innovatie van de publieke informatievoorziening

Vijf vragen over de blockchain

Bron: http://www.strategy-business.com/ (Dan Page)

Bron: http://www.strategy-business.com/ (Dan Page)

Ineens heeft iedereen het erover: ‘de blockchain’. Het wemelt van de expertsessies, lezingen en congressen over de revolutionaire beloften van deze technologie. Wat is blockchain, wat is de relatie met de digitale valuta bitcoin, en wat kan het gaan betekenen voor informatieprofessionals? Dit artikel geeft antwoorden op vijf veelgestelde vragen.

Een omgestoten glas limonade betekende in 2010 het einde van James Howells’ Dell-laptop. Hij schroefde het ding open en haalde de bruikbare onderdelen eruit. Sommige kon hij verkopen. De harde schijf bewaarde hij.

In de zomer van 2013 ruimde hij zijn werkkamer op en kwam hij de harde schijf weer tegen. Via de vuilnisbak belandde die op de plaatselijke vuilnisbelt, ergens in het zuiden van Wales.

In november van dat jaar schoot de koers van de digitale munt bitcoin in enkele dagen de hoogte in. De media besteedden er volop aandacht aan en het nieuws bereikte ook James. Ineens schoot het door hem heen dat hij in de vroege dagen van bitcoin, in 2009, zijn laptop een week had laten rekenen, dag en nacht, op… het ‘delven’ van bitcoins. Hij had er zo’n 7500 in zijn virtuele portemonnee zitten die nu elk zo’n 1000 dollar waard waren. Het probleem was alleen dat de cryptografische sleutel die nodig was om bij de bitcoins te komen op een zekere harde schijf stond.

Op de adrenaline keerde hij zijn hele huis om op zoek naar een backup. Zonder resultaat. Dan maar naar de vuilnisbelt. Daar werd hem verteld dat er elke maand 30 centimeter afval bij kwam op het terrein zo groot als een voetbalveld. Zijn harde schijf zou inmiddels wel eens op meer dan een meter diep kunnen liggen.

Uiteindelijk nam James Howells zijn virtuele verlies. Een kostbare afgravingsactie zonder garantie op succes was te risicovol. Bovendien gaf de gemeente hem daarvoor geen toestemming, liet hij via Twitter weten. Volgens de laatste plannen wordt er in de komende jaren een zesbaansweg over de vuilnisbelt aangelegd.

1. Wat is ‘de blockchain’?

Met de digitale valuta bitcoin werd de blockchaintechnologie bij het grotere publiek bekend. Het radicale idee achter bitcoin was dat wanneer alle gebruikers inzage hebben in alle transacties, er geen centrale instantie zoals een (nationale) bank meer nodig is om het noodzakelijke vertrouwen in de valuta te creëren.

De blockchain maakt slim gebruik van het web, met zijn vele genetwerkte computers, en cryptografie. In feite is het een grootboek waarin waardetransacties worden bijgehouden, met dit verschil dat er vele identieke kopieën zijn van dit grootboek op evenzovele knooppunten op het web. De transacties zijn daarmee openbaar en transparant, terwijl de betrokken partijen min of meer anoniem kunnen blijven. Ook kan een transactie niet ongedaan gemaakt worden. En: er worden geen fysieke bonnetjes meer afgegeven: een transactie bestaat enkel en alleen uit data.

Bitcoin en nieuwere cryptocurrencies beloven een vertrouwde centrale autoriteit overbodig te maken.

De naam blockchain geeft aan dat het grootboek een keten van blokken is, van blokken data om precies te zijn. Iedere bitcoinbezitter kan het eigenaarschap van een bepaald bedrag overdragen aan een ander. Een blok bevat een groep van zulke transacties (met tijdstempel) en een cryptografische link naar het vorige blok. Ongeveer elke tien minuten wordt een blok met meerdere transacties gehasht en wordt het aan de keten toegevoegd. Zo’n hash is een weergave van een blok data in cijfers en letters met een vaste lengte. Het is te vergelijken met een vingerafdruk: het is uniek, maar je kunt er de oorspronkelijke data niet uit herleiden. Met behulp van de gevonden hash kunnen anderen de geldigheid van het blok controleren.

Het vinden van een hash is een soort puzzel die door computers wordt opgelost. Er is een wedloop gaande met steeds snellere maar ook duurdere apparatuur, want de computer die de hash het eerst vindt, krijgt een beloning. Momenteel gaat het om zo’n 12,5 bitcoin per blok. Dit wordt minen (delven) genoemd. In 2009 was James Howells nog een van de weinige miners, maar was – nou ja, leek – de beloning ook kleiner: een bitcoin was nog maar een fractie van een dollar waard.

Lees verder »

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrEmail this to someone

Posted by Frank Huysmans on 8 oktober 2016 | Posted in beleid, vakpublicaties | Tagged , , , , , | Comment

Goed voor je e-mago

Bron: http://explore.cogentoa.com/

Bron: http://explore.cogentoa.com/

Als u niet heeft meegekregen dat ‘open’ aan een opmars bezig is in onderzoek en onderwijs heeft u onder een steen geleefd (met alle respect voor de steen). Open access, open data, open educational resources, open peer review… En laat ik open (source) software niet vergeten, waar inmiddels de halve wetenschap mee schrijft en analyseert. Maar ‘open’ is een woord met vele betekenissen. Mijn editie van de Dikke van Dale uit 1984 somt er twaalf op. En dat was ruim voor het begin van het web.

Terwijl ‘open’ terrein wint, wordt aan de mate van openheid flink geknaagd. In de begindagen van de open access-beweging, op bijeenkomsten in Boedapest, Bethesda en Berlijn in 2002-2003, werd ‘open access’ nadrukkelijk gedefinieerd als méér dan alleen gratis te lezen of downloaden voor iedereen met internet. Het betekende ook dat de oorspronkelijke makers afzagen van de meeste van hun intellectuele eigendomsrechten. Men deed dit in navolging van de makers van open software. Die software wordt verstrekt met een licentie die je ‘absolutely no warranty’ geeft dat hij vrij van fouten is. Garantie tot aan de router dus. Ga je daarmee akkoord, dan mag je ermee doen wat je wilt: verspreiden, verbeteren, veranderen of vergeten.

Sommige informatieprofessionals spreken zonder blikken of blozen over open access of open data bij gratis toegang alléén.

Precies dat hadden de open access-pioniers voor ogen. Verreweg het grootste deel van de wetenschappelijke productie is tot stand gekomen met steun van belastingbetalers: boeren, burgers en bedrijven. En meebetalen is meebepalen, dus ze moeten er naar eigen goeddunken mee kunnen omgaan. De werkelijkheid benaderde tot voor kort het tegendeel. Alleen wie in het hoger onderwijs werkt of studeert, mag het lezen – mits je hogeschool of universiteit een licentie heeft afgesloten. Verspreiden, verbeteren, veranderen: het mag alleen met toestemming van de rechthebbenden. Vergelijk het met landbouwsubsidies waaraan u via de belastingen bijdraagt. U zou vreemd opkijken als alleen telers zelf hun aardappelen mochten consumeren – mits in de schil gekookt en gegeten.

Nu open wetenschap het tij mee heeft, is het noodzaak om ook de auteursrechtelijke barrières te slechten. Pas dan is de boel echt open. Maar wat zien we? Alles wat gratis is te downloaden wordt ‘open’ genoemd, zelfs al is het niet toegestaan er dingen mee te doen zonder speciale toestemming of betaling van reprorechten. Het wordt nog erger doordat sommige informatieprofessionals aan de begripsinflatie meewerken. Zij spreken zonder blikken of blozen over open access of open data bij gratis toegang alléén. Zelfs een uitgevershuis als Elsevier noemt dat laatste met opzet ‘free access’ en respecteert in de regel de betekenis van ‘open’ als gratis plus vrij van de meeste auteursrechtelijke beperkingen.

Pal staan voor de rechten van burgers in het omgaan met digitale informatie zit misschien niet in de aard van het beestje. Het is echter wel het minste wat bibliothecarissen en archivarissen zouden moeten doen. En het is bovendien goed voor hun e-mago.


Deze column verscheen in Vakblad Informatieprofessional, jaargang 20 nummer 7, 6 oktober 2016.

Creative Commons License
Goed voor je e-mago is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrEmail this to someone

Posted by Frank Huysmans on 5 oktober 2016 | Posted in columns, onderwijs, onderzoek, opinie, vakpublicaties | Tagged , , , , | Comment

Bibliotheken als platform of infrastructuur? Interview met Shannon Mattern

Shannon Mattern

Shannon Mattern (foto privécollectie Mattern)

Shannon Christine Mattern is associate professor (universitair hoofddocent) aan de New School in New York, een universiteit voor geesteswetenschappen, sociale wetenschappen en design. Dit semester is ze senior fellow aan de Bauhaus Universität in Weimar. Ze schreef haar masterscriptie over de spreiding van bibliotheekvestigingen en promoveerde op de ontwikkeling en het ontwerp van de centrale bibliotheek in Seattle. In 2007 publiceerde ze het boek The New Downtown Library. Ze blogt, twittert en schrijft voor diverse tijdschriften. Een aanrader is haar artikel ‘Library as infrastructure‘ in het tijdschrift Places. Daarnaast is ze actief op het snijvlak van wetenschap, praktijk en design/architectuur van bibliotheken, archieven en andere media- en informatie-instituties.
Voor vakblad Informatieprofessional (IP) sprak ik met Shannon over haar wetenschappelijke werk, waarbij ze – vanuit het perspectief van de bibliotheek – design en de geesteswetenschappen met elkaar verbindt. Ook aan bod kwamen de huidige rollen van de bibliotheek en bibliotheekorganisaties die wat al te graag in het voetspoor van Silicon Valley willen treden.

Allereerst: hoe zou je je werk aan de New School omschrijven?
‘Mijn specialisatie is dat ik eigenlijk geen echte specialisatie heb. Ik ben behoorlijk vrij in wat ik kan doen nu ik een vaste aanstelling heb als associate professor bij de New School in New York. Maar wat ik echt leuk vind is design te verbinden met de invalshoek van geesteswetenschappen. Data, informatie en kennis dragen intellectuele vormen en infrastructuren in zich, die al dan niet samenvallen met fysieke vormen en infrastructuren. Dit onderwerp heb ik op verschillende niveaus bekeken en loopt als een rode draad door mijn werk. Zonder dat we het ons bewust zijn is in een gebruikersinterface zoals die van een touchscreen, een bepaalde ideologie of systeem van waarden vervat. Je kunt namelijk als gebruiker bepaalde instellingen aanpassen, maar andere weer niet, omdat dit door ontwerpers en programmeurs voor jou wordt bepaald.’

‘Zonder dat we het ons bewust zijn is in een gebruikersinterface zoals die van een touchscreen, een bepaalde ideologie of systeem van waarden vervat.’

‘Momenteel houd ik me bezig met het ontwerp van meubels die we door de eeuwen heen hebben gebruikt om media in of op te zetten. In eerder werk heb ik ook naar bibliotheekgebouwen gekeken, dat wil zeggen: naar architectuur. Het is ook mogelijk om op het niveau van een hele stad of een heel land de organisatie van informatie te bestuderen. Te denken valt bijvoorbeeld aan gedeelde boekencollecties of sorteermachines, lokale knooppunten in een grote infrastructuur die meerdere steden of vestigingen bedienen.’

Je ziet veel overeenkomsten tussen bibliotheken en de andere onderwerpen waar je aan werkt?
‘Ja, zeer zeker. De uitdaging waar ik voor sta is studenten ervan te overtuigen dat bibliotheken raakvlakken hebben met mediastudies. Of dat bibliotheken interessant zijn om te bestuderen, bijvoorbeeld vanuit het perspectief van architectuur, of ook vanuit programmeren. De laatste paar jaar zijn er in New York een aantal belangrijke projecten geweest die bibliotheken op de kaart hebben gezet bij architecten en designers. Zij zijn zich ervan bewust geworden dat bibliotheken een mooie plek zijn om hun vaardigheden en experimenten op los te laten. En dat dit gebeurt in de context van de samenleving, niet in die van een commercieel bedrijf.’

Lees verder »

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInPin on PinterestShare on TumblrEmail this to someone

Posted by Frank Huysmans on 28 september 2016 | Posted in onderwijs, onderzoek, vakpublicaties | Tagged , , , , , , , , | Comment