Over de behoefte aan informatieprofessionals in het InterNetflixtijdperk

Posted by Frank Huysmans on 8 februari 2017 | 37 Comments

‘Librarian Tattoo’, Lenore Edman (CC BY 2.0)

Statistieken waar ik toevallig op stuitte bevestigen het beeld van een dramatische terugloop van het aantal gediplomeerden in hogere opleidingen in bibliotheek en archief. Wat zijn de oorzaken van deze trend? Trekt het vak gewoonweg geen jonge mensen meer aan? Of sluiten de opleidingen niet goed meer aan bij het werkveld? Een Vlaams-Nederlandse werkgroep gaat onderzoek laten doen naar de aansluiting van de opleidingen op de vraag van werkgevers.

Zit die bieb daar nu nog steeds?

Men vraagt mij weleens, gezeten in een verjaardagskring, wat ik doe. Als ik zeg dat ik mij onder andere bezighoud met onderwijs over en onderzoek naar bibliotheken, glijdt bijna altijd een glimlach over het gezicht van de vragensteller. Een glimlach die toont dat een hang naar nostalgie hem of haar niet vreemd is. ‘De bibliotheek… Toen we geen internet hadden, kwamen we er nog wel. Maar nu, met Google… Ik moet wel zeggen, mijn buurvrouw gaat nog wel, want ze houdt van lezen en dan is het wel lekker goedkoop natuurlijk. En ook als je kleine kinderen hebt, is het wel handig, zo’n bieb. Maar je komt in alle drukte en met Netflix bijna niet meer aan boeken toe hè? Dus, vroeger of later…’

Stilzwijgend gaan mijn medeverjaardagsgasten ervan uit dat ik als expert zekerder dan iedereen weet dat de bibliotheek op haar laatste benen loopt. Dat ze in een niet al te verre toekomst alleen nog als woord en begrip zal bestaan, een paar stoffige boekenmusea uitgezonderd. Al moet ik zeggen dat de frequentie van voorkomen van dit soort conversaties de laatste tijd weer wat daalt. Want die buurtbieb zit er, zichtbaar voor eenieder, nog steeds. En door het raam zie je er ook aardig wat mensen zitten, aan de leestafel. Kennelijk voorziet de bibliotheek in het InterNetflixtijdperk nog altijd in een behoefte.

Serendipi… dat dus

Een van de dingen die mensen zeggen te gaan missen als er geen bibliotheken meer zouden zijn, is ‘serendipiteit’. Het is zo’n woord waarvan de kans dat het er in één keer quasi terloops goed uitkomt omgekeerd evenredig is aan de behoefte aan intellectuele erkenning van de spreker. Serendipiteit: waar de term vandaan komt, en hoe het zijn weg heeft gevonden door de ideeëngeschiedenis, is mooi gedocumenteerd door wetenschapssociologen Robert Merton en Elinor Barber. Het is het struikelen over iets waarnaar je niet op zoek was. Je valt, krabbelt op, klopt het stof van je kleren en kijkt wat de oorzaak van de valpartij was. En je komt in aanraking met iets dat je een verfrissend en soms doorslaggevend nieuw perspectief aanreikt.

Is serendipiteit dan dé reden dat bibliotheken tot in de eeuwen der eeuwen gesubsidieerd moeten blijven?

Hoe stimuleren bibliotheken serendipiteit? Doordat je blik, zoekend naar een boek, langs vele andere titels glijdt. En bij zomaar een van die titels rinkelt er een belletje. Hee, deze titel klinkt interessant. Eens kijken op de achterflap… Hm, dit is niet echt wat ik zoek, maar voor de zekerheid neem ik het toch even mee, want wie weet.

Ik herken dat. Als promovendus in de communicatiewetenschap in Nijmegen liep ik met enige regelmaat naar de bibliotheken van maatschappijwetenschappen en filosofie. Twee bibliotheken met een compleet andere indelingssystematiek. In de eerstgenoemde werden de nieuwe aanwinsten gewoon achteraan de rij ingevoegd. Ze stonden op volgorde van signatuur. Aan die signatuur kon je zo’n beetje aflezen hoe recent het boek aangekocht was; verder niets.

In de bieb van filosofie, waar ik als sociale wetenschapper linea recta op de afdeling ‘sociale en politieke filosofie’ afstevende, was voor een thematische indeling gekozen. Op de plank waar het door mij gezochte boek stond, werd het omringd door nauwe verwanten. Dat leverde nogal eens waardevolle ontdekkingen op. Weer een week geen letter op papier, maar de reis naar de eindstreep werd er wel veel boeiender door. En ja, enkele van de toevallige vondsten stuurden die reis in een productievere richting.

Is serendipiteit dan dé reden dat bibliotheken tot in de eeuwen der eeuwen gesubsidieerd moeten blijven? Mijn ervaring in de twee bibliotheken van de universiteit in Nijmegen geeft aan dat het niet ‘de bibliotheek’ als zodanig is, maar de wijze van presenteren van de boeken. Die manier kun je digitaal nabootsen. Sterker nog, je zou digitale gebruikers de keuze kunnen geven tussen verschillende ordeningsprincipes. De bibliotheek maatschappijwetenschappen had op mijn scherm de indeling van die van filosofie kunnen krijgen. Zo zou de kans op serendipiteit flink zijn toegenomen (en de einddatum van mijn project nog verder verschoven – niettemin om goede inhoudelijke redenen).

Bibliothecarissenstatistiek

Vanwaar dit lange verhaal? Om twee redenen:

  1. Een bibliotheekcollectie is niet in beton gegoten maar is het resultaat van bewuste keuzes van bibliothecarissen; en
  2. Een paar weken geleden stuitte ik met de nodige serendipiteit op statistieken over het aantal afgestudeerde bibliothecarissen en archivarissen op de site van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Hoe dat kwam? Doordat ik anders zocht dan ik eerder had gedaan: door een zoekterm in te voeren in plaats van het menu Thema’s te gebruiken. Het CBS voert al jaren de site Statline. Je kunt er tabellen maken met gegevens over Nederland in al zijn facetten. Nou ja, over die facetten waarvoor het CBS gegevens verzamelt, maar dat zijn er aardig wat. Die tabellen kun je delen op sociale media door simpelweg de URL uit je browser te kopiëren. Je kunt ze ook downloaden voor nadere analyse in verschillende formats zoals Excel en SPSS, of om er gelikte grafieken mee te maken. Toegegeven: het duurt even voor je doorhebt hoe het op Statline in z’n werk gaat. Als je het eenmaal in je vingers hebt, is het – dat mag best eens gezegd worden – een fantastisch stukje gereedschap. Geen big data, wel clean data.

Voor de statistische gegevens over openbare bibliotheken heb ik Statline in de afgelopen jaren honderden keren bezocht. Vorige week deed ik dat anders dan anders. Vraag me niet waarom. Ineens stuitte ik op de gegevens over studenten in de specialismen ‘bibliotheek’ en ‘archief’ in het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo). En die bleken een interessant verhaal te vertellen.

Verbreding

In vakblad Informatieprofessional schreef ik eind 2014 een column onder de titel ‘Infobesitas en bibliorexia’. Daarin verbaasde ik me over het gestaag afkalven van de opleidingen voor informatiespecialisten in het Nederlandse taalgebied. Ik zette dat af tegen een aantal andere landen (Taiwan, Verenigd Koninkrijk, Kroatië) waar de situatie veel rooskleuriger is. En er zijn meer landen, ook kleine, waar de hbo- en universitaire opleidingen in het bibliotheekvak het beter doen dan wij.

Alle hbo-opleidingen en de enige wo-opleiding (die aan de Universiteit van Amsterdam, waar mijn bijzondere leerstoel is gevestigd) hebben zich in recente jaren qua thematiek moeten verbreden omdat de studentenaantallen te laag werden. In Vlaanderen moest de enige universitaire opleiding aan de Universiteit Antwerpen zelfs sluiten. Dankzij digitale serendipiteit ontdekte ik dat er ook tellingen waren van die studentenaantallen – althans van de studenten die de eindstreep haalden.

Bron: CBS (Statline), eigen bewerkingen (CC BY 4.0)

Voilà. Twintig jaar geleden reikten de hoger onderwijsinstellingen nog zo’n 350 diploma’s uit voor opleidingen in bibliotheek en archief. In het studiejaar 2014-’15 was van dat aantal nog 10 procent over. Geheel in lijn met de observatie dat de studentenaantallen zijn gedaald, wat heeft geleid tot het ‘ontspecialiseren’ van de Nederlandse hbo- en wo-opleidingen tot brede bachelors en masters. De hogere beroepsopleidingen informatiedienstverlening en –management (IDM) zijn gecombineerd met IT- en bedrijfskundige opleidingen. De wetenschappelijke opleiding aan de Universiteit van Amsterdam is samengevoegd met digital humanities, journalistiek & cultuur en (deels) nieuwe media.

Twintig jaar geleden reikten de hoger onderwijsinstellingen nog zo’n 350 diploma’s uit voor opleidingen in bibliotheek en archief. In het studiejaar 2014-’15 was van dat aantal nog 10 procent over.

Begrijp me niet verkeerd: op zichzelf zie ik deze ontwikkeling niet als iets slechts of betreurenswaardigs. Er zitten zonder meer positieve kanten aan een brede opleiding nu bibliotheken en archieven steeds ‘digitaler’ worden en ook bedrijfsmatiger (moeten) gaan werken dan vroeger. Maar een negatieve kant moet ook benoemd worden. Er is momenteel een grote pensioneringsuitstroom gaande van bibliothecarissen en archivarissen die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw een – met de ogen van nu – specialistische opleiding voor hun vakgebied volgden. Hun deskundigheid verdwijnt met hen, terwijl de functies die hun organisaties vervullen nog grotendeels dezelfde zijn, in weerwil van de populaire mythe dat we in een post-custodiale wereld leven.

Relatief oud

Maar terug naar de cijfers. Over de oorzaken van de daling in het aantal gediplomeerden zeggen de statistieken niets. Hoewel, door met de aanvullende informatie te gaan rekenen en die af te zetten tegen andere statistieken kom je wel wat meer te weten. Zo geeft het CBS ook de leeftijd van de gediplomeerden weer. Die kun je door de tijd volgen en afzetten tegen de leeftijd van alle gediplomeerden in het hoger onderwijs.

Bron: CBS (Statline), eigen bewerkingen (CC BY 4.0)

Kijken we eerst naar de baseline: de leeftijd waarop alle afstudeerders in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs hun diploma ontvangen. In de afgelopen twee decennia schommelde de gemiddelde leeftijd van de afstudeerders tussen de 25 en 26. Sinds 2005 (hbo) respectievelijk 2007 (wo) is die leeftijd wel iets gedaald. Wat daarvan de oorzaak is (of: oorzaken zijn) is niet meteen inzichtelijk. Hervormingen van het stelsel van studiefinanciering kunnen erachter zitten. Waarschijnlijker acht ik het dat het opschroeven van de rendementseisen aan de hbo- en wo-instellingen zelf – het stroomlijnen van studieprogramma’s – erachter heeft gezeten.

Misschien kan een onderwijssocioloog hier uitkomst bieden. Interessanter voor onze discussie is het afzetten van de leeftijd van de studenten in bibliotheek- en archiefopleidingen tegen deze brede trend. Te zien is dat de hbo-gediplomeerden in bibliotheek en archief in de periode 1995-2007 – toen er nog redelijke aantallen studenten waren – aardig in de pas liepen met de algemene trend (met uitzondering misschien van de periode 2002-2005). Sinds 2007 echter loopt de leeftijd van de afstuderende hbo’ers in bibliotheek en archief uit de pas (2010-11 is de uitzondering op deze regel).

De veel kleinere groep universitaire afstudeerders was vanaf 1995 een stuk ouder dan ‘de gemiddelde wo-student’. Met als uitschieter de 21 studenten in 2009-2010 die bij hun diplomauitreiking gemiddeld 35 jaar waren. Ook hier loopt de trendlijn omhoog, al moet daarbij worden aangetekend dat er de laatste jaren een daling zichtbaar is. Nota bene: in 2013-’14 waren er welgeteld zes gediplomeerden, en in 2014-’15 volgens deze statistieken… geen één. (Ik vermoed dat bij het CBS onze UvA-master Culturele informatiewetenschap al enige tijd niet meer meetelt als opleiding voor ‘bibliotheek’.) Overigens is de verhouding tussen voltijd- en deeltijdstudenten redelijk constant over de jaren, althans in het hbo. In het wo schiet het percentage vanwege de geringe studentenaantallen alle kanten op, zoals onderstaande grafiek laat zien.

Bron: CBS (Statline), eigen bewerkingen (CC BY 4.0)

Mogelijke verklaringen…

De vraag is nu natuurlijk wat de verklaring is voor die slinkende en relatief oude groep studenten in ons vakgebied. Een voor de hand liggend antwoord luidt dat een loopbaan in de bibliotheek of het archief niet meer zo goed ‘in de markt ligt’ bij de studenten van nu. Zij die het nog wel gaan studeren, doen het pas nadat de eerst gekozen opleiding niet bij hun wensen bleek aan te sluiten, of als vervolg op een eerder afgeronde opleiding. Denk aan geschiedenis (waarna archivistiek/archiefwetenschap) of een van de talen (waarna bibliotheek- en informatiewetenschap). Dat de bibliotheek geen flexe werkgever is, is mij laatst nog eens gebleken toen ik leden van het Jonge Bibliothecarissennetwerk (inmiddels rond de 100 leden op Facebook!) mocht bijpraten over hoe hun werkveld van de openbare bibliotheken in Nederland georganiseerd is. De meeste leden hadden een andere opleiding gevolgd. Wat me ook opviel was dat deze twintigers en dertigers mijn eigen ervaring op verjaardagsfeesten deelden: het moeten uitleggen waarom je in vredesnaam in de bibliotheek bent gaan werken. De meest flitsende carrières starten immers niet tussen de boekenkasten. De sector staat niet bekend om zijn royale arbeidsvoorwaarden en doorgroeimogelijkheden.

De bibliotheeksector staat niet bekend om zijn royale arbeidsvoorwaarden en doorgroeimogelijkheden.

Een andere mogelijke verklaring is dat de min of meer specialistische opleidingen zoals die er tot voor kort nog waren, zoals IDM in het hoger beroepsonderwijs, niet meer beantwoorden aan de vraag vanuit de arbeidsmarkt. Meer dan eens heb ik van bibliotheekwerkgeverszijde gehoord dat men openstaande vacatures op hbo- en wo-niveau nog maar zelden opvult met specifiek voor dit vak opgeleiden. (Ik vermoed dat het in de archiefsector anders is, omdat daar nog wettelijke opleidingsvereisten bestaan.) Werkgevers zeggen een grotere behoefte te hebben aan marketeers, IT’ers, bedrijfskundigen en wat dies meer zij.

Vooralsnog ga ik ervan uit dat – in afwachting van een verhoopte herwaardering van de bibliotheek en het archief – deze twee de belangrijkste verklaringen zijn voor het opdrogen van de in- en uitstroom. Ik laat mij niettemin graag door andere verklaringen overtuigen.

…en mogelijke gevolgen

Dan de gevolgen. Hoe erg zou het zijn als er straks geen specialistisch opgeleide bibliothecarissen en archivarissen de arbeidsmarkt betreden? Als het waar is dat werkgevers deze deskundigheid minder nodig hebben om hun organisaties draaiende te houden, dan valt de schade wel te overzien. Niettemin lijkt mij dat een bibliotheek en een archief naast marketeers, IT’ers en bedrijfskundigen óók mensen in dienst moet hebben die het organiseren en ontsluiten van informatie in het huidige digitale tijdsgewricht in hun vingers hebben. Professionals die vanuit hun specifieke deskundigheid hun collectie op een zodanige manier ordenen dat, bijvoorbeeld, de promovendi van nu een toevallige ontdekking doen die de koers van hun promotietraject verandert. Experts die ontwikkelingen op de markt van boeken, wetenschappelijke en vakinformatie (ja, ook digitale databases!) continu volgen en weten te vertalen naar het collectie- en deselectiebeleid van hun eigen organisatie.

Wat als we die professionals zelf niet meer opleiden? Gaan we ze dan werven in het buitenland, net als de docenten en verplegers die we ook niet in voldoende aantallen opleiden? Kunnen we doen, maar is het niet de dood in de pot dat we die deskundigheid zelf dan niet meer bezitten aan onze instellingen van hoger onderwijs? (Ja, dit is een retorisch bedoelde vraag.)

Onderzoek in Vlaanderen en Nederland

Het vraagstuk van het hoger onderwijs in het informatievak houdt meerdere mensen bezig in ons vakgebied. Contact tussen Bruno Vermeeren, secretaris van de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie (VVBAD) en Michel Wesseling, tot voor kort voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals (KNVI), heeft ertoe geleid dat begin 2016 een Vlaams-Nederlandse werkgroep is gevormd onder voorzitterschap van VVBAD-voorzitter Patrick Vanouplines. Michel en ondergetekende maken er vanuit Nederland deel van uit. Deze werkgroep heeft zich gebogen over de problematiek en is tot de conclusie gekomen dat een eerste stap richting een oplossing een onderzoek zou moeten zijn naar de aansluiting van de bestaande opleidingen in Vlaanderen en Nederland op de vraag vanuit de arbeidsmarkt.

In de loop van 2017 zal dit onderzoek antwoord geven op de vraag of er wellicht een mismatch is tussen de vraag vanuit het werkveld en het aanbod aan gediplomeerden vanuit de informatieopleidingen.

Inmiddels is het bestek van de onderzoeksaanvraag gereed en is een aantal partijen aan weerszijden van de grens gevraagd een offerte uit te brengen. Het zal gaan om een combinatie van een webenquête en focusgroepgesprekken onder directies en HR-managers van bedrijven en organisaties die informatieprofessionals in hun gelederen hebben. Daarbij gaat het zowel om bibliotheken en archieven, die informatiebeheer als kerntaak hebben, als om bedrijven en organisaties die voor hun goed functioneren mede afhankelijk zijn van een interne afdeling informatie- en/of kennismanagement.

In de loop van 2017 zal dit onderzoek antwoord geven op de vraag of er wellicht een mismatch is tussen de vraag vanuit het werkveld en het aanbod aan gediplomeerden vanuit de informatieopleidingen – en zo ja, wat werkveld en opleidingen daar gezamenlijk aan zouden kunnen doen. De nog onbekende uitkomsten zullen dus de basis zijn voor vervolgstappen. Een mogelijk vervolg zou een gecombineerd Vlaams-Nederlands opleidingstraject op hbo- of wo-niveau kunnen zijn. Maar eerst willen we weten of zo’n traject überhaupt in een behoefte voorziet, en zo ja, in welke behoefte dan precies.

Een oproep tot slot

Mocht ik je aandacht tot hier hebben weten vast te houden, zou ik je dan om een gunst mogen vragen? Al het bovenstaande is geschreven vanuit de overtuiging dat we als samenleving bibliotheken en archieven nodig blijven hebben in de toekomst, uitdrukkelijk ook als fysieke verzamelplaatsen van collecties die mensen ter plekke kunnen inzien en raadplegen. En dat we bibliothecarissen, archivarissen en andere informatieprofessionals nodig zullen blijven hebben – waarschijnlijk zelfs meer dan ooit – om maatschappelijke informatiestromen te helpen optimaliseren. Uiteraard zie ik ook dat het informatielandschap fundamenteel is veranderd; dat informatie alomtegenwoordig is; dat je dankzij digitalisering veel minder dan voorheen bent aangewezen op bibliotheken en archieven als je kennis en informatie zoekt. En dus dat de primaire werkprocessen binnen bibliotheken en archieven mee moeten veranderen met die veranderende werkelijkheid. Vooral dat deze organisaties, hun (digitale) collecties en hun (digitale) diensten sterker verknoopt moeten raken met het web dan nu het geval is.

Dat gezegd zijnde: zou je me een lol willen doen en in het reactieveld hieronder je – liefst kritische – reactie op dit stuk willen typen? Ik ben beducht voor blinde vlekken, voor dingen die ik en mijn collega’s niet meer zien omdat we te dicht op de materie zitten. Je zou ons helpen om de probleemdiagnose scherper te krijgen, en dat zal de discussie binnen onze Vlaams-Nederlandse werkgroep verrijken. Ik ben je alvast zeer dankbaar!


Creative Commons License
Over de behoefte aan informatieprofessionals in het InterNetflixtijdperk is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrEmail this to someone

Posted in beleid, geen, onderwijs, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , |

37 reacties op “Over de behoefte aan informatieprofessionals in het InterNetflixtijdperk”

  1. Jeanine Deckers schreef:

    Het zal je niet verbazen dat ik het (wederom) hartgrondig met je eens ben Frank. Dat zal de reden zijn waarom ik niet zo snel blinde vlekken in je analyse zie.
    Ik denk dat de crux van je verhaal zit in het feit dat werkgevers de meerwaarde van goed opgeleide bibliothecarissen niet zien. Hoe dat komt daar heb ik een hele theorie over die ik je hier zal besparen maar dat is wel het probleem. En ik weet niet zo goed hoe dat op te lossen is behalve steeds maar blijven zeggen dat een goed opgeleide bibliothecaris belangrijk is en dat een mbo-opleiding daarvoor niet voldoende is. Het begint overigens wel langzaam door te dringen, een aantal maanden geleden was ik op een werkgeversbijeenkomst opeens niet meer de enige die dat vond. We werden wel uitgelachen door de rest moet ik eerlijk toegeven.
    Maar net zoals er op verjaardagsfeestjes iets minder pijnlijke stiltes vallen als je vertelt dat je in een bibliotheek werkt zie ik hier ook wel een kleine verandering. Althans, dat hoop ik te zien.

    • Frank Huysmans schreef:

      Hoi Jeanine, dank voor je reactie. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar je theorie! 🙂 En over die verandering: die moeten we zelf aanjagen door te pas en te onpas te vertellen wat een bibliothecaris in de openbare bibliotheek (of in UB, KB etc.) in een normale werkweek allemaal doet naast boeken terug op de plank zetten… Misschien iets voor een (liefst digitale) publicatie in BibliotheekWerk- of VOB-verband?

      • Michel Wesseling schreef:

        Ha Janine en Frank,
        Ook ik ben zeer geinteresseerd naar je theorie. Voor ons onderzoek is dat van groot belang. Zoals David Lankes al zei: “They named the place after you”. Met andere woorden: een bibliotheek zonder bibliothecaris is niet meer dan een stapel boeken.
        Daarom moeten we mijns inziens ook de naam niet veranderen: nog steeds is de bibliotheek een sterk merk. Maar we moeten er wel werk van maken dat de waardering voor het bibliotheekwerk blijft bestaan.

  2. Kees van Hensbergen schreef:

    Misschien is er ook een probleem met de naam bibliothecaris, die toch wel suggereert dat het boek het primaat heeft van het verhalende en de informatieve ‘doorgeeffunktie’. (het gemeenschappelijk geheugen) Een nieuwe naam bedenken, die adequaat is en waarmee je op verjaardagsfeestjes op zijn minst enige indruk maakt, is niet eenvoudig. (Met een bijpassende funktie natuurlijk)

    Mediathecaris is passé omdat het te passief is, een persoon die naast boeken ook andere media ordent en in de kast zet. Digithecaris ? Human Mediafilter ? MediaDetective ? GoedzoekersCoach ?
    What’s in a name ? A future ?

    • Frank Huysmans schreef:

      Hoi Kees, ja die naam dekt de lading natuurlijk niet meer volledig. Maar dat geldt ook voor de loodgieter. De boer en de automonteur zijn inmiddels halve IT’ers. En bibliothecaris is natuurlijk wel een heel herkenbare aanduiding voor bijna iedereen. Informatieprofessional of informatiespecialist zijn wat mij betreft goede alternatieven die ook best lekker bekken op verjaardagen. 🙂

    • Roeland Smeets schreef:

      “Mediathecaris is passe”, lees ik en dat schiet me in het verkeerde keelgat.
      Ik ben mediathecaris in het onderwijs. Media en informatie zijn in de haarvaten van onze maatschappij gaan zitten. Op school merk ik dat omdat samenwerking met docenten Geschiedenis / Maatschappijleer steeds mee voor de hand ligt. Onlangs heb ik ik samen met een 6e klas leerling een presentatie gegeven over het het onderwerp: “De zin en onzin van off- en online leven”. Hij besprak de zin en onzin van zijn pogingen te minderen met sociale media-gebruik en ik besprak o.a. hoe die sociale media in onze cultuur terecht zijn gekomen.
      Op school heb ik de beschikking over 125 pc’s (en 10.000 boeken) in vier ruimtes, waar docenten met klas aanspraak op kunnen maken en waar leerlingen altijd terecht kunnen om zelfstandig (vaak gaat het om zelf samengestelde vriendengroepjes) te werken. En ja, ze mogen eten en drinken en met elkaar praten en als ze soms de slappe lach krijgen, kan ik dat goed begrijpen want de wereld begint steeds absurdere trekjes te vertonen.
      En als eerste klassen onverwacht een uur vrij hebben, vang ik ze op in een van de lokalen met instructie ICT basisvaardigheden, informatievaardigheden of beeldbewerking… Degene die deskundig is in een klas geeft de les, ik ben de assistent en het loopt als een trein.
      Als je het mij vraagt zijn het de bibliothecarissen die eens een lesje maatschappijleer zouden moeten krijgen.

      • Frank Huysmans schreef:

        Beste Roeland,
        Ik meen dat Kees niet bedoelde dat het beroep van mediathecaris passé is, maar de naam van dat beroep. Hoe dan ook ben ik het met jou eens dat mediathecarissen en een schoolmediatheek of -bibliotheek (what’s in a name?) een vast onderdeel van elke school zou moeten zijn. De Angelsaksische benadering met teacher-librarians op alle niveaus in het onderwijs die ook onderwijs geven, zouden we hier ook moeten hebben. Terzijde: mijn vriendin werkt sinds enkele maanden als assistent-bibliothecaris in de bibliotheek van de American School of The Hague in Wassenaar. Daar heeft ieder onderwijsniveau zijn eigen bibliotheek/mediatheek en zijn de bibliothecarissen een groot deel van de dag met onderwijs bezig. Misschien moeten we de Nederlandse onderwijsbestuurders daar eens langs sturen voor een werkbezoek!

        • Roeland Smeets schreef:

          Beste Frank
          Met de naam van mijn beroep, mediathecaris , ben ik best tevreden: iemand die media / informatie klaar zet voor leerlingen en voor docenten , dat ben ik wel. Het zou mooi zijn als we in Nederland teacher-librarians zouden hebben van VMBO- tot en met gymnasium-niveau. Maar de werkelijkheid is dat we die (vrijwel) niet hebben en dat er ook geen opleiding bestaat voor een all round teacher librarian. Het resultaat op dit ogenblik is dat ik me niet erkend voel, wél op school, maar niet daarbuiten..
          Want – eerlijk gezegd – kan ik goed uit de voeten met de rol die ik nu heb: het primair proces maximaal ondersteunen door ideeën en instructielessen te geven op het gebied van informatievaardigheden, al of niet samen met de docent. En – belangrijker, want het speelt ieder uur – door leerlingen de kans te geven samen te leren tijdens tussenuren of voor- of na school. Ondertussen kan ik ze vragen of ze wel over de juiste informatie beschikken als ik weet dat ze even later een overhoring hebben over een bepaald boek.
          Jongeren zijn graag samen en leren graag samen in een mediatheek die ze altijd onderdak kan bieden. Daarover heb ik het (ook) in een bespreking van “Het Tienerbrein” van Jelle Jolles: https://www.mediawijzer.net/tienerbrein-wijs-samenwerking-en-zelfinzicht/
          Overigens spelen de schoolmediathecarissen die ik ken (waaronder enkele teacher librarians) een totaal verschillende rol op de verschillende onderwijsniveaus.

          • Karin Kuik schreef:

            Dat bezoek van de onderwijsspecialisten aan de bibliotheken op school en mediatheken in VO, goed idee! Uitnodigen dus!

  3. Kees van Hensbergen schreef:

    Bedankt voor je snelle reactie,
    Informatie-specialist of -professional zijn inderdaad geaccepteerde alternatieven, maar die doen dan wat minder recht aan de taken zoals leesplezier, leesoefening in het fictie-onderdeel.
    Een goede (jeugd-)bibliothecaris (-esse) is veel waard, bijvoorbeeld in de strijd tegen de oplopende aantallen dyslexie-bestempelden en het bestrijden van andere taalachterstanden.
    Ik noem de bibliotheek weleens een school zonder klaslokalen, in de zin dat de meeste burgers zodra ze de school verlaten, zichzelf verder kunnen scholen in de bibliotheek. Daarnaast is de bibliotheek natuurlijk ‘de bestrijdingsdienst van onleesbare waren en allerlei drogredeneringen’.

    • Frank Huysmans schreef:

      Goede punten w.b. leesplezier en -oefening. Ik merk dat ‘lees/mediaconsulent’ in opkomst is. Wat vind je van die vlag; dekt die de lading beter? ‘School zonder klaslokalen’ is ook wel een aardige, ondanks dat sommige vestigingen dan weer wel lokalen hebben (zoals hier in Den Haag) 😉

    • Michel Wesseling schreef:

      Volgens mij redenen te over om de titel bibliothecaris te behouden: dat is de professional die alle aspecten van de diversiteit die de bibliotheek wil en moet bieden in zich verenigt. Volgens mij is de bibliothecaris dus niet zozeer degene die informatie ontsluit (dat moet ook wel gebeuren maar dat kan bij diensten als OCLC), maar veeleer degene die de verbinding maakt met de (potentiële) leden van de bibliotheek.
      De universele verklaring voor de rechten van de mens stelt in artikel 27: “Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.”
      Ik heb (ja dat was in 1975, ik weet het) geleerd dat ons werk door dit artikel geïnspireerd dient te zijn. Leesbevordering, bestrijding digibetisme, bevordering publieke debat, relevante tentoonstellingen: het zijn allemaal middelen die de bibliothecaris gebruikt om mensen in staat te stellen om bewust en goed geïnformeerd aan het democratisch proces te kunnen deelnemen.
      In het verleden benoemden we dit als “volksverheffing”. Een term die je niet graag meer in de mond wilt nemen. Maar als we zeggen dat de bibliothecaris als belangrijkste opdracht moet zien: “empowering people” dan hebben we volgens mij een veel actuelere en seksier term te pakken.
      Ik zou de discussie over de toekomst van de bibliotheek en de noodzaak voor een HO- of WO-professional vanuit dit perspectief willen voeren.

      • Frank Huysmans schreef:

        Heel erg eens met jou Michel. Als vertaling van ‘empowering people’ lees je wel eens ‘mensen in hun kracht zetten’, maar mag ik die vertaling ten zeerste ontraden vanwege het hoge ambtenarenlingogehalte? De sexiness is er dan wel van af 😉 Overigens denk ik wel dat de insteek die je noemt (die uit 1975) vooral van toepassing is op de *openbare* bibliotheek en minder op andere soorten bibliotheken. Wat mij betreft zouden we moeten streven naar een goede mix tussen mbo’ers, hbo’ers en wo’ers, -maar dan moeten we die laatsten wel blijven opleiden natuurlijk!

  4. André Plat schreef:

    Hoi Frank, archief2020 heeft onderzoek gedaan naar vraag om opleiding, kennis bij algemeen management en naar de wijze waarop opleidingen archief-informatiemanagement voorzien in de behoefte bij de doelgroep, stakeholders. Twee lezenswaardige inzichten. Ik publiceerde in OD over verdwijnende beroepen. Managers eerder dan bibliothecarissen en die verdwijnen weer eerder dan archivarissen. Eea te vinden in Internationale lijst. Lantaarnopstekers bestaan ook niet meer, de functie straatverlichting efficiënter, beter en helderder dan ooit. De functie kan er beter van worden. Een inzicht dat nog uitwerking vraagt van en door ons in samenwerking met mensen buiten ons vak!

  5. Kees van Hensbergen schreef:

    Lees- of media-consultant dat kan, lees- of media-specialist klinkt m.i. net wat minder ‘adviesbureau-achtig’, maar uiteindelijk is dat ook een kwestie van smaak.
    Vroeger werd ook weleens de term ‘intermediair’ gebruikt, m.n. informatie-intermediair.
    Zeker als lezers ook onderling gegevens kunnen uitwisselen over bronnen/vragen, is dat misschien niet zo’n vreemde term. Het geheel van vraag en antwoord kan dan ook weer een bron worden.
    De namen veranderen, de instelling/betaalwijze misschien ook, maar de funktie verdwijnt m.i. niet zomaar, is een factchecker ook niet een soort informatie-intermediair ?

    We moeten er toch niet aan denken dat een gezagsdrager de beroepsgroep afdoet met: ‘so-called librarians’ used to say that you must learn to read.
    But hey, look at me, I can hardly read and my house is white, I own a tower and I’ve got the power.

    • Frank Huysmans schreef:

      ‘Informatie-intermediair’ is tamelijk spot-on voor een aantal van de rollen/functies die bibliothecarissen vervullen. En tja, dat de machtigste persoon ter wereld willens en wetens onwaarheden verspreidt, is misschien wel een kans voor de journalistieke media, bibliotheken en archieven. Het wordt nu weer duidelijk waartoe die instellingen op aarde zijn 😉

  6. Ella schreef:

    Ik ben van de weinige voltijdsstudenten hbo die afgestudeerd is met als specialisatie archivistiek en ik heb (tijdens mijn opleiding) als bibliothecaris gewerkt.
    Ik ben het deels met u eens, maar ik mis toch een paar cruciale zaken in uw verhaal, waarvan ik denk dat ze een doorslaggevende rol spelen. Zoals u al opmerkte zijn de bibliotheek en het archief geen populaire instituten. Waarschijnlijk niet eens zozeer in de ogen van het publiek, maar zeker in de ogen van de bestuurders/overheid.
    Door de verandering van informatiebronnen en beschikbaarheid van informatie (Internet) is de rol van met name bibliotheek danig veranderd. Het is in mijn ogen meer een soort cultureel instituut/buurthuis geworden, waarvan de hoofdtaak allang niet meer bestaat uit het aanbieden van informatie. Veel bibliotheken zijn dan ook zoekende naar hun eigen identiteit en een verantwoording voor hun bestaansrecht. Het archief is, denk ik, een vergeten instituut inmiddels. De mensen aan wie ik vertel dat ik archivistiek heb gestudeerd en dan zonder wazige blik antwoorden zijn zeer zeer schaars.

    Doordat de opleidingen zich breder zijn gaan oriënteren en niet meer opleiden tot een bibliothecaris of archivaris pur sang, kunnen de informatieprofessionals die afstuderen aan deze opleidingen op vele andere plaatsen in het bedrijfsleven of bij de overheid aan het werk. Het schaarse aanbod van banen voor hoogopgeleiden bij bibliotheken of archieven wordt weggeconcurreerd, door het schamele salaris dat voor deze functies wordt geboden. Afgestudeerden op andere vakgebieden (bv. geschiedkunde) zullen deze banen en salarissen dankbaar accepteren en vullen zo het ontstane gat.

    • Frank Huysmans schreef:

      Dank, Ella, voor je reactie. De rol van bibliothecarissen en archivarissen, en de functies van bibliotheken en archieven, zijn natuurlijk sterk veranderd. (Ik maak uit jouw reactie op dat je vooral openbare bibliotheken voor ogen hebt; ik bedoelde het breder.) De opleidingen zijn – voor zover ik het kan beoordelen – ook behoorlijk mee veranderd. Ze zijn, zoals je schrijft, breder geworden, maar ook moderner. Waar studenten vroeger de hele SISO uit hun hoofd moesten leren, leren ze nu over information retrieval, om maar iets te noemen. Wat ik interessant vind in jouw verhaal, en zorgelijk, is dat informatieprofessionals van hbo en wo niet meer in bibliotheken en archieven terecht zouden komen maar elders een betere boterham verdienen. Als dat zo is, is er toch wel sprake van een mismatch – en hebben de sector en de opleidingen een probleem dat ze samen moeten oplossen.

  7. Peter Becker schreef:

    Dag Frank,

    Dankjewel voor je analyse en oproep. Als oud IDM-docent bij de Haagse Hogeschool en mede-ontwikkelaar van het curriculum wil ik natuurlijk graag reageren. Ella wijst hierboven terecht op het feit dat afgestudeerden van de HBO-opleidingen misschien niet meer in de bibliotheek gaan werken, maar wel als informatieprofessional (vind ik wel een aardige benaming) snel werk vinden in een andere context/organisatie. Het is dus altijd lastig om te spreken over een mogelijke mismatch tussen opleiding en ‘beroepspraktijk’. Mijn ervaring is dat afgestudeerden van IDM nog prima terecht konden in een erfgoedinstelling, maar niet voor alle functies. Die hebben vanuit hun veranderende rol ook andere mensen nodig. Daarnaast is het inderdaad niet meer zo aantrekkelijk om er te gaan werken vanwege de arbeidsvoorwaarden e.d. die jij ook noemt. Afgestudeerden kiezen er dus niet vaak voor.
    Je hebt zeker een punt dat het aantal afgestudeerden drastisch is afgenomen. Ook binnen de nieuwe context van een ICT-opleiding is het lastig voor de Haagse IDM (nu IMS geheten) om studenten te trekken. Op open dagen vertellen we nog steeds over erfgoed, maar daar werf je weinig tot geen studenten mee. We leggen dus meer de nadruk op organisatiekundige context. Maar daarbij is het voor een gemiddelde 17-jarige gewoon lastig voor te stellen waar het nu precies over gaat en dat het ook nog leuk en interessant is. Kort gezet: tevreden klanten bij de uitstroom, maar moeilijk binnen te krijgen.
    Ik ben benieuwd naar het onderzoek, maar naast de vraag naar een ‘mismatch’ is het denk ik minstens zo interessant te onderzoeken hoe we jonge mensen kunnen bewegen om voor dit vak te kiezen.

    • Frank Huysmans schreef:

      Hoi Peter, mooie reactie en reflectie. Over je laatste punt: wat mij opviel bij het Jonge Bibliothecarissen Netwerk is dat er een grote groep jonge mensen (overwegend vrouwen) is die dit een ontzettend leuk vak vinden. Maar ze hebben aanvankelijk in overgrote meerderheid voor een ander vak gestudeerd. (Terzijde: één van mijn studenten van vorig jaar, met een master op zak, is onlangs begonnen in een openbare bibliotheek – als oproepkracht…).
      Want – laten we eerlijk zijn – een hbo- of wo-opleiding die voorbereidt op het bibliotheekvak is er ook niet meer (i.t.t. bij het archiefvak). En de arbeidsvoorwaarden spelen volgens jou dus ook een rol bij de keuze van degenen die wel IDM/IMS hebben gestudeerd om elders emplooi te vinden? Dat – zie ook mijn reactie onder het commentaar van Ella – vind ik wel een ‘dingetje’, om het popi te zeggen…

      • Ella schreef:

        Beste Frank,

        Tijdens mijn opleiding was ik ook actief op open dagen om aankomende (voltijds) studenten te enthousiasmeren voor de opleiding, destijds MIC in Amsterdam. En ik kan inderdaad het punt van Peter onderschrijven dat de 17-jarigen niet warm liepen voor de idm-richting, maar na het gemeenschappelijke, eerste jaar doorstroomden naar de “coole” richtingen marketing of redactie/journalistiek. De idm-gerelateerde richting dankte zijn bestaansrecht vooral aan de deeltijd-variant van de opleiding. Iets dat uit uw cijfers ook al naar voren komt.

        • Frank Huysmans schreef:

          Dag Ella, wij hadden die ervaring aan de Universiteit van Amsterdam ook, dat de coole richtingen meer studenten trekken dan onze BA en MA Culturele Informatiewetenschap (eerder Documentaire Informatiewetenschap) en de MA Archiefwetenschap. Sinds september is onze bachelor geheel Engelstalig, inhoudelijk verbreed (met elementen uit journalistiek, nieuwe media en digital humanities) en nu loopt het storm met voornamelijk studenten uit het buitenland. Dat is mooi natuurlijk, maar net als op de hbo’s is het nu wel zoeken naar de specifiek informatiewetenschappelijke onderdelen. Die kunnen we eigenlijk alleen nog goed in de master kwijt, en die duurt maar één jaar resp anderhalf jaar (in de duale master Archiefwetenschap). De vraag die mij bezighoudt is of we de studenten niet zó breed aan het opleiden zijn, dat ze in vergelijking met studenten Library and Information Science uit de Angelsaksische landen, Scandinavië, Midden- en Oost-Europa en het Verre Oosten inhoudelijk te kort komen wanneer ze aan het werk gaan in een bibliotheek, archief of andere informatiedienstverlenende instelling. Misschien is dat helemaal niet zo, en is die brede academische voorbereiding juist goed in combinatie met beroepsgerichte cursussen als ze er eenmaal werken.

  8. Ankie Kesseler, de Bibliotheek AanZet schreef:

    Hallo Frank,

    De waarde die een bibliotheek heeft voor de gemeente waar deze voor werkt, staat en valt met de professionaliteit die geboden wordt en dus essentieel is. Juist een samenleving die steeds meer eigen regie van mensen vraagt en die verder digitaliseert, vraagt om goede, onafhankelijke informatiemakelaars. Extern gerichte organisaties, lokaal aanwezig, ondernemend en verbindend, ten dienste van de inwoners. Naar mijn idee bestaat die dienstverlening uit fysieke bemiddeling, hulp bij toepassen van digitale media, ontsluiten van fysieke en digitale collecties, ontsluiten en samenbrengen van lokale/regionale informatie. Altijd vraaggericht en in verbinding met tal van lokale partners. Liefst met behulp van een goede verdeling van inspanningen binnen het bibliotheekbestel. Daar hebben we de juiste informatieprofessionals voor nodig op meerdere niveaus, zowel in bibliotheekorganisaties als binnen ons bibliotheekbestel.
    Zelf denk ik dat we in deze zoektocht om de mismatch te doen verdwijnen, allereerst ons meer bewust moeten worden van de rol die bibliotheken hebben. Naast fysieke collectie, ontmoetingscentrum, is bewustwording van professionaliteit ook nodig voor de (informele) educatieve rol en dus de informatiebemiddelende rol. En ja, ik denk echt dat we gebruik moeten maken van al die breed opgeleide mensen die graag voor de bibliotheken willen werken, juist vanwege de maatschappelijke bijdrage die ze daarbij willen leveren, omdat zij vaak wel als bijna vanzelf extern en vraaggericht zijn en zien wat de mogelijkheden zijn. Ik denk ook dat de openbare bibliotheekwereld in deze toekomstvraag veel kan hebben aan ervaring en expertise die er is bij archieven, bedrijfsbibliotheken etc. Maar ik hoop ook echt dat we het vak van de informatiespecialist/bibliothecaris/active librarian, hoe we het ook noemen, serieus gaan nemen. Zowel in aandacht als in waardering. Dat we niet verzanden in MBO/HBO-discussies, maar dat we aan de slag gaan met de expertise die er is en die we aan ons kunnen verbinden. Dus ik ben blij met de aandacht die je aan dit onderwerp geeft, weliswaar nog best collectiegericht, maar een collectie van de toekomst bestaat uit boeken, digitale informatie en kennis en verhalen van mensen. Genoeg te doen voor de bibliotheek denk ik zo.

    • Frank Huysmans schreef:

      Dag Ankie, heel erg bedankt voor je uitgebreide reactie. Ook volgens mij is het belangrijk dat de informatieprofessional/bibliothecaris/… (vul maar in) zich meer de actieve, publieksbenaderende, informatiebemiddelende rol gaat aanmeten; vooral in de openbare bibliotheek maar ook in andere bibliotheektypen en archieven. De ‘collectiegerichtheid’ in mijn verhaal zit ‘m er misschien in dat ik de ervaring heb dat het bemiddelen tussen collectie en gebruikers nog zoveel beter kan en dat de oplossing hiervoor vooralsnog óók een technische is (deels front-end/UX, deels back-end). Maar in algemene zin denk ik dat een bibliothecaris heel breed opgeleid moet zijn *in het vak*, zowel die publieksbenadering in de vingers moet hebben, als een brede kennisbasis, als enige kennis van ‘code’ en information retrieval. Een combinatie van alfa (humaniora), bèta en gamma dus eigenlijk.

  9. Esther Valent schreef:

    Niet gaan stechelen over de term bibliothecaris, maar overal laten zien en horen wat die allemaal doet, is mijn insteek. Door alle bibliothecarissen, hoog en laag in de organisaties, face to face en op (social) media. Laat je zien en vertel wat je doet! Als bibliotheken dan ook weer eens opgeleide mensen vragen (in minimaal schaal 6) als er vacatures zijn en niet alleen maar vrijwilligers, zien afgestudeerden hopelijk ook dat je bij de bibliotheek een interessante loopbaan kan hebben. Serendipiteit ontstaat voor een groot deel ook door een gesprek met de bibliothecaris. Ik spreek iedereen aan die binnen komt en vaak word ik bedankt omdat ik bezoekers op ideeen heb gebracht. Daar doe ik het voor!

    • Frank Huysmans schreef:

      Hoi Esther, goede en terechte opmerking maak je over de serendipiteit die in het gesprek met de bibliothecaris kan ontstaan! Als ik terugdenk aan mijn tijd in Nijmegen, herinner ik me bibliotheekmedewerkers die weliswaar heel hulpvaardig waren, maar zelf niet op je af kwamen stappen. Daardoor had ik het gevoel dat ik ze beter alleen kon storen als ik iets écht niet kon vinden. Gewoon voor advies of tips op ze afstappen had ik niet snel gedaan. Waarom eigenlijk niet, denk ik nu. Maar een benadering zoals jij die beschrijft had zeker verschil gemaakt! 🙂

      • Esther Valent schreef:

        Hallo Frank, de meeste bibliothecarissen zijn nog steeds te bescheiden of onzeker ;-). Nergens voor nodig, we doen het met elkaar. Haal een collega erbij of beloof op een vraag terug te komen als je het niet meteen kan vinden. Wordt ook zeer gewaardeerd.

  10. Ronald Snijder schreef:

    Dag Frank,

    Mogelijk is er ook een andere trend waar “documentgerichte professionals” last van hebben: de verschuiving naar data. Of dat allemaal terecht is of niet, er wordt nu veel verwacht van de onderliggende gegevens in plaats van de analyse in documenten. Daar ligt behalve een bedreiging ook een kans. Wie moet de juiste vragen aan die gegevens gaan stellen? Hopelijk niet alleen de techneuten.

  11. Willy van der Kwaak schreef:

    Beste Frank,

    Prima onderwerp om verder te onderzoeken! Er is al veel gezegd in eerdere reacties maar ik zou vooral ook ( maar niet uitsluitend) de big data kant niet vergeten te betrekken bij het onderzoek. Zie bijvoorbeeld hoe actueel dit is in het artikel dat vanochtend in het programma Buitenhof bij de rubriek Schuim en as werd besproken door Tom-Jan Meeus. Hij benadrukte nog eens dat de interpretatie en analyse van digitale informatie en data een steeds belangrijker rol gaan spelen en hoe het Instituut Cambridge Analytics hier mee omgaat. Ik vermoed dat deze gerelateerde onderwerpen aan “search” en beheren van data 17-jarigen wel over de streep zal kunnen trekken voor het “vak”.

    • Frank Huysmans schreef:

      Hoi Willy en Ronald,
      Jullie snijden allebei het (big) data-vraagstuk aan. Het zal jullie niet zijn ontgaan dat er in Amsterdam een soort joint venture is opgericht tussen UvA, VU en HvA, Amsterdam School of Data Science, dat een grote opleider wil gaan worden op het gebied van data science. Namens de afdeling waar ik werk, is collega Rens Bod (hoogleraar Digital Humanities) erbij betrokken. We zijn dus ‘aangehaakt’. Maar data science is inhoudelijk net iets anders dan library and information science (LIS). Ik sluit zeker niet uit dat LIS er uiteindelijk in opgaat, maar er zitten ook alfa- en gamma-onderdelen in LIS die dan wellicht in de verdrukking komen. Zeker nu openbare bibliotheken meer de maatschappelijke kant opgaan (zie de post-hbo-opleiding ‘community librarian’ die in mei wordt gelanceerd. Denk ook aan de beleids- en ethische aspecten. En het onderzoek dat ik zelf doe naar ontwikkelingen in het gebruik van openbare bibliotheken kan ik er niet zo goed in kwijt. Hoe dan ook is het een goede en interessante ontwikkeling, al hoop ik ook dat het veld uiteindelijk ‘data and information science’ gaat heten. 😉

  12. Marc van den Berg schreef:

    Beste Frank,

    Dank voor een interessant artikel. Ik deel je zorgen.
    Anders dan in ons omringende landen zijn we er in Nederland nooit in geslaagd om de bibliotheek aantrekkelijk te maken voor studenten of promovendi. In Amsterdam en Tilburg heb ik herhaaldelijk geprobeerd studenten uit diverse disciplines geïnteresseerd te krijgen in het meedenken over reële problemen die de UB had, van auteursrecht tot informatie-infrastructuur. Dat lukte zelden. In het buitenland zag je op bibliotheekcongressen juist betrekkelijk veel studenten en promovendi, hier vrijwel nooit. Kennelijk doen we iets niet goed.
    In die verdwijnende ‘generatie’ bibliotheekmedewerkers waar jij over schrijft zitten ook de deskundigen die mede verantwoordelijk zijn voor het ontwerp en de bouw van onze gemeenschappelijk bibliothecaire informatie-infrastructuur. Dit gaat dus over de technische voorwaarden voor het ‘organiseren en ontsluiten van informatie’: kennis van metadata, van aggregatie, van uitwisselingsformaten, van koppelvlakken etc. Kunnen we dit met een gerust hart aan leveranciers van bibliotheeksystemen of aan IT-systeembouwers overlaten? Misschien geldt dat zo langzamerhand voor de technische infrastructuur, maar voor de informatie-infrastructuur hebben we m.i. nog heel hard bibliothecarissen nodig.

    • Frank Huysmans schreef:

      Beste Marc, dank voor je reactie! Ik ben een aantal keer op de Bobcatsss-conferenties geweest en daar waren gelukkig altijd wel groepjes enthousiaste studenten aanwezig met hun docenten van de HvA, de Haagse Hogeschool, de Hanzehogeschool Groningen (en eerder ook Deventer, maar ja). Maar het is waar: in vergelijking met andere landen doen we iets niet goed. Er zijn – ook verhoudingsgewijs – meer opleidingen op hbo- en wo-niveau dan hier.
      Wat die technische kant betreft, kan ik me voorstellen dat studenten digital humanities en data science (zie mijn reactie op de posts van Willy van der Kwaak en Ronald Snijder) daar wel goed voor in te zetten zijn na enige bijspijkering in de bibliotheekprofessie, on the job of met bijscholing. Wat betreft de ethische kant van het werk, evenals de maatschappelijke (sociaal-culturele) kant en de beleidsmatig-juridische ben ik er niet zo zeker van dat we over een goed alternatief beschikken.

  13. Herman Heemskerk schreef:

    Dag Frank,

    Een stroom van reacties: het onderwerp leeft!

    Vorige week was ik bij een bijeenkomst van de KB waar 10 innovaties gepresenteerd werden. Eén daarvan is het Young Professional Programma Community Librarian, die Cubiss samen met Avans+ ontwikkelt (HBO+-opleiding). Bekend mee?

    Bij de OBA zijn wij bezig met het ontwikkelen van een nieuw ‘generiek’ functiehuis (van 60 naar 20 functies), waarbij de functies in de publieke dienstverlening nu de werknaam ‘medewerker dienstverlening’ krijgen. Er zijn twee functieprofielen, die allebei in twee varianten voorkomen. Die varianten zijn vooral gebaseerd op de relatief nieuwe takken van sport ‘programmeren’ en ‘educatie’ met bijbehorende taakvelden en competenties. Daaruit zal ook een scholingsbehoefte voortvloeien: als je die functie/taken vervult, wat heb je er dan voor nodig om die goed uit te kunnen voeren? En daar moet dan weer een passend scholingsaanbod bij ontwikkeld worden. Zo zal blijken of het genoemde Young Professional Programma matcht met de scholingsbehoefte.

    Mijn persoonlijke observatie is dat bibliothecarissen zo bescheiden zijn dat zij te weinig laten zien wat zij waard zijn voor de gebruikers en de organisatie. Ik ben bang dat wij ze pas zullen missen als zij weg zijn….

    En uiteraard liggen er voor de HRM-afdelingen de nodige uitdagingen om zodanig aan strategische personeelsplanning te doen en er voor zorg te dragen dat (de risico’s op) mismatches tot een minimum gereduceerd worden.

    • Frank Huysmans schreef:

      Dag Herman,
      Dank voor je reactie en informatie vanuit de OBA. Ja, ik ben bekend met de ‘community librarian’-opleiding van Cubiss en Avans (zie ook mijn reactie op Willy van der Kwaak en Ronald Snijder). Met mijn zzp-pet op mag ik de komende maanden een bescheiden rol spelen in het vertalen van het concept ‘community librarian’ van Lankes en anderen naar de praktijk. Leuke klus.
      Wat betreft de functieprofielen die je noemt: er moet, denk ik, een sterke component onderwijskunde in komen. Deze medewerkers zullen goed in de vingers moeten hebben wat ervoor nodig is om kennisoverdracht te laten beklijven bij gebruikers (beter: burgers!) en hun vaardigheden in het zichzelf verder ontwikkelen te vergroten.

  14. Roeland Smeets schreef:

    Beste Frank,
    Ik heb nu wat meer tijd want het is vakantie en er is iets wat ik echt kwijt wil. Net als van mevr. Brand Gruwel en Lourense Das krijg ik van jou vooral te horen dat er binnen het onderwijs behoefte is aan een teacher-librarian en dat we ons daar sterk voor moeten maken.

    Het onderwijs heeft nu, op dit moment, in tijden van nep-nieuws en vragen over de bereikbaarheid van goede bruikbare informatie, een goede mediathecaris nodig. Ik heb een voorkeur voor de term mediathecaris, simpelweg omdat ik veel met media te maken heb. het onderhoud van de schoolsite, dat ik 17 jaar doe, hoort bijv. tot mijn taken, je kunt dat benoemen als het beheren van de informatiestroom school > ouders. Verder heb ik een voorkeur voor die term omdat ik in mijn dagelijkse werk erachter ben gekomen dat jongeren behoefte hebben aan achtergrondinformatie over wat media op economisch en politiek (on-) mogelijk maken in de huidige samenleving. Dus vind ik het nodig boeken te lezen van Douglas Rushkoff, Yevgeny Morozov, Sherry Turkle en eerder van Jaron Lanier.
    Een bibliothecaris ben ik ook en de school waar ik werk is er heel blij mee dat ik een groot deel van de boeken in mijn bestand aankoop op bijv. het Waterlooplein. Zo heb ik weinig geld nodig voor mijn mijn basiscollectie en daardoor genoeg geld om ook nieuwe actuele boeken te kopen.
    Nu, op dit moment, is er iemand nodig die met verstand van zaken de leerlingen achtergronden kan bieden als ze nadenken over de zin en de onzin van offline gaan leven. Iemand die leerlingen, die een profielwerkstuk over een deelonderwerp over de Digitale Revolutie hebben gekozen, kan bijstaan.
    Iemand die uittreksels van boeken die voor alle docenten belangrijk zijn kan en wil rondsturen op school.
    Zo iemand is eigenlijk vooral bezig een vinger op de pols van de tijd te drukken en leerlingen en (voor zover dat nodig is) docenten daarover te berichten. Mijn uitgangspunt is langzamerhand geworden: als je leerlingen leert een kritische houding aan te nemen t.a.v. maatschappelijke ontwikkelingen, ze ook kritisch t.o.v. informatie komen te staan.

    Voor inspiratie ben ik geweest op de IASL, ik ben bij vergaderingen van de KNVI geweest, ben vier en een half jaar voorzitter geweest van een BMO regiogroep en ik heb heel erg het idee dat ik er alleen voor sta. Op een of andere manier staan de bibliothecarissen en informatiespecialisten zoals die ik ken uit publicaties en in het wild toch een beetje te los van de tijd waarin we leven. Zeker als ik van gezaghebbende deskundigen steeds alleen maar het mantra hoor over de teacher librarian, die dan over een zekere tijd alles goed voor elkaar zal gaan krijgen.
    Tegen die tijd zijn de meeste schoolmediatheken gesloten want steeds meer schoolleiders horen dat verhaal ook en trekken dan een logische conclusie: dat het wel niet veel zal zijn dan, met die librarian.

    Nog iets: een teacher-librarian kan zelf projecten en bedenken en les geven. Dat is mooi, maar ik kan op dit ogenblik ook docenten assisteren bij en adviseren over projecten die in de klas plaats vinden en instructielesjes geef ik aan eerste klassen tijdens een uur dat anders uitgevallen was. Ik heb het idee dat (mediatheek-) informatie die bij de onderbouw terecht moet komen, dat ook doet. Het gaat goed voor m’n vak bij mij en dat verhaal geldt voor nogal wat van m’n collega’s van andere scholen….

    Tip voor informatiespecialisten of hoe jullie je ook noemen: solliciteer bij een gymnasium, daar is mooi en zinnig werk te doen en een redelijke beloning moet te regelen zijn, zelfs voor een niet teacher librarian.

  15. Mooie input voor het onderzoek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *