Bealls mist

Posted by Frank Huysmans on 28 januari 2016 | 2 Comments

Nederland heeft de wind er flink onder. Het kabinet heeft open access tot een van de speerpunten van het EU-voorzitterschap gebombardeerd. Met ingang van dit jaar ligt er een deal over een geleidelijke overgang naar het ‘open’ publiceren van wetenschappelijk werk in de tijdschriften van uitgever Elsevier. ‘Dutch lead European push to flip journals to open access,’ kopte Nature begin januari. Bij in open access gepubliceerde boeken spreekt OAPEN internationaal een woordje mee. En ook kwaliteitsbewakers SciRev en QOAM zijn Nederlands.

Natuurlijk zijn er kanttekeningen bij deze push naar open access te maken. Sommigen zouden de middle men, de grote uitgevers, het liefst helemaal uit de publicatieketen slopen. Hun argument: de wetenschap zelf moet het intellectuele eigendom beheren. Door een deel van de auteursrechten over te doen aan uitgevers hebben die de toegang tot de wetenschappelijke productie in beheer. Minder kapitaalkrachtige universiteiten kunnen hun studenten en personeel daardoor geen toegang bieden tot onderzoeksliteratuur, terwijl grote uitgevers de hoofdprijs kunnen vragen aan onderzoeksinstellingen in rijkere regio’s. Een platform als Scientific Electronic Library Online (SciELO) in de Latijns-Amerikaanse landen laat zien dat onderzoeksinstellingen heel goed zelf artikelen in open access kunnen publiceren. Tegen een fractie van de kosten die uitgevers in rekening brengen.

Voor je het weet sta je als uitgever op een zwarte lijst zonder dat je weet waarom.

Een heel ander bezwaar is dat open access het publicatiesysteem juist ondergraaft. Iedereen die genoeg geld meebrengt kan, ongeacht de wetenschappelijke kwaliteit, iets gepubliceerd krijgen, aldus de critici. Een prominente vertegenwoordiger van dit standpunt is Jeffrey Beall, universiteitsbibliothecaris te Denver. Op zijn blog scholarlyoa.com houdt hij een lijst bij van wat hij ‘roofuitgevers’ noemt. Inderdaad heeft de open accessbeweging malafide types aangetrokken die proberen een slaatje te slaan uit het nieuwe uitgeefmodel. Ondanks ronkende beloftes van peer review en digitale duurzaamheid doen ze niet veel meer dan je artikel online zetten en daar honderden euro’s voor incasseren.

Uit de open access-hoek krijgt Beall’s list niettemin de wind van voren. Belangrijkste bezwaar tegen zijn werkwijze is het gebrek aan transparantie. Voor je het weet sta je als uitgever op een zwarte lijst zonder dat je weet waarom. Het overkwam het Zwitserse Frontiers, een relatief grote speler. Opgericht in 2007 door neurowetenschappers, publiceert deze uitgever inmiddels meer dan vijftig open access-titels. Naar aanleiding van een aantal berichten van verontruste wetenschappers besloot Beall de Zwitsers op zijn zwarte lijst te plaatsen. Opmerkelijk, omdat Frontiers lid is van COPE, SPARC Europe en OASPA, clubs die een kwaliteitsstandaard nastreven in open access uitgeven.

Het aan de kaak stellen van malafide uitgeefpraktijken is uitstekend. Dat één bibliothecaris dit doet op ontransparante wijze is dat niet. Universiteitsbibliothecarissen dienen binnen zowel de wetenschappelijke als de bibliothecaire ethiek te opereren. Als de bibliotheekgemeenschap wil blijven blacklisten, zijn heldere criteria, openheid over de beslissingsgronden en een mogelijkheid tot verweer nodig. Bealls mist doet het imago van de beroepsgroep geen goed. Frontiers staat nog altijd op de zwarte lijst en maar één bibliothecaris weet waarom.


Deze column verscheen in Vakblad IP, jaargang 20 nummer 1, 28 januari 2016.

Postscriptum, 3 februari: Walt Crawford heeft op 30 januari in een blogpost met de veelzeggende titel ‘Trust me’ uiteengezet dat bij zeven van elke acht titels op Bealls lijst geen rechtvaardiging wordt gegeven waarom ze op de lijst staan. Kijk je nog iets kritischer, dan blijven er van de 1834 titels 156 over. En zoals Jan Velterop op 2 februari betoogt, kun je ‘roofuitgevers’ zien als een teken van een zich ontwikkelende markt voor wetenschappelijk publiceren die er tot voor kort niet was.

Postscriptum, 11 februari: Op 8 februari publiceerde groepsblog The Scholarly Kitchen een interview met Jeffrey Beall over zijn werkwijze. Dit gesprek genereerde aardig wat commentaar, onder meer van Walt Crawford die zijn tellingen (zie postscriptum hierboven) verdedigt.

Posted in beleid, columns, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , |

2 reacties op “Bealls mist”

  1. Elvira Caneda Cabrera schreef:

    Beste Frank,

    Dank voor je analyse.
    Ik ben er nog steeds van overtuigd dat er nieuwe verdienmodellen en een nieuwe (landelijke) infrastructuur nodig zijn die mogelijk moeten maken om via Open Access te publiceren.
    Platform Scielo is hiervan een goed voorbeeld. Weet je dat Scielo al vanaf eind jaren 90 bestaat?.
    Een ander voorbeeld is het platform Red de Revistas Científicas de América Latina y el Caribe, España y Portugal, zie hier : http://www.redalyc.org/home.oa.

    Een voorbeeld uit Nederlandse bodem is het platform van Universiteitsbibliotheek Utrecht voor (Utrechtse) onderzoekers of startende redacties die een online open access tijdschrift willen publiceren, zie hier: http://www.uopenjournals.org/

    Het ontwikkelen van nieuwe modellen en infrastructuur vragen in mijn optiek:

    – de betrokkenheid en expertise van verschillende partners met de bibliotheekgemeenschap voorop

    – het inzetten van de kennis en expertise van alle betrokkenen inclusief academische gemeenschap, de bibliotheekgemeenschap, universitaire uitgevers en ministerie van OCW

    – de bereidheid van alle betrokkenen om andere keuzes te durven maken

    Want inderdaad in het huidig publicatiesysteem is het heel moeilijk om ruimte te maken voor Open Access. Dat systeem is er niet voor bedacht.
    Het klinkt alsof we een oud treinstelsel willen inzetten voor de hogesnelheidstrein.

    Het faciliteren van het publiceren via Open Access als alternatief raakt volgens mij de publieke taak van bibliotheken. Het gaat er om dat we toegang tot hoogwaardige informatie voor een breed publiek garanderen.
    Er is geen plan en er zijn geen duidelijke (vervolg)stappen. Dit hebben we nodig. Ik ben er voor!

    • Frank Huysmans schreef:

      Dank voor je reactie Elvira. Volgens mij gaat het best de goede kant op met open access, in Nederland en daarbuiten. De universiteiten (VSNU), NWO, kabinet en EU hebben het omarmd en er liggen akkoorden met uitgevers als Springer, SAGE en ELsevier. Nu doemen er nieuwe problemen en vragen op, met name de vraag: hoe voorkomen we dat er straks grote prijsverschillen gaan bestaan tussen tijdschriften/platforms in de APC’s die ze vragen op basis van in het verleden behaalde resultaten (reputatiescores)? Gaan we in de overgangsfase van abonnementen- naar OA-tijdschriften als Nederlandse belastingbetalers niet teveel betalen (voor licenties en APC’s) als andere prominente landen niet meedoen? Moeten we green open access niet veel meer koesteren dan we nu doen, juist om de kosten in de overgangsfase te drukken? En is open access niet een onderdeel van open science (inclusief open data, open peer review etc.) waar het eigenlijk om zou moeten gaan?

Reageer!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: