innovatie van de publieke informatievoorziening

Intiem

Uit Algemene Rekenkamer, Grip op informatievoorziening (2006)

De D zit weer in de maand, dus mail van Van Dale. We mogen weer stemmen op het Woord van het Jaar. Ik in de lijst genomineerde woorden op zoek naar ‘huidhonger’. Staat er niet tussen! Hors concours, zo blijkt, want het is niet van 2020.

In de Curaçaose Amigoe duikt het al in februari 1984 op. De carnavalsbijlage drukt naast een dankzegging (“Wij accepteren carnaval dus als een gift van U, Vader van alle licht, omdat al wat goed is van U afkomstig is”) een interview af met een groep Amerikaanse jongerenpastors. Als Cliniclowns avant la lettre maken ze het leven van gehandicapte kinderen, zieken en ouderen wat draaglijker door ze aan te raken en bij het afscheid een kusje te geven.

Vorig jaar ging het net zo met een woord dat ik toen voor het eerst hoorde (en liever nooit had leren kennen). ‘Beleidsintimiteit’. Vertrouwelijkheid van het overleg of het samenwerken tussen bewindslieden en ambtenaren aangaande beleidszaken. Bestond ook allang, dankzij een lange rij ministers, bestuurskundigen en juristen. Ambtenaren moeten intern vrijelijk hun opvattingen kunnen ventileren zonder er later op te kunnen worden aangesproken.

“De Belastingdienst streeft er voortdurend naar volgens de wet te werken.”

Dat valt natuurlijk te billijken. Je wilt als ambtenaar misschien nog wel eens verder solliciteren zonder geconfronteerd te worden met je opvattingen van twintig jaar eerder. Maar hoe beleidsintimiteit kan ontsporen is gebleken uit de Toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Ambtenaren die overijverig te werk gaan, duizenden ouders als fraudeurs bestempelen en ten onrechte in grote financiële problemen brengen. Andere overheidsdienaren die bij hun meerderen geen gehoor vinden met hun zorgen hierover (‘hou jij je nou maar met de uitvoering bezig en niet met het beleid’). Die gedwongen worden de wet te overtreden. Cruciale informatie die niet met de staatssecretaris en de Kamer wordt gedeeld maar wel RTL en Trouw bereikt, terwijl de dienst een woordvoerder laat zeggen dat men er “voortdurend naar streeft volgens de wet te werken.”

Met de informatievoorziening hebben we het echte probleem te pakken. De informatiehuishouding van de overheid is een puinhoop, zei hoogleraar staatsrecht Wim Voermans vorig jaar al. Frans Weekers en Menno Snel, de staatssecretarissen die vanwege de affaire de eer aan zichzelf moesten houden, beaamden dat onlangs gretig voor de parlementaire commissie die de toeslagenaffaire onderzocht. Evenals Wopke en Wiebes. Premier Rutte ging nog wat verder en erkende ten overstaan van diezelfde commissie zelfs dat er op zijn ministerie weinig wordt vastgelegd. Algemene Zaken is een klein ministerie, weet u. Daar hebben mijn ambtenaren geen tijd voor. En naar ambtelijke memo’s kon de commissie fluiten. Beleidsintimiteit! Grijns.

Beste Van Dale. Ik weet dat het te vroeg is, maar mag ik ‘informatie-ejaculatie’ alvast nomineren voor Woord van 2021? Het bestaat nog niet, ik zweer het u.


Deze column is verschenen in IP Vakblad voor Informatieprofessionals, jaargang 24 nummer 9, december 2020.


Posted by Frank Huysmans on 22 december 2020 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 Comments

Viraal gaan

Wat er aan informatie de wereld rond gaat is minder relevant voor de ontwikkeling van samenleving en cultuur dan de verspreiding van de informatietechnologie zelf: the medium is the message. Deze stelling poneerde Marshall McLuhan in zijn boek Understanding Media (1964). Technologie heft onze fysieke beperkingen op. De uitvinding van het wiel betekende een uitbreiding van onze ‘benenwagen’. De telefoon vergrootte het bereik van onze stem. En zo vormen de elektronische media radio, televisie en ‘automatisering’ (zoals dat toen nog heette) een uitbreiding van ons centrale zenuwstelsel.

Had McLuhan (1911-1980) de opkomst van de homecomputer, het internet, het web en de sociale media meegemaakt, dan was hij daardoor zonder twijfel een nog grotere cultfiguur geworden dan hij bij leven al was. De invasie van de menselijke biologie in het psychische en sociale domein raakte nogal een zenuw. Dat de Canadees, geen natuurwetenschapper maar professor in de Engelstalige letteren, meer uitblonk in het poneren van pakkende metaforen dan in zorgvuldige begripsvorming zij hem vergeven. Wat telt is het inzicht dat het sociale leven soms opmerkelijke parallellen vertoont met biologische processen.

Neem het viraal gaan van grappen, spelletjes en noodkreten op Facebook, Twitter, TikTok, Reddit en in WhatsApp-groepen. We kenden het verschijnsel al van de kettingbrieven (‘Maak tien kopieën van deze brief en geef ze door aan je tien beste vrienden! Anders zal ongeluk je treffen!’). De ene keer wordt de boodschap simpelweg doorgestuurd om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Binnen een etmaal stromen de donaties binnen voor een kind dat een veel te dure medische behandeling moet ondergaan. De andere keer gaat het om een bekende uiting uit de populaire cultuur dat op humoristische wijze wordt toegepast op een actueel thema. Denk aan de vele varianten op de uitspraak ‘One does not simply walk into Mordor’ uit de eerste Lord of the Rings-film. Een plaatje met bovenin het algemene thema en onderin de grap, in het Impact-lettertype (wit met zwarte rand) does the trick. Binnen enkele dagen, soms uren, schudt het web van het lachen om een plotselinge uitbarsting van collectieve creativiteit.

Het sociale leven vertoont soms opmerkelijke parallellen met biologische processen.

Nu bijna de hele wereld stil is komen te staan door een virus dat de verspreiders ervan kan doden, is het lachen ons wel vergaan. Wat ons er allerminst van weerhoudt om via het globale zenuwstelsel boodschappen te verspreiden die de angst verlichten – of juist aanwakkeren. In tijden als deze kan het viraal gaan van misinformatie de crisis veel erger maken dan nodig is. Dan is het van levensbelang dat we het veilige midden houden tussen bagatelliseren en doemdenken, tussen het doorgaan met feesten en het hamsteren van levensmiddelen. Een virus is een parasiet die niet kan overleven en zich niet kan repliceren zonder van organisme op organisme over te springen. Zelfbeheersing kan ons redden. Door gepaste afstand te houden van elkaar en van de verzendknop.

Deze column verscheen in Vakblad IP | Informatieprofessional, jaargang 24 nummer 3, april 2020.

Posted by Frank Huysmans on 2 april 2020 | Posted in columns, geen, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , | Reactie