innovatie van de publieke informatievoorziening

De analoge kloof

Digitale trapvelden, wie kent ze nog? Aan het begin van de eeuw maakten we ons zorgen over de ‘digitale kloof’. Je had mensen die computers en een internetaansluiting konden betalen en personen die dat niet konden. Digital haves en digital have-nots. En als we niet ingrepen, zouden die laatsten maatschappelijk achtergesteld raken bij de rest. Want alles werd digitaal. Daarom moesten er laag in de wijken plekken komen waar iedereen met de digitale wereld kennis kon maken.

Het is erg meegevallen, weten we met de kennis van nu. Het is gegaan als met radio en televisie. De vraag zwol aan, de prijzen gingen omlaag en ook de achterblijvers gingen overstag. Er resteerde een kleine groep weigeraars, vanuit eigen keuze (geen tijd, te plat) of de wil van God.
Maar de bezorgdheid was nog niet weg. Verschillen in bezit en toegang tot digitale apparatuur mochten dan wel bijna zijn verdwenen, maar hoe zat het met het gebruik? Want de whizzkids wisten veel meer uit de machinerie te halen dan hun oma’s en opa’s. Die hingen om de haverklap aan de lijn: ‘Jongen, ik ben het weer. Je raadt het al, dat internetding doet het weer eens niet.’ ‘Stekker eruit en erin al geprobeerd, oma?’

En daar hebben we wel iets te pakken. Toegang hebben tot data, informatie en kennis is één. Er ook slim gebruik van maken is iets anders. Verschillen in bezit mogen zijn verdwenen, een kloof in gebruik, en dus maatschappelijke kansen, krijg je minder makkelijk gedicht.

Verschillen in bezit mogen zijn verdwenen, een kloof in gebruik, en dus maatschappelijke kansen, krijg je minder makkelijk gedicht.

Het gekke is nu dat we de neiging hebben de risico’s wél te zien bij innovaties (Robots pikken onze banen in! Artificial intelligence wordt slimmer dan wij!) en veel minder bij waar we allang vertrouwd mee zijn. Wist u dat Boekstartkoffertjes vaker worden opgehaald door hoog- dan door laagopgeleide ouders? Dat de eersten ook vaker boeken lenen uit de bieb? Dat taalachterstanden gedurende het basisonderwijs eerder groter dan kleiner worden? Dat kinderen van rijkere ouders in het voortgezet onderwijs vaker bijles genieten? En dat kinderen van hoogopgeleide ouders een bijna vier keer zo grote kans hebben om op het gymnasium te belanden als even getalenteerde kinderen uit achterstandswijken?

Alle beleidsretoriek over gelijke kansen heeft niet kunnen voorkomen dat afkomst en herkomst nog altijd je toekomst bepalen. Misschien wel omdat we dachten dat gelijke toegang tot kennis, informatie en onderwijs voldoende zou zijn.
Het is het intussen nog altijd waard om tegen ongelijkheid te blijven vechten. Meer egalitaire samenlevingen scoren beter op allerlei indicatoren voor welzijn en geluk – levensverwachting, zelfmoorden, tienerzwangerschappen, gevangenen – dan landen waarin ongelijkheid troef is. Met als negatieve uitschieter de VS, dat je met De Correspondent-oprichter Rob Wijnberg een ‘steenrijk derdewereldland’ mag noemen.
Gelijke kansen schep je niet met het aanleggen van glasvezelkabels naar scholen en bibliotheken. Het vereist stug volhouden met onderwijs, cursussen, mensen. En misschien wel meer aandacht schenken aan de analoge dan aan de digitale kloof.


Deze column verscheen in Vakblad IP (Informatieprofessional), jaargang 22 nummer 8, november 2018.


Creative Commons License
De analoge kloof is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 10 november 2018 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , | 1 reactie

Inkt, pixels en modder

In de EU stond de afgelopen tijd de modernisering van het auteursrecht op de agenda. De ambitie was om het geschikt te maken voor het digitale tijdperk.

De digitale transformatie van het medialandschap heeft zoals we weten voor kranten en tijdschriften bepaald niet goed uitgepakt. In de economie ligt de macht bij de partij die de schaarste controleert. In het papieren tijdperk waren dat de uitgevers in het nieuws- en opiniesegment: de aanbodzijde. Met de overgang van inkt naar pixels is de schaarste verschoven naar de vraagkant. Uitgevers concurreren met elkaar en met nieuws- en opiniesites om de aandacht van de lezers. De macht berust nu bij de partijen die de eyeballs leveren, met name Google en Facebook. En dus stromen veel advertentiegelden uit Europa naar de VS.

Voor de Europese burgers is het een gemiste kans dat de modernisering is uitgedraaid op moddergooien tussen twee kampen. Aan de ene kant een groep voor het merendeel conservatieve en liberale parlementariërs en organisaties van uitgevers en makers. Hun analyse: Europese uitgevers hebben het moeilijk en dus komen ook de redacties, auteurs, fotografen en illustratoren financieel in de knel. Help ons om de vroegere balans te herstellen door Google en Facebook te laten betalen voor wat zij doorleveren aan hun gebruikers. Daar verdienen zíj immers geld mee. En maak ze aansprakelijk voor auteursrechtschendingen bij het uploaden van beschermd materiaal door hun gebruikers.

Gaan Google en Facebook betalen, of forceren ze een daling in hits op sites van Europese uitgevers?

Daartegenover staan overwegend progressieve volksvertegenwoordigers samen met een bonte coalitie van bedrijven (Google voorop), organisaties zoals Wikipedia die ijveren voor het web als publiek domein, burgerrechtenorganisaties en webpioniers. Volgens hen betekent de EU-Richtlijn het einde van het open web. Als alles wat mensen op het web willen delen eerst door een auteursrechtcheck moet, betekent dat in de praktijk dat er contentfilters moeten komen. Die zijn zo duur dat kleinere bedrijven zich ze niet kunnen veroorloven. Ergo: de machtsbalans zal juist meer in het voordeel van de Amerikaanse giganten uitvallen. En legitieme uitingen, zoals parodieën en satire die gebruikmaken van beschermd beeldmateriaal, zullen nog vóór publicatie door filters worden afgevangen. En ja, dat lijkt verdacht veel op censuur.

In juli sloeg de progressieve factie een eerste slag. Na wat bijvijlen van de tekst werd een grote groep twijfelaars in het parlement over de streep getrokken en won onlangs de conservatievere groep de uiteindelijke stemming. Uitgevers, auteurs en journalisten toonden zich verheugd. Deskundigen waarschuwen echter voor averechtse effecten. Gaan Google en Facebook echt betalen, of forceren ze een drastische daling in aantallen hits op de sites van Europese uitgevers? Moet WordPress uploadfilters gaan installeren? Veel zal in het komende jaar duidelijk worden, als de Richtlijn in nationale wetgeving gaat worden omgezet. Er moet daartoe nog stevig worden onderhandeld met de lidstaten. Niets is nog definitief, maar moderner lijkt ons auteursrecht zeker niet te gaan worden.


Deze column verscheen in Vakblad IP (Informatieprofessional), jaargang 22 nummer 7, oktober 2018.


Creative Commons License
Inkt, pixels en modder is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 13 oktober 2018 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , , , , | Comment

Het picknickkleed onder de letteren

Bron: Pedro Ribeiro Simões (Flickr, CC BY 2.0)

Gedenkwaardig dagje, 19 april. In de ochtend verschijnt in Den Haag bij de Raad voor Cultuur het advies over de letteren- en bibliothekensector. De lunch geniet ik op een zonovergoten Museumplein in Amsterdam met een Finse collega, daags ervoor vertrokken uit Tampere waar nog restjes sneeuw lagen. Later in de middag vergadert het bestuur van de Auteursbond met de balkondeuren open over de inkomenspositie van auteurs en vertalers. Even verderop beleeft Lelystad, uw toekomstige vertrekpunt voor vliegvakanties naar warmere oorden, op een halve graad na de eerste tropische dag van 2018.

Niets is heerlijker dan op een warme lentedag languit op een kleed in het gras een boek lezen. Vindt u en vind ik. Maar we behoren tot een minderheid. Over een langere periode daalt de belangstelling voor het lezen in de vrije tijd. In de wereld van boek en bibliotheek heeft men dat gegeven inmiddels gelaten geaccepteerd. De Raad voor Cultuur maakt zich zorgen. Als deze trend niet wordt gekeerd, kan het niet anders dan dat die het picknickkleed onder de letteren vandaan trekt.

‘Vraaguitval’, noemen economen het. Op zich niets ergs. Niemand is er rouwig om dat we geen lantaarnopstekers meer hebben, of kolenboeren. Erg wordt het pas als de dingen die ervoor in de plaats komen geen verbeteringen zijn. Van lezen weten we dat het allerlei positieve effecten heeft: op de woordenschat, de vaardigheid je schriftelijk uit te kunnen drukken, schoolprestaties, carrièrekansen, plus het vermogen je in te kunnen leven in een ander. Juist daarom is het zorgelijk dat de vraaguitval zich manifesteert onder jongeren en jongvolwassenen.

Hoe het kan dat er nog altijd zoveel boeken – een kleine twintigduizend per jaar in Nederland – verschijnen is een raadsel.

Minder boeken verkocht en geleend betekenen ook minder inkomsten voor de makers. En die krijgen al zo weinig. Een onderzoek heeft laten zien dat het gemiddelde auteursinkomen in 2013-14 ruim beneden modaal lag. Vertalers moeten het met nog minder doen. Hoe het kan dat er nog altijd zoveel titels – een kleine twintigduizend per jaar in Nederland – verschijnen is een raadsel. De econoom die hiervoor een sluitende verklaring vindt, heeft de Nobelprijs in de pocket.

Het is de intrinsieke motivatie, hoor je dan. Mensen schrijven boeken omdat die boeken geschreven moeten worden. Net zoals een bergbeklimmer een berg beklimt omdat die berg er is. Niettemin: hoeveel getalenteerde auteurs schrijven dat boek toch maar niet omdat er thuis monden gevoed moeten worden? Hoeveel meesterwerken, met andere woorden, loopt de natie mis doordat potentiële Libriswinnaars in de accountancy belanden?

Akkoord, Kafka en Pessoa sleten hun dagen ook op kantoor. Maar het moet toch mogelijk zijn dat je in Nederland met je creatieve brein een redelijk normaal bestaan kunt opbouwen? Kunnen we daar als samenleving niet wat extra’s in investeren? Met subsidies, of gewoon door wat vaker in de zon te gaan lezen?


Deze column verscheen in IP Vakblad voor informatieprofessionals, jaargang 22 nummer 4, mei 2018.


Creative Commons License
Het picknickkleed onder de letteren is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Posted by Frank Huysmans on 10 mei 2018 | Posted in beleid, columns, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , | Comment

%d bloggers liken dit: