaren gedwongen zich schuil te houden. Ook toen keerden publicisten en politici zich massaal tegen de bedreiging van het vrije woord. Het Verenigd Koninkrijk verbrak vanwege de controverse zelfs de diplomatieke relaties met Iran.

Niet alleen als schrijver en spreker houden velen zich in, maar ook op sociale media, in e-mailcorrespondentie en aan de telefoon

Een reactie van Rushdie op de moordaanslag in de burelen van Charlie Hebdo bleef niet lang uit. Hij riep iedereen op de kunst van de satire te verdedigen ‘die altijd een kracht is geweest voor vrijheid en tegen tirannie, onwaarachtigheid en stupiditeit.’

Zijn korte maar ferme verklaring verscheen al op woensdagmiddag op de website van de Engelse afdeling van PEN, een vereniging die opkomt voor de (literaire) vrijheid van meningsuiting.

Schaar in het hoofd

Het toeval wil dat PENs Amerikaanse tak – waarvan Rushdie enige jaren voorzitter was – twee dagen eerder een onderzoeksrapport had uitgebracht over bedreigingen van die vrijheid. Een niet-representatieve enquête onder schrijvers uit vijftig landen laat zien dat een aanzienlijk aantal van de 772 respondenten in het schrijven of spreken bepaalde onderwerpen mijdt. Van de schrijvers in onvrije landen zegt 61 procent te kampen met een schaar in het hoofd, tegenover nog altijd 34 procent in vrije landen.

Bron afbeelding: badassdigest.com

Bron afbeelding: badassdigest.com

Uit angst voor bedreigingen of aanslagen? Nee. De enquêtevragen in het rapport Global Chilling gaan over overheidssurveillance door geheime diensten als de Amerikaanse NSA, de Britse GCHQ en onze eigen AIVD. De onthullingen door The Guardian, The Washington Post en Der Spiegel op basis van de documenten van klokkenluider Edward Snowden blijken tot zelfcensuur te hebben geleid. Chilling effects in het Engels genoemd, vandaar de term Global Chilling. Niet alleen als schrijver en spreker houden velen zich in, maar ook op sociale media, in e-mailcorrespondentie en aan de telefoon.

Lees verder »

Posted by Frank Huysmans on 12 januari 2015 | Posted in essay, opinie, vakpublicaties, WareKennis | Tagged , , , , , | Comment

Leven in de glazen bol

netzpolitik.org - CC-BY-SA 3.0

netzpolitik.org – CC-BY-SA 3.0

Bijna twee weken geleden is het dat the Guardian het nieuws openbaarde over het PRISM-programma van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). Al het andere nieuws kan bij mij sindsdien hooguit een schouderophalen veroorzaken. Steeds meer verbaas ik me over mensen in mijn omgeving die het nieuws niet kan deren. En die daarover hun schouders ophalen – ‘dat wisten we toch allang.’ Vermoedens waren er inderdaad. Toch is de situatie nu anders. Er ligt bewijs in de vorm van een powerpointpresentatie van het PRISM-programma, in combinatie met de zelfonthulling van de bron die in een eerdere baan als CIA-medewerker aantoonbaar over deze informatie kon beschikken.

Maar de implicaties van deze affaire reiken veel verder. Het gaat om het fundamentele punt van de verhouding tussen burgers en overheid. De afgelopen week kwamen de colleges sociale en politieke filosofie weer terug die ik eind jaren tachtig aan de Nijmeegse universiteit volgde. Over het sociaal contract tussen burgers. Over burgers die in het besef van een algemeen belang het machtsmonopolie bij de overheid leggen. Burgers die in laatste instantie zelf – via representatieve democratie en algemene verkiezingen – de controle op die macht blijven uitoefenen. Op een overheid die ondergeschikt en dienstbaar is aan een in een democratisch proces gedefinieerd algemeen belang.

Met PRISM is een grens overschreden die een overheid in een vrije democratie nooit mag overschrijden. Wat hier is gebeurd, is dat de overheid zich bevoegdheden heeft toegeëigend ‘in het algemeen belang’ (het voorkomen van terroristische aanslagen) zonder haar burgers daar vooraf in te kennen – lees: ze heeft het voor haar burgers verborgen gehouden. Met als gevolg dat alles wat we de afgelopen jaren hebben gedeeld via diensten van Microsoft, Google, Facebook, Skype, Apple en andere Amerikaanse platforms, is opgeslagen en kan worden doorzocht zonder dat wij als burgers daarvan wisten. Wij gingen ervan uit dat wat we mailden en deelden door de desbetreffende bedrijven onder de pet zou worden gehouden. Die bedrijven vroegen ons immers om hun privacy policy te ondertekenen. Nu blijkt dat geheime diensten die bedrijven hebben overtuigd van de noodzaak (lees: onder druk hebben gezet om) die gegevens op te hoesten voor monitoring. En sterker nog: vandaag werd bekend dat Microsoft informatie over beveiligingslekken deelt met de Amerikaanse inlichtingendiensten. Die kunnen dan eerst inbreken in systemen elders in de wereld, voordat de lekken worden gedicht met beveiligingspatches.

Wat hier is gebeurd, is dat de overheid zich bevoegdheden heeft toegeëigend ‘in het algemeen belang’ (het voorkomen van terroristische aanslagen) zonder haar burgers daar vooraf in te kennen – lees: ze heeft het voor haar burgers verborgen gehouden.

Mochten die geheime diensten zomaar alles doen met onze privégegevens? Nee. Maar na 9-11 is er in de VS een mogelijkheid gecreëerd om via niet-openbare rechtspraak toegang te krijgen tot al die gegevens. Negenennegentig komma zevenennegentig procent van de verzoeken worden ingewilligd. StopInfowars_RomeEn dan is het nog de vraag of de medewerkers van de geheime dienst netjes binnen dit toch al ruime mandaat blijven en alleen op zoek gaan naar de zoekwoorden waarnaar ze mogen zoeken. Wat bijvoorbeeld als ze de e-mails van topmensen van bankiers kunnen meelezen en met voorkennis gaan handelen op de beurs?

Akkoord, het zijn vooralsnog beweringen van een klokkenluider. Geen gewone burger of politieke partij die deze op waarheidsgehalte kan toetsen. De onderste steen van het PRISM-schandaal moet nog boven komen, maar het lijkt er toch sterk op dat de Amerikaanse overheidsspionnen zich niet aan de wet heeft gehouden. En jazeker, ook de Nederlandse overheid heeft inmiddels de schijn tegen. Dat is het begin van het einde van de rechtsorde: een overheid die zich niet aan de wet houdt en niet de waarheid spreekt over wat ze werkelijk doet of toestaat.

We hebben het allemaal al eerder gezien: een staat die zich zogenaamd in het algemeen belang tegen zijn burgers keert. In het vrije westen dachten dat we dat zoiets alleen in onvrije communistische en dictatoriaal geregeerde samenlevingen gebeurde. We laafden ons aan films als Das Leben der Anderen en prezen ons gelukkig dat we niet in het oostblok waren geboren. En Enemy of the State was natuurlijk pure fictie.

Nu weten we beter. Gelukkig kunnen we er nog een beetje om lachen, maar triest en extreem verontrustend blijft het. Niemand heeft het grappiger én cynischer weten te verwoorden als de Amerikaanse komiek Stephen Colbert op Twitter.

Het ‘niets te verbergen’-tegenargument wordt hiermee onderuit gehaald. Want waarom deed de NSA dit in het geniep; had het soms iets te verbergen? Een ander argument, dat door Obama zelf naar voren werd gebracht, luidt: ‘je moet een beetje privacy opgeven zodat de overheid/geheime dienst de wereld voor ons allen veiliger kan maken. Het is op zijn minst omstreden dat PRISM iets heeft bijgedragen aan het voorkomen van terroristische aanslagen. De NSA beweert van wel, maar zal hiervan waarschijnlijk geen details willen prijsgeven for security reasons. Experts menen het tegenovergestelde. Nog afgezien van de vraag of het wenselijk is dat de privécorrespondentie van iedereen wordt doorgevlooid zodat er op basis van waarschijnlijkheidsberekeningen alarmbellen gaan rinkelen – dus zonder dat er van een verdenking sprake is.

En dan Nederland. Als burgers van dit dichtbekabelde landje vallen wij niet onder de privacybescherming die de Amerikanen onder hun eigen wetgeving genieten. De NSA kan sowieso alle data van niet-Amerikaanse staatsburgers bekijken. Als de Nederlandse AIVD toegang heeft tot die NSA-data, zoals de Telegraaf op gezag van ‘inlichtingenbronnen’ meldde, is er geen rem op wat onze eigen spionagedienst over ons te weten kan komen.

Wat kunnen we doen om dit te voorkomen?

  • Ons informeren over de werkelijke omvang van de afluisterpraktijken. The Guardian en de Washington Post zijn leidend in de berichtgeving. Volg ook de acties van de Amerikaanse Electronic Frontier Foundation (EFF) en het Nederlandse Bits of Freedom (BoF).
  • Teken petities als deze van EFF om druk op politici te zetten. Er wordt wel eens geschamperd over de effectiviteit van online actievoeren, maar mooi dat het omstreden ACTA-voorstel door de EU werd afgeserveerd na druk vanuit de basis.
  • Versleutel correspondentie die je geheim wilt houden. Het is niet moeilijk met Pretty Good Privacy, alleen beide partijen in het mailverkeer moeten wel meedoen. Ook versleuteld bellen is goed mogelijk.
  • Stap in je dagelijkse internetgebruik waar mogelijk over op niet-Amerikaanse platforms. Die zijn er namelijk in overvloed.
  • Praat met familie, vrienden en (on)bekenden over wat je hebt geleerd. Raise awareness.

Als burgers kunnen we het niet over onze kant laten gaan dat de rechtstaat niet wordt gerespecteerd door de organen van de rechtstaat zelf. Zorg dat de omvang van het probleem – ook in Nederland – duidelijk wordt. Zorg dat het schouderophalen stopt.

Posted by Frank Huysmans on 18 juni 2013 | Posted in beleid, opinie | Tagged , , , , | 1 reactie