Druk op "Enter" om naar inhoud te gaan

Een publiek alternatief

Laatst geüpdatet op 19 mei 2026

Internetboeket (foto Frank Huysmans, cc by 4.0)
Na vijf jaar met glasvezel zitten we weer zonder. We zijn namelijk twee straten verderop gaan wonen; alleen de laatste letter van de postcode is veranderd. Ook hier ligt er glasvezel onder het trottoir, maar een aansluiting krijgen is andere koek. De gewaardeerde helpdesk van Freedom Internet legde uit dat het netwerk in onze wijk inmiddels eigendom is van een investeringsmaatschappij. Die club, waarvan ook Freedom afhankelijk is, spiegelt beleggers op haar website een mooi rendement bij een laag risico voor: ‘meerwaarde wordt gecreëerd door de verbeteringen die we aanbrengen aan de infrastructuur of door een hogere bezettingsgraad van het netwerk’. Die hoge bezettingsgraad – en daarmee de feitelijke exploitatie van de glasvezelgoudmijn – heeft echter geen hoge prioriteit. Vier maanden zijn voorbij en volgens de laatste informatie kan het er nog wel vier gaan duren.

Als kind heb ik de tijd nog meegemaakt dat de infrastructuur voor stroom, gas, water en telefoon in publiek eigendom waren. Plus dat je voor die kabels en leidingen en dat wat erdoor ging niet afhankelijk was van verschillende bedrijven. De hele kritieke infrastructuur is vanaf de jaren tachtig geprivatiseerd. Met wisselend succes, zullen we maar zeggen. Daarvoor was alles misschien ook niet geweldig (‘P.T.T.: putje graven, tentje bouwen, tukkie doen’, zei Wim Kan, maar je kon ten minste ergens klagen.

Signal-baas Meredith Whittaker voelde zich gedwongen uit te leggen waarom haar berichtendienst platlag, toen er op 27 oktober problemen waren bij Amazon Web Services (AWS). Want was het niet vreemd dat haar bedrijf kritisch is over big tech en er tegelijkertijd diensten van afneemt? Moet afnemen, was haar antwoord. Er zijn precies drie bedrijven die de capaciteit bieden om Signal in staat te stellen berichten in real time over de hele wereld af te leveren: Amazon, Google en Microsoft. Hashtag TINA: there is no alternative.

Wat als Europese burgers bij hun bibliotheeknetwerk terechtkunnen voor een digitale basisvoorziening?

Zou het niet een comfortabel gevoel geven, in roerige tijden als deze, als er wél een alternatief was? Op publieke leest geschoeid, dus decentraal georganiseerd? Wat als Europese burgers bij hun bibliotheeknetwerk (!) terechtkunnen voor een digitale basisvoorziening? Niet als oneigenlijke concurrentie voor de markt, maar een beetje zoals de noodpakketten die we nu aanleggen zich verhouden tot de schappen in de Appie XL. Met dien verstande dat er van alles te vinden is, maar wel decentraal en open source. Dus Mastodon in plaats van X, geen YouTube maar PeerTube, wel LibreOffice en geen Microsoft 365. En dat de capaciteit wat kan worden opgeschaald als de markt het laat afweten of als de pleuris uitbreekt. Een figuurlijke schuilkelder, maar wel een met glasvezel.

Ik zie de ogen al rollen: nóg een taak erbij waarvoor we niet zijn toegerust. Hoe moeten we dat dan weer organiseren? Geen idee, maar is er een alternatief?


Deze column is verschenen in Vakblad IP | Informatieprofessional, jaargang 29 nummer 9, december 2025.


Creative Commons License
Een publiek alternatief by Frank Huysmans is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.